dronken of bewusteloos zijn ergens gaan wonen en langer verblijven heel vroeg voor elkaar zijn, in orde zijn voordat het slecht werd genoeg verdiend hebben - Voor de vuist weg (spreken)
zonder voorbereiden iets moeten vertellen voor een zeer lage prijs kopen - Voor galg en rad opgroeien
vanaf de jeugd een levenspad volgen dat later waarschijnlijk naar criminaliteit leidt - Voor geen kleintje vervaard zijn
veel durven een eenvoudige kans om in een discussie een punt te maken dankzij een voorzet van een ander zeer voorspoedig gaan zonder problemen - Voor het voetlicht / over het voetlicht
- Voor hetere vuren gestaan hebben
wel moeilijkere dingen gedaan hebben - Voor iemand door het vuur gaan
elkaar altijd helpen - Voor iemand in de bres springen
iemand helpen - Voor iemand in het krijt treden
iemand helpen en verdedigen - Voor iemand of iets zijn petje afnemen
ergens respect voor hebben de gevolgen moeten dragen - Voor niets gaat de zon op.
alles kost geld en moeite, behalve datgene wat van de zon komt een blunder begaan voor de ogen van anderen (en schamen) - Voor spek en bonen meedoen
zonder winst of kost laten meedoen ofwel: meedoen maar door de andere deelnemers niet serieus worden genomen - Voor stoelen en banken praten
maar weinigen die naar iemands verhaal luisteren vanzelfsprekend zijn - Alleen de zon gaatvoor niets op.
voor welvaart moet gewerkt worden, niks is gratis - Als sneeuwvoor de zon verdwijnen
ergens niets van over blijven - Bangvoor zijn hachje zijn
weinig durven en bang zijn om gevaar te lopen - Dat is te gekvoor woorden.
Dat gaat het voorstellingsvermogen te boven. - De kastanjesvoor iemand uit het vuur halen
Iemand anders het gevaarlijke werk laten doen - De kost gaatvoor de baat uit.
eerst moeten er kosten worden gemaakt alvorens men er iets aan verdienen kan - Een appeltjevoor de dorst zijn
geld bewaard hebben om later in moeilijke tijden toch geld te hebben - Een bordvoor je kop hebben
- Een doekjevoor het bloeden (zijn)
een ontoereikende, slechts symbolische maatregel of ofwel: een smoesje zijn, niet de waarheid - Een gewaarschuwd mens teltvoor twee.
iemand die vooraf weet wat er fout kan gaan moet zich er maar op voorbereiden - Een lans brekenvoor iemand
het voor iemand opnemen ofwel: voor iemand de best doen diegene ergens mee te helpen iets te verkrijgen meer mogen dan een ander, minder gauw straf krijgen - Een zwakvoor iets of iemand hebben
iets/iemand leuk of aardig vinden - Eierenvoor je geld kiezen.
met minder genoegen nemen dan men eerder wilde - Ergensvoor in de wieg gelegd zijn
de gave(n) hebben om een bepaald iets goed te doen het werk van een ander doen - Ergens de vingersvoor durven opsteken
ergens zeker van weten dat het een eerlijke zaak is - Ergens een lansvoor breken
- Ergens een stokjevoor steken
iets verhinderen - Ergens meevoor de draad komen
zeggen wat de precieze bedoeling is ergens de waarde van inzien of aandacht voor hebben - Ergens zijn neusvoor optrekken
zich te goed vinden om iets te doen - Ergens/er de handvoor in het vuur steken
heel erg zeker weten dat iets zo is, iets overtuigend garanderen - Geen bladvoor de mond nemen
precies zeggen hoe er over iets gedacht wordt - Geen knipvoor de neus waard zijn
zijn vak niet kennen en er geen verstand van hebben - Geen twee deuntjesvoor één cent zingen
geen zin hebben hetzelfde nog een keer te herhalen - Goed en bloedvoor iets offeren
- Groen en geelvoor de ogen worden
duizelen en/of erg van schrikken - Het beste beentjevoor zetten
je uiterste best doen - Het is te zotvoor woorden.
- Hoogmoed komtvoor de val.
iemand die erg trots is of hoogmoedig, krijgt gauw de bijbehorende ellende - Iemandvoor de gek houden.
- Iemandvoor het hoofd stoten
iemand beledigen - Iemandvoor het lapje houden
iemand iets wijs maken of voor de gek houden echt naar iemand luisteren wanneer iemand meepraat - Iemand een radvoor de ogen draaien
iemand op gemene wijze bedriegen - Iemand geen knollenvoor citroenen verkopen
iemand niet gemakkelijk kunnen bedriegen - Iemand het grasvoor de voeten wegmaaien
alles al zeggen wat een ander eigenlijk zelf had willen zeggen - Iemand ietsvoor de voeten werpen
iemand beschuldigen van iets - Iemand verantwoordelijk houdenvoor iets.
nog een reis te maken hebben of nog iets te doen hebben - Ietsvoor een appel en een ei verkopen
voor een erg lage prijs verkopen Ergens steeds aan denken - Ietsvoor zoete koek slikken
Iets zomaar geloven - Je moet de huid van de beer niet verkopenvoor hij geschoten is.
men viert best de overwinning niet alvorens er gewonnen is - Men moet de dag niet prijzenvoor het avond is.
pas als alles gedaan is kun je zeggen of het goed ging - Met het watervoor de dokter komen
zeggen wat je bedoelt Niet gemakkelijk zijn - Nietvoor één gat te vangen zijn
voor alles wel een oplossing weten of weten te vinden - Nietvoor rede / reden vatbaar
- Paarlenvoor de zwijnen werpen
iets moois en kostbaars geven aan iemand die de waarde er niet van inziet Onbeweeglijk stilstaan ofwel: niet twijfelen aan de eigen mening voor het gedane werk geen dankjewel krijgen, zelfs commentaar iets geven waar de ander niets aan heeft - Te dom zijn omvoor de du(i)vel te dansen
heel erg dom zijn - Veel waarvoor weinig geld
met heel aantrekkelijke eigenschappen, gelet op de lage prijs - Vogeltjes die zo vroeg zingen zijnvoor de poes.
wanneer iemand te snel van iets genieten wil, komen er vaak bedrogen vanaf - Weten watvoor vlees je in de kuip hebt
- Wievoor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje.
je kunt nooit boven de stand komen waarin je geboren bent. Arm geboren, zal wel arm blijven - Wie een kuil graaftvoor een ander, valt er zelf in.
je kan het slachtoffer worden van je eigen snode plannen - Zijn ogenvoor iets sluiten
doen alsof iets er niet is - Zo klaar als een klontjevoor iemand zijn
Het helemaal begrijpen - als de doodvoor iets zijn
ergens heel bang voor zijn - als een blokvoor iemand vallen
- de neus ergensvoor ophalen
iets minderwaardig vinden - iemandvoor het blok zetten
- zijn hand niet omdraaienvoor
zonder enige moeite doen |