Om de fase in een zwangerschap uit te drukken zijn twee 'leeftijden' van belang (tweemeetschalen):[1]
depostmenstruele leeftijd (PML): de verstreken tijd sinds de eerste dag van de laatstemenstruatie. De zwangerschapsduur wordt meestal uitgedrukt als de postmenstruele leeftijd in weken. Als iemand "tien weken zwanger is", betekent dit dus over het algemeen dat de PML tien weken is. Gemiddeld vindt de bevalling plaats bij een PML van 40 weken. Aan het begin van de zwangerschap wordt op basis daarvan de datum bepaald waarop de bevalling naar schatting plaatsvindt (uitgerekende datum, in statistische termen deverwachtingswaarde van de datum van de bevalling).
deconceptionele leeftijd (in het Engelsfertilization age, ook aangeduid als de 'embryonale leeftijd' en later 'foetale leeftijd'): de leeftijd van een embryo bij een zwangerschap vanaf het moment van deconceptie (bevruchting). De conceptionele leeftijd wordt over het algemeen gebruikt in de beschrijving van de prenatale ontwikkeling van een foetus en in deneonatologie in het algemeen. Het moment van bevruchting wordt over het algemeen geschat op ongeveer twee weken na de eerste dag van de laatste menstruatie. Als iemand volgens de PML "tien weken zwanger is", is de conceptionele leeftijd dus over het algemeen acht weken. Gemiddeld vindt de bevalling plaats bij een conceptionele leeftijd van 38 weken.
Men kan de PML in eerste instantie meestal exacter vaststellen dan de conceptionele leeftijd. In een latere fase van de zwangerschap kan de conceptionele leeftijd beter worden bepaald dan in het begin, op basis van de grootte van de foetus.
InnestelingInnestelingEen intact menselijk embryo met een embryonale leeftijd van zes weken of een zwangerschapsduur van acht weken.
Deovulatie (eisprong) vindt gemiddeld twee weken na de eerste dag van eenmenstruatie plaats, als zwangerschap volgt dus bij een PML van twee weken. Binnen een etmaal daarna vindt dan debevruchting (conceptie) plaats, waarbij eenzaadcel eeneicel bevrucht, waardoor er eenzygote (bevruchte eicel) wordt gevormd. De zaadcel is over het algemeen afkomstig van eenejaculatie (zaadlozing) in devagina bijvaginale geslachtsgemeenschap, niet meer dan drie etmalen voor de bevruchting. Circa zes dagen na de bevruchting volgt deinnesteling, denidatie van het embryo (demorula) in hetbaarmoederslijmvlies van debaarmoeder. Na een bevruchting blijven daaropvolgende menstruaties uit. Eenzwangerschapstest is over het algemeen zinvol vanaf de dag dat de eerstvolgende menstruatie wordt verwacht: de test is, in het geval van zwangerschap, in het algemeen positief vanaf die dag of 1 à 2 dagen later. Eerder is de kans op eenfout-negatieve uitslag groot.
Voor de innesteling deelt de zygote zich in kleinere cellen, een klompjetotipotente (nog ongedifferentieerde) cellen dat zich excentrisch in deblastocyste bevindt. Circa zes dagen na de bevruchting, dus bij een PML van 3 weken, zijn er 16 tot 32 cellen en volgt deinnesteling (nidatie) van het embryo (demorula) in hetbaarmoederslijmvlies (endometrium).
Gedurende de eerste drie maanden van een zwangerschap, het eerste zwangerschapstrimester, voelt een deel van de aanstaande moeders zich vaak misselijk, en kan de geur van sommige levensmiddelen, bijvoorbeeld van koffie, als zeer onprettig worden ervaren. Het is mogelijk dat dezezwangerschapsmisselijkheid het embryo beschermt tegen stoffen die schade kunnen berokkenen.[bron?]
Tijdens de middelste drie maanden van een zwangerschap voelen de meeste aanstaande moeders zich beter.[bron?] Na ongeveer zestien weken kan de zwangere vrouw defoetus voelen bewegen (schoppen).
Gedurende de laatste drie maanden gaat het kind in de baarmoeder veel energie vragen: het groeit snel en neemt toe in gewicht. Daardoor voelen aanstaande moeders zich sneller moe. Een zwangere vrouw komt gemiddeld ongeveer twaalf kilo aan, sommigen tot 25 kilo, tijdens de zwangerschap. Slechts ongeveer een derde daarvan is het gewicht van het kind zelf.
De zwangerschap eindigt met de geboorte van het kind. Debevalling vindt plaats bij eenpostmenstruele leeftijd van gemiddeld 40 weken, dus een conceptionele leeftijd van gemiddeld 38 weken. Een "zwangerschapsduur" (PML bij de bevalling) tussen 37 en 42 weken wordt als normaal beschouwd. Dit wordt de "à terme periode" genoemd.
De foetus gaat op het eind van de zwangerschap het stresshormooncortisol aanmaken. Dit hormoon komt via deplacenta in het bloed van de zwangere vrouw. Onder invloed van dit hormoon en de hormonenoxytocine enprostaglandine worden deweeën opgewekt.
