Movatterモバイル変換


[0]ホーム

URL:


Naar inhoud springen
Wikipediade vrije encyclopedie
Zoeken

Zinkvinger

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een zinkvingerproteïne, dat uit eenα-helix en een antiparallelleβ-sheet-structuur bestaat. Het groen weergegeven zinkion wordt door tweehistidine- encysteïne-resten gebonden met eendonor-acceptorbinding.
Detranscriptiefactor Zif268 (blauw) bevat drie met elkaar verbonden zinkvingers en bindt bij dit voorbeeld aan het DNA (oranje). De donor-acceptorgebonden aminozuurresten om de zinkionen (groen) zijn geaccentueerd.

Eenzinkvinger is eenstructuurmotief ineiwitten met een zinkion (Zn2+). Het zinkion stabiliseert deeiwitvouwing. Depolypeptideketen vormt door het zinkion een lusvormige structuur: de zogenoemde zinkvinger, die een specifieke wisselwerking kan hebben met hetDNA ofRNA.[1] De zinkvinger werd in 1985 doorAaron Klug ontdekt bij detranscriptiefactor IIIA in deoöcyten van deklauwkikker (Xenopus laevis).[2] Gedacht werd dat de DNA-bindingslus gevormd door de donor-acceptorbinding van deliganden vingers vertegenwoordigden, vandaar de naam zinkvingers.[3]

Sinds de ontdekking en opheldering van de zinkvingerstructuren blijken ze alomtegenwoordig te zijn. Zo komen ze bijvoorbeeld voor bij 3% van de menselijkegenen.[4]

De zinkvingereiwitmotieven zijn hoofdzakelijk aan DNA bindende eiwitmotieven. Daarom zijn het meestaltranscriptiefactoren. Ook zijn er RNA-bindende zinkvingereiwitten bekend. Tot de zinkvingereiwitmotieven behoren echter ookreceptoren voorsteroïdhormonen.

Bouw

[bewerken |brontekst bewerken]

Zinkvingereiwitten hebben ten minste een zinkvingereiwitmotief, dat zich om een centraal zinkion vouwt. Hierbij vormt het zinkion door zijn volled-orbitaalschil sterke wisselwerkingen met de zwavel-, stikstof- of zuurstofatomen van deaminozuurresiduen (meestalcysteïne enhistidine). Hierdoor ontstaat eentetraëdrischedonor-acceptorbinding. Het zinkion is er ook verantwoordelijk voor, dat relatief kleine delen van eenpolypeptidebinding zo gestabiliseerd worden, dat zij een wisselwerking met de nucleïnezuren kunnen aangaan.[5] Daar zink maar één stabiel oxidatieniveau heeft, kan het in de cel geen ongewenste reactieskatalyseren.

Bij een transcriptiefactor bindt de eiwitlus, die in het midden telkens twee cysteïne- en twee histidineresten rond het centrale Zn2+-ion heeft (Cys2His2-zinkvingereiwit), aan een bepaaldebase van de grote groeve van deDNA-dubbele helix. Zinkvingereiwitten kunnen ook uit vier of zes zinkbindende cysteïne-resten bestaan (Cys4- respectievelijk Cys6-zinkvingereiwit).

Het zinkvingereiwitmotief bestaat altijd uit een donor-acceptorbindingsequentie, die per soort zinkvingereiwitmotief verschillend kan zijn.

Structuren

[bewerken |brontekst bewerken]

De volgende tabel[6] toont verschillende zinkvingerstructuren met hun kenmerkende eigenschappen:

VouwingsgroepRