Movatterモバイル変換


[0]ホーム

URL:


Naar inhoud springen
WikiWoordenboek
Zoeken

sin

Uit WikiWoordenboek

Engels

enkelvoudmeervoud
sinsins

sin

  1. zonde
vervoeging
onbepaalde wijsto sin 
he/she/it sins 
verleden tijd sinned 
voltooid
deelwoord
 sinned 
onvoltooid
deelwoord
 sinning 
gebiedende wijs sin 

sin

  1. onovergankelijk een zonde begaan,zondigen



Kabylisch

Telwoord(kab)
0
11110
212
313
414
515
616
717
81880
919

sin

  1. twee



Noors

  • sin
  • Afkomstig van het Oudnoorse voornaamwoordsinn.
Naar frequentie192

sinm (3. persoon, mannelijke vorm, enkelvoud)

  1. zijn
    «Han tok paraplyensin
    Hij namzijn paraplu.

sin

  1. (wiskunde),(afkorting) voorsinus


Nynorsk

  • sin
  • Afkomstig van het Oudnoorse voornaamwoordsinn.

sinm (3. persoon, mannelijke vorm, enkelvoud)

  1. zijn
    «Han tok hattensin til kollektbøsse.»
    Hij namzijn hoed als collectebus.

sin

  1. (wiskunde),(afkorting) voorsinus


Spaans

  • sin

sin

  1. zonder


Toki Pona

sin inSitelen Pona
  • sin

sin

  1. vernieuwen,opfrissen

sin

  1. nieuw,fris,extra


Zweeds

  • sin
  • Afkomstig van het Oudnoorse voornaamwoordsinn.
Naar frequentie181

sin,g

  1. zijn (derde persoon enkelvoud, bijvoeglijk, gemeenschappelijke vorm)

sin,m

  1. zijn (derde mannelijke persoon enkelvoud, bijvoeglijk, gemeenschappelijke vorm)

sin,v

  1. haar (derde vrouwelijke persoon enkelvoud, bijvoeglijk, gemeenschappelijke vorm)

sin,o

  1. zijn (derde onzijdige persoon enkelvoud, bijvoeglijk, gemeenschappelijke vorm)

sin,mv

  1. hun (derde persoon meervoud, bijvoeglijk, gemeenschappelijke vorm)
  • min (eerste persoon enkelvoud)
  • din (tweerde persoon enkelvoud)
Overgenomen van "https://nl.wiktionary.org/w/index.php?title=sin&oldid=4766820"
Categorieën:

[8]ページ先頭

©2009-2026 Movatter.jp