Na de geboorte van het kind kan het zes weken tot enkele maanden duren voordat de lichamelijke toestand van de vrouw weer enigszins is teruggekeerd tot die van vóór de zwangerschap. Deze periode heet 'ontzwangering' ofpuerperium.Borstvoeding speelt een positieve rol in dit proces.
Wanneer zwangerschap voorkomen dient te worden en men zich niet wilonthouden van seks, dan kan gebruik worden gemaakt vanvoorbehoedmiddelen. Bij ongewenste zwangerschap wordt somsabortus toegepast.
CytokineIL-10 is voor de aanleg van een gezonde zwangerschap en het voorkomen van vroeggeboortes nodig.
B-cellen hebben aan het begin van de zwangerschap een dempend effect op het afweersysteem en vergroten daarmee de tolerantie van het ‘lichaamsvreemde materiaal’ van het embryo dat voor de helft uit lichaamsvreemd materiaal van de partner bestaat.[2]
NK-cellen in de baarmoeder zorgen daar dat het embryo, dat voor de helft 'lichaamsvreemd' niet wordt afgestoten. Ook helpen de NK-cellen mee om de bloedvaten van demoederkoek meer open te zetten, zodat voeding het embryo beter bereikt. Onderzoek liet zien dat demenstruatie van een deel van de vrouwen diemiskramen hadden gehad een lager aantal NK-cellen bevatte, vergeleken met vrouwen die geen miskramen hadden gehad.[3]
Een vrouw in de zwangerschap is kwetsbaar. Bij alle vrouwen doen zich verschijnselen voor die een direct gevolg zijn van de zwangerschap. Dat kunnen zijn:
Een aantal zwangere vrouwen krijgt nog een bloeding op het moment dat hun volgende menstruatie had moeten komen. Deze bloeding wordt veroorzaakt door het bevruchte embryo dat zich innestelt in het baarmoederslijmvlies. Zo'n implantatiebloeding gaat doorgaans met minder bloedverlies en minder buikkrampen gepaard. Bloedverlies in het verdere verloop van de zwangerschap kan heel onschuldig zijn, maar men doet er toch goed aan in een dergelijk geval een arts te raadplegen. Het kan immers ook wijzen op een dreigendemiskraam, zeker als de bloeding hevig en pijnlijk is.
Problemen, ziekten en syndromen gedurende de zwangerschap
Naar schatting vijftien procent van de vastgestelde zwangerschappen eindigt in eenmiskraam. Van alle bevruchte eicellen gaat zelfs ongeveer 50% te gronde, maar meestal is dat al vóór de vrouw merkt dat ze zwanger is.
Ziekten en problemen die zich met betrekking tot de zwangerschap kunnen voordoen zijn:
Bekkenpijn (ook welbekkeninstabiliteit of symfysiolyse), pijn en instabiliteit in het bekken door weker en rekbaarder worden van verbindingen in het bekken.
Behalve bovenstaande problemen en ziekten, zijn er ook problemen die tijdens zwangerschap ontstaan of verergeren, maar die ook voorkomen zonder zwangerschap. Dat zijn bijvoorbeeldsuikerziekte, schildklierziekten:hyperthyreoïdie enhypothyreoïdie,stollingsstoornissen.
Normaal nestelt de bevruchte eicel zich in debaarmoeder of uterus. Nestelt de eicel zich ergens anders, dan spreekt men van eenbuitenbaarmoederlijke zwangerschap of 'extra-uteriene graviditeit'.
Zowelroken als het gebruik vanalcohol tijdens de zwangerschap kunnen nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid en ontwikkeling van het ongeboren kind. Toch blijft één op de vier vrouwen drinken en blijft ongeveer één op de vijf zwangere vrouwen roken.[4][5][bron?]
Alcohol dringt door de placenta en kan daardoor defoetus beschadigen in alle stadia van de zwangerschap. Kinderen die zijn blootgesteld aan alcohol tijdens de zwangerschaphuilen meer,slapen slechter, reageren trager en kalmeren ook langzamer na opwinding. Ze hebben gemiddeld een lagerIQ, meerleerstoornissen en sociale problemen. Zelfs consumptie van minder dan één glas alcohol per dag kan leiden tot een verhoogde kans op groeiafwijkingen, een miskraam endoodgeboorte.[6]
Blootstelling aan dagelijkse hoge alcoholdoseringen tijdens de ontwikkeling van de foetus kan leiden tot hetfoetale-alcoholsyndroom (FAS). FAS-kinderen hebben een groeiachterstand, afwijkendegelaatskenmerken enneurologische afwijkingen. Gerelateerde aandoeningen zijn Alcohol-Related Neurodevelopmental Disorder (ARND) en Alcohol-Related Birth Defects (ARBD).[6] ARND lijkt op FAS, maar dan zonder de uiterlijke kenmerken en ARBD betreft lichamelijke afwijkingen zoalshart-,bot- enorgaanproblemen.
