Meehelpen? Ga naar etymologieWiki
Jaarwoordgenerator Vul hier een jaartal in (vanaf 1800) en ontdek welke woorden er in dat jaar aan het Nederlands werden toegevoegd.
| pet - (hoofddeksel)Etymologische (standaard)werken M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009)Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdampetzn. ‘hoofddeksel’ P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997),Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpenpet2 [hoofddeksel] {1806} etymologie onbekend. J. de Vries (1971),Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leidenpet znw. v., eerst in het begin der 19de eeuw opgekomen woord, waarvan de herkomst in het duister ligt. De gegeven verklaringen voldoen niet: 1. hetzelfde alspet, dial. vorm vanput, omdat het hoofddeksel er als een putje uit zou zien (WNT 12, 1, 1396); 2. verkorting van fra.toupet ‘kuif’ (J.W. Muller). N. van Wijk (1936 [1912]),Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haagpet znw., nog niet bij Kil. = fri. oostfri.pet “pet”. Oorsprong onbekend. Vgl. ndd.petzel, hd. (hess. frank., ook pruis.)betzel, (thur. elz.)betze, reeds mhd.bezel v. “muts (vooral van vrouwen)”. C.B. van Haeringen (1936),Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haagpet, sedert begin 19e eeuw. Oorsprong onbekend. Of er verband bestaat met de genoemde ndd. hd. woorden, is twijfelachtig. Ook de gissing dat het hetzelfde woord zou zijn alspet, ontronde vorm naastput, is weinig wsch. J. Vercoullie (1925),Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / GentDialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands F. Aarts (2017),Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastrichtpatsj (zn.) pet, muts;< DuitsKaputze. G.J. van Wyk (2003),Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenboschpet s.nw. Uitleenwoordenboeken N. van der Sijs (2010),Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uitUitleenwoordenbank 2015pet ‘hoofddeksel’ -> Fries pet ‘hoofddeksel’; Duits dialectPet, Pät, Pätte ‘hoofddeksel’; Indonesisch pét ‘hoofddeksel met klep’; Ambons-Maleis pet ‘hoofddeksel’; Jakartaans-Maleis pèt ‘hoofddeksel’; Javaans pèt ‘uniformpet’; Surinaams-Javaans pèt ‘hoofddeksel’. Dateringen of neologismen N. van der Sijs (2001),Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdampet waardeloos 1961 [GVD] <? Idioomwoordenboeken F.A. Stoett (1923-1925),Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen1583. De muts staat hem verkeerd,d.w.z. hij is slecht gehumeurd, verdrietig, slecht gemutst (zie no. 656); dial.de kop staat hem verkeerd ofkroes;de pet staat hem de eene week wel eens anders dan de andere (hij is ongelijk van humeur 1806. Dat gaat boven mijn pet(je),d.w.z. daar begrijp ik niets van, dat gaat boven mijn begrip, ofdat gaat boven mijn knar (hd.knarre; inJord. II, 77) ofdat gaat boven mijn prik (inKunstl. 5). Vgl.Nkr. VIII, 25 April p. 2: Lees jeDe Vrije Sijmen? Nee? Natuurlijk niet, het meeste, wat daarin staat, gaat boven jouw petje;Het Volk, 30 Maart 1914, p. 3 k. 2: Dat zij dat ook al wou leeren! Maar die kunst blijkt te gaan boven haar pet;Nw. School, II, 177: 't Kan best wezen, dat het stuk boven z'n pet ging; II, 234: Het blijven bestaan van D.N.S. moge voor de stille pruttelaars als M.G. inHet Nieuwe Schoolblad een teeken zijn, dat er dingen groeien, waar ze met hun pet niet meer bij kunnen;Handelsblad, 24 Febr. 1919 (A), p. 13 k. 2: Bertus, waarom waren de wijzen wijs en de dwazen dwaas? Bertus antwoordt niet, 't gaat hem boven de pet;Het Volk, 23 Sept. 1915, p. 1 k. 3: Voor dat gemeentegepruts ben je goed genoeg, maar de hooge politiek gaat boven je boerepet;Handelsblad, 11 Sept. 1915 (avondbl.) p. 5 k. 5: Wat voer jelui nu uit? O, lezen hè? Hij sloeg de verzen van Leopold op, ‘Hm’ dat gaat boven m'n pet! Syn.er niet met zijn haakje bij kunnen inNkr. X, 29 Jan. p. 8: Daar kan ik met me hakie niet bij. Syn,'t gaat mijn muts te boven inHaagsche Post, 5 Mei 1917, p. 447 k. 2: Afrik.dit is bo my jakhals, dit is bokant my vuurmaakplek, dit gaan bo my jakhalsband (Boshoff, 336).Iets in de pet hebben, iets in de gaten hebben, ook iets begrijpen (V. Ginneken II, 458).Ik heb er niks mee aan mijn pet, het kan mij niets schelen, het raakt mij niet; vgl. V.d. Water, 117. In den zin van ‘hoofd, hersenen’ komt ‘pet’ ook voor inKunstl. 11: Daar schiet me wat in me pet!; evenzoo bl. 108;Jord. II, 478: Schiet me perdoes in me pet: Noú nog de Bochel! |
Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal