Movatterモバイル変換


[0]ホーム

URL:


Naar inhoud springen
WikiWoordenboek
Zoeken

voor

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

  • voor

voor[2]

  1. dichterbij dan (gezien vanaf de spreker of anderszins)
    • Er hangen wolkenvoor de zon. 
  2. aan devoorkant
    • Bob hangt iedere avond urenvoor de televisie. 
    • Piet parkeert zijn autovoor de winkel. 
  3. eerder komend in debewegingsrichting
    • Je moetvoor de kerk linksaf slaan. 
  4. eerder intijd
    • We moeten boodschappen doenvoor sluitingstijd. 
  5. eerder involgorde
    • De K komtvoor de L in het alfabet. 
  6. eerder inrangorde
    • Toen stond PSVvoor Ajax en Feyenoord in de eredivisie. 
  7. ten behoeve van,ten gunste van
    • Hij geeft cursussenvoor beginners en gevorderden. 
    • Kunt u ditvoor mij inpakken? 
     Er is weer eens een antimaterierecord gebroken. In de botsing van zeer energierijke, geladen looddeeltjes hebben onderzoekers bewijs gevondenvoor de zwaarste antimaterieversie van een atoomkern die ooit is waargenomen.[3]
     Den Haag is de eerste stad in Nederland die zo'n verbod invoerde. Sinds 1 januari zijn er geen fossiele reclames in bushokjes of op straat meer te zien. Het gaat bijvoorbeeld om reclamesvoor vliegreizen en cruisevakanties. De reisbranche was het niet eens met het verbod en spande een kort geding aan, schrijft Omroep West.[4]
     Het creëren van een slaapplekvoor zeven personen viel nog niet mee.[5]
  8. eens met,positief tegenover,ten gunste van,pro
    • De meerderheid stemdevoor haar benoeming. 
  9. wat betreft,met betrekking tot,aangaande
    • Hij is bangvoor muizen. 
    • Yolanda kreeg een tienvoor taal. 
  10. tegen deprijs van,ten bedrage van,tegen
    • Bij ons krijgt u twee bossen rozenvoor 10 euro. 
    • Ik ruilde met de buurjongen tien knikkersvoor een bal. 
  11. in plaats van, tervervanging van
    • Voor jou tien anderen! schreeuwde de ontevreden werkgever. 
  12. lijkend op,beschouwd als
    • De overvallers lieten het slachtoffervoor doodliggen. 
    • Ik hield die man in uniform ten onrechtevoor de portier. 
   2. aan de voorkant  
   3. eerder komend in de bewegingrichting  
   4. eerder in tijd  
   5. eerder in volgorde  
   7. ten behoeve van, ten gunste van  

voor

  1. onderschikkend:voordat,aleer,eerder in tijd dan
    • Voor hij het doorhad, ging het al mis. 
    • Je mag geen auto rijdenvoor je achttien bent. 
 vnw. bijw.
 voorzetselbijwoord  voor 
 persoonlijk  ervoor 
aanwijz.  nabij  hiervoor 
  veraf  daarvoor 
  vragend/betrekk.  waarvoor 

voor

  1. aan devoorkant
    • Zijn huis hadvoor en achter een grote tuin. 
  2. (predicatief)eens,positief
    • Of je nouvoor of tegen bent, geef in ieder geval je mening. 
  3. bijwoordelijk deel van eenscheidbaar werkwoord
    voorbehandelen:De schilder behandelde het houtvoor met beits.
  4. prepositioneel deel van eenvoornaamwoordelijk bijwoord
    ervoor:Hij gaater morgen de bakvoor in.
   als voorzetsel, voegwoord of bijwoord
  