Giftige stoffen die worden geïnhaleerd door roken of meeroken, zoalsnicotine,cadmium enkoolmonoxide, beïnvloeden de groei van de vrucht. Nicotine leidt tot vaatvernauwing en koolmonoxide neemt in het bloed de plaats in vanzuurstof.[5] Daardoor krijgt de vrucht minder bloed, dus minder voedingsstoffen, en minder zuurstof. Mede daardoor is het geboortegewicht van de baby van rokende vrouwen gemiddeld 250 gram lager. Een lager geboortegewicht geeft ook een grotere kans op perinatale sterfte van het kind. Roken leidt ook tot verhoogde kans op onvruchtbaarheid: bij rokende vrouwen is de tijd tot de conceptie gemiddeld 30% langer dan bij niet-rokende vrouwen. Roken tijdens de zwangerschap vergroot de kans op een miskraam of vroeggeboorte. In het eerste levensjaar van de baby is de kans op luchtweginfecties en wiegendood groter.
Cadmium veroorzaakt dikkere basaalmembranen om kleine bloedvaten, in degonaden en ook in deplacenta, bijgevolg wordt de uitwisseling van voedingstoffen en het metabolisme voor de foetus bemoeilijkt. Door de schade in de gonaden zijn er minder gezonde sperma- en ei-cellen.
Zelfs de kleinkinderen van vrouwen die roken tijdens de zwangerschap kunnen hier nog schade van ondervinden, namelijk een hogere kans op astma en een slechtere longfunctie. Dit geldt vrijwel uitsluitend voor de kleinzoons, van wie de oma aan de kant van hun moeder rookte tijdens de zwangerschap. De relatie van grootmoeder via de moeder hangt samen met het feit dat eicellen in een vrouwelijk embryo al tijdens de zwangerschap worden aangelegd. Zaadcellen ontstaan pas in en na depuberteit.[7]
HetVoedingscentrum heeft een lijst van voedingsmiddelen opgesteld die vrouwen tijdens de zwangerschap beter niet kunnen eten met onder andere rauw vlees, rauwmelkse kaas, roofvissen, geneeskrachtige kruiden, drop.[8] Tijdens de zwangerschap kunnen de eetgewoonte drastisch veranderen. De drang naar zoet, en soms weer zuur voedsel wordt groter. Uit onderzoek van de Queens Mary Universiteit is gebleken dat vrouwen die tijdens hun zwangerschap veel suikerhoudende producten eten, meer kans hebben dat het kind te kampen krijgt luchtwegproblemen, zoalsastma enstofallergie.[9] Een ander gevolg van deze verandering is dat deze toename van zoete en/of zure producten een negatieve impact kan hebben op het gebit. Dit heeft als gevolg dat hettandglazuur aangetast kan worden. Dit verhoogt de risico op gaatjes en tanderosie. Experts in tandheelkunde geven dan ook aan dat het van uiterst belang is dat er extra aandacht wordt besteed aan de verzorging van het gebit tijdens de zwangerschap.[10]
Tijdens het eerste trimester van de zwangerschap kan de vrouw last hebben vanmisselijkheid,braakneigingen ofvermoeidheid. Deze factoren kunnen ervoor zorgen dat de zin of hetplezier invrijen vermindert. Ook moeten sommige vrouwen vakerplassen, een gevoel dat tijdensgeslachtsgemeenschap nog kan worden versterkt. Het feit dat deborsten gevoeliger worden, maakt dat sommige vrouwen het aanraken ervan onprettig vinden. Anderen vinden juist seksueel genot in deze verhoogde gevoeligheid.
Veel van de ongemakken uit het begin van de zwangerschap, verdwijnen in het tweedetrimester. Devagina wordt breder en produceert meer vocht, dat lichtjes vangeur verschilt ten opzichte van vroeger. Veel vrouwen voelen zich in deze periode sneller of vakeropgewonden.[bron?]
Het is een wijdverbreid misverstand dat vrijen tijdens de laatste fase, het derde trimester van de zwangerschap aanleiding zou kunnen geven tot een te vroege geboorte. Uit onlangs verschenen rapporten blijkt dat deze veronderstelling onjuist is.[bron?] In gevallen dat vrijen een oorzaak leek te zijn van een vervroegde bevalling, bleek de werkelijke oorzaak vaak een infectie in de vagina te zijn. Als er geen sprake was van ziekmakendemicro-organismen in de vagina, leek eerder het tegendeel waar te zijn: meer vrijen leidde dan juist tot minder vroeggeboorten.
Het vrijen in demissionarishouding, waarbij de man op de vrouw ligt, kan echter wel door de dikke buik bemoeilijkt worden. Borststimulatie kan resulteren in de afscheiding van biestmelk ofcolostrum, wat volkomen normaal is maar door sommige koppels als storend wordt ervaren. Soms raadt dearts geslachtsverkeer af. Dit gebeurt meestal indien er zich ernstige problemen voordoen tijdens de zwangerschap.