Sergeant H. Veerkamp ergerde zich in 1922 zo aan de voetbalwedstrijd tussen Sparta en Juliana, di... moreSergeant H. Veerkamp ergerde zich in 1922 zo aan de voetbalwedstrijd tussen Sparta en Juliana, die op het eerste sportveld van Curaçao, Mundo Nobo, gespeeld werd, dat hij een brief van drie kolommen naar de Amigoe di Curaçao stuurde. Sparta, dat grotendeels bestond uit spelers van het eiland, had er, schreef hij, weinig van begrepen. Het mooie voetbalspel werd verkracht, het spel ontaardde in een soort rugby en de 'drommen kijken schreeuwlustigen', niet gehinderd door spelkennis, wilden alleen maar Sparta zien winnen. Elke mislukte actie van de tegenstander kon rekenen op 'kanibaalsgejuich'. Opening van de ingezonden brief van Sergeant Veerkamp op 17 juni 1922. Bron: Delpher. Sergeant Veerkamps brief laat zich lezen als een voorbeeld van hoe sport destijds een afspiegeling vormde van de complexe koloniale verhouding tussen Nederland en 'de West'. Net als in Suriname stonden op Curaçao Nederlandse matrozen en garnizoensinfanteristen aan de basis van de gereglementeerde voetbalsport.[1] KNIL-officieren zoals Frederik 'Frits' Hirschmann, telg uit een bekend voetbalgeslacht, vonden sport een wezenlijk onderdeel van de militaire training. Hij was eerst in Nederlands-Indië en van 1909-1913 in Suriname gelegerd en in beide gevallen een actief voetbalpromotor. De Militaire Voetbalclub Juliana ontstond op zijn initiatief en was de eerste die een wat langer leven beschoren was.[2] Ook van de voetbalcultuur van buurland Brits-Guyana-dat al in 1902 een eigen Football Federation kende-ging een stimulerende werking uit. Het ging hierbij niet om zomaar wat tegen een rond object trappen, zoals al langer gebruikelijk was, maar om voetbal als 'beschaafde' sport, volgens de regels en standaarden die daarbij hoorden. Precies zo deden de Britten het, bij wie sport een succesvol onderdeel was van het opleggen van Britishnesseen verzamelnaam voor een geheel van Engelse gewoonten, tradities en zelfbeelden. Het kennelijk ontbreken daarvan bij de spelers van Sparta tegenover het beschaafde Juliana vormde de kern van sergeant Veerkamps ergernis. Naar sport in koloniaal perspectief is in Nederland in tegenstelling tot Engeland en Australië nog maar sporadisch onderzoek gedaan. Natuurlijk, Engeland geldt als bakermat van veel
Dieser Beitrag diskutiert jüdische Sportkulturen in den Niederlanden vor dem Zweiten Weltkrieg. D... moreDieser Beitrag diskutiert jüdische Sportkulturen in den Niederlanden vor dem Zweiten Weltkrieg. Dabei soll das bisherige Konzept einer vorwiegend segregierten und zionistisch geprägten jüdischen Sportkultur als Ergebnis einer aus der Nachkriegszeit stammenden Sichtweise revidiert werden. Anhand des Beispiels von drei jüdischen Gemeinden, Amsterdam, Groningen und Den Haag, zwischen dem Ende des 19. Jahrhunderts und 1940 wird aufgezeigt, dass die jüdische Sportszene zugleich »assimiliert« und heterogen war, und dass sie Vereine verschiedener sozialer, politischer und religiöser Orientierung umfasste. Wegen des hohen Grads an Integration in die niederländische Gesellschaft, spielte die Frage der niederländischen Identität keine Rolle. Vielmehr beeinflusste die soziale Klasse Fragen von Inklusion und Exklusion. In den 1920er und 1930er Jahren stieg die Anzahl separater jüdischer Vereine ebenso wie die Verbreitung des Zionismus, wenngleich letzterer im Sport ebenso wie das Ideal des Musk...
This article analyses the ambiguous cultural and social effects of black boxers in pre-war Europe... moreThis article analyses the ambiguous cultural and social effects of black boxers in pre-war Europe, particularly regarding discourses on masculinity and race. Focusing on archival material, published memoirs, articles in newspapers and sport magazines, it looks at several so-called negro boxers and distinguishes gaps between their contested public allure and personal life stories.