  • Voor Pampus liggen
dronken of bewusteloos zijn
  • Voor anker gaan
ergens gaan wonen en langer verblijven
  • Voor dag en dauw (zijn)
heel vroeg
  • Voor de bakker zijn
voor elkaar zijn, in orde zijn
  • Voor de bui binnen zijn
voordat het slecht werd genoeg verdiend hebben
  • Voor de draad ermee!
  • Voor de kat z'n viool
  • Voor de mast zitten
  • Voor de vuist weg (spreken)
zonder voorbereiden iets moeten vertellen
  • Voor een prikje kopen
voor een zeer lage prijs kopen
  • Voor galg en rad opgroeien
vanaf de jeugd een levenspad volgen dat later waarschijnlijk naar criminaliteit leidt
  • Voor geen kleintje vervaard zijn
veel durven
  • Voor het inkoppen hebben
een eenvoudige kans om in een discussie een punt te maken dankzij een voorzet van een ander
  • Voor het lapje gaan
zeer voorspoedig gaan zonder problemen
  • Voor het voetlicht / over het voetlicht
  • Voor hetere vuren gestaan hebben
wel moeilijkere dingen gedaan hebben
  • Voor iemand door het vuur gaan
elkaar altijd helpen
  • Voor iemand in de bres springen
iemand helpen
  • Voor iemand in het krijt treden
iemand helpen en verdedigen
  • Voor iemand of iets zijn petje afnemen
ergens respect voor hebben
  • Voor iets moeten bloeden
de gevolgen moeten dragen
  • Voor niets gaat de zon op.
alles kost geld en moeite, behalve datgene wat van de zon komt
  • Voor pampus liggen
  • Voor schut staan
een blunder begaan voor de ogen van anderen (en schamen)
  • Voor spek en bonen meedoen
zonder winst of kost laten meedoen ofwel: meedoen maar door de andere deelnemers niet serieus worden genomen
  • Voor stoelen en banken praten
maar weinigen die naar iemands verhaal luisteren
  • voor de hand liggen
vanzelfsprekend zijn
  • voor iets gaan
  • Alleen de zon gaatvoor niets op.
voor welvaart moet gewerkt worden, niks is gratis
  • Als sneeuwvoor de zon verdwijnen
ergens niets van over blijven
  • Bangvoor zijn hachje zijn
weinig durven en bang zijn om gevaar te lopen
  • Bos houtvoor de deur
  • Dat is te gekvoor woorden.
Dat gaat het voorstellingsvermogen te boven.
  • De kastanjesvoor iemand uit het vuur halen
Iemand anders het gevaarlijke werk laten doen
  • De kost gaatvoor de baat uit.
eerst moeten er kosten worden gemaakt alvorens men er iets aan verdienen kan
  • Een appeltjevoor de dorst zijn
geld bewaard hebben om later in moeilijke tijden toch geld te hebben
  • Een bordvoor je kop hebben
  • Een doekjevoor het bloeden (zijn)
een ontoereikende, slechts symbolische maatregel of ofwel: een smoesje zijn, niet de waarheid
  • Een gewaarschuwd mens teltvoor twee.
iemand die vooraf weet wat er fout kan gaan moet zich er maar op voorbereiden
  • Een lans brekenvoor iemand
het voor iemand opnemen ofwel: voor iemand de best doen diegene ergens mee te helpen iets te verkrijgen
  • Een streepjevoor hebben
meer mogen dan een ander, minder gauw straf krijgen
  • Een zwakvoor iets of iemand hebben
iets/iemand leuk of aardig vinden
  • Eierenvoor je geld kiezen.
met minder genoegen nemen dan men eerder wilde
  • Ergensvoor in de wieg gelegd zijn
de gave(n) hebben om een bepaald iets goed te doen
  • Ergensvoor opdraaien
het werk van een ander doen
  • Ergens de vingersvoor durven opsteken
ergens zeker van weten dat het een eerlijke zaak is
  • Ergens een lansvoor breken
  • Ergens een stokjevoor steken
iets verhinderen
  • Ergens meevoor de draad komen
zeggen wat de precieze bedoeling is
  • Ergens oogvoor hebben
ergens de waarde van inzien of aandacht voor hebben
  • Ergens zijn neusvoor optrekken
zich te goed vinden om iets te doen
  • Ergens/er de handvoor in het vuur steken
heel erg zeker weten dat iets zo is, iets overtuigend garanderen
  • Geen bladvoor de mond nemen
precies zeggen hoe er over iets gedacht wordt
  • Geen knipvoor de neus waard zijn
zijn vak niet kennen en er geen verstand van hebben
  • Geen twee deuntjesvoor één cent zingen
geen zin hebben hetzelfde nog een keer te herhalen
  • Goed en bloedvoor iets offeren
  • Groen en geelvoor de ogen worden
duizelen en/of erg van schrikken
  • Heitjevoor een karweitje
  • Het beste beentjevoor zetten
je uiterste best doen
  • Het is te zotvoor woorden.
  • Hoogmoed komtvoor de val.
iemand die erg trots is of hoogmoedig, krijgt gauw de bijbehorende ellende
  • Iemandvoor de gek houden.
  • Iemandvoor het hoofd stoten
iemand beledigen
  • Iemandvoor het lapje houden
iemand iets wijs maken of voor de gek houden
  • Iemandvoor vol aanzien
echt naar iemand luisteren wanneer iemand meepraat
  • Iemand een radvoor de ogen draaien
iemand op gemene wijze bedriegen
  • Iemand geen knollenvoor citroenen verkopen
iemand niet gemakkelijk kunnen bedriegen
  • Iemand het grasvoor de voeten wegmaaien
alles al zeggen wat een ander eigenlijk zelf had willen zeggen
  • Iemand ietsvoor de voeten werpen
iemand beschuldigen van iets
  • Iemand verantwoordelijk houdenvoor iets.
  • Ietsvoor de boeg hebben
nog een reis te maken hebben of nog iets te doen hebben
  • Ietsvoor een appel en een ei verkopen
voor een erg lage prijs verkopen
  • Ietsvoor ogen houden
Ergens steeds aan denken
  • Ietsvoor zich houden.
  • Ietsvoor zoete koek slikken
Iets zomaar geloven
  • Je moet de huid van de beer niet verkopenvoor hij geschoten is.
men viert best de overwinning niet alvorens er gewonnen is
  • Komtvoor de bakker
  • Men moet de dag niet prijzenvoor het avond is.
pas als alles gedaan is kun je zeggen of het goed ging
  • Met het watervoor de dokter komen
zeggen wat je bedoelt
  • Nietvoor de poes zijn
Niet gemakkelijk zijn
  • Nietvoor één gat te vangen zijn
voor alles wel een oplossing weten of weten te vinden
  • Nietvoor rede / reden vatbaar
  • Paarlenvoor de zwijnen werpen
iets moois en kostbaars geven aan iemand die de waarde er niet van inziet
  • Pal staan (voor iets)
Onbeweeglijk stilstaan ofwel: niet twijfelen aan de eigen mening
  • Parelsvoor de zwijnen
  • Stankvoor dank krijgen
voor het gedane werk geen dankjewel krijgen, zelfs commentaar
  • Stenenvoor brood geven
iets geven waar de ander niets aan heeft
  • Te dom zijn omvoor de du(i)vel te dansen
heel erg dom zijn
  • Veel waarvoor weinig geld
met heel aantrekkelijke eigenschappen, gelet op de lage prijs
  • Vogeltjes die zo vroeg zingen zijnvoor de poes.
wanneer iemand te snel van iets genieten wil, komen er vaak bedrogen vanaf
  • Weten watvoor vlees je in de kuip hebt
  • Wievoor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje.
je kunt nooit boven de stand komen waarin je geboren bent. Arm geboren, zal wel arm blijven
  • Wie een kuil graaftvoor een ander, valt er zelf in.
je kan het slachtoffer worden van je eigen snode plannen
  • Witvoor hebben
  • Zijn ogenvoor iets sluiten
doen alsof iets er niet is
  • Zo klaar als een klontjevoor iemand zijn
Het helemaal begrijpen
  • als de doodvoor iets zijn
ergens heel bang voor zijn
  • als een blokvoor iemand vallen
  • de neus ergensvoor ophalen
iets minderwaardig vinden
  • iemandvoor het blok zetten
  • zijn hand niet omdraaienvoor
zonder enige moeite doen
enkelvoudmeervoud
naamwoordvoorvoors
verkleinwoord--

hetvooro

  1. positief argument of positieve kant
    • Het tegen kreeg meer aandacht dan hetvoor. 
enkelvoudmeervoud
naamwoordvoorvoren
verkleinwoordvoortjevoortjes

devoorv/m[6]

  1. (landbouw) lange, smalle en ondiepe insnijding in eenakker, gewoonlijk door eenploeg aangebracht
    • Hij zaaide graan in devoren. 
    • Er waren diepevoren in de grond te zien, alsof een reus met een enorm groot mes de aarde had opengesneden om eens te kijken wat erin zat.[7] 
  • vore(uitspraakvariant)
  • "Voor" kan geen klemtoon krijgen wanneer het als voorzetsel of bijwoord geen plaats, tijd of stellingname aangeeft, maar meer een abstracte betrekking (Voorzetsel [7], [9]-[11] en Bijwoord [4]). De klemtoon kan de tegenstelling met een ander zinsdeel te laten zien, of het verschil met een andere betekenis van "voor". Met klemtoon is de schrijfwijzevóór, dus met klemtoontekens op beide o's.
  • Je moetvóór het huis parkeren, niet ernaast.
  • Hij houdt niet zo van vliegreizen, maar toen we naar Bali konden, was hijvóór.
  • Je moet de tekst controlerenvóór je hem publiceert.
  • Zij wou een verlovingsringvóór haar verjaardag (= op een tijdstip eerder dan haar verjaardag)
Zij wou een verlovingsringvoor haar verjaardag (= als cadeau met haar verjaardag)
  • Hij ging ervóór liggen. (= hij keerde zich ertegen)
Hij ging ervoor liggen. (= hij nam daartoe een liggende houding aan)
Hij ging ervoor liggen. (= hij legde zich aan de voorkant daarvan neer)
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[8]
  1. "voor" in:
    Sijs, Nicoline van der
    ,Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ;ISBN 90 204 2045 3
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Bronlink geraadpleegd op 25 april 2025Weblink bron
    Karmela Padavic Callaghan
    “LHC breekt record met detectie zwaarste antimaterie-atoom ooit”(23 april 2025), newscientist
  4. Bronlink geraadpleegd op 25 april 2025Weblink bron “Den Haag krijgt gelijk van de rechter: verbod op fossiele reclames mag”(25 april 2025), NOS
  5. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest(2018),Fontaine Uitgeversop Wikipedia
  6. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  7. Herzen, Frank
    De zoon van de woordbouwer 1970ISBN 9062805450 pagina 28
  8. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Overgenomen van "https://nl.wiktionary.org/w/index.php?title=voor&oldid=5284814"
Categorieën:
Verborgen categorieën:

[8]ページ先頭

©2009-2026 Movatter.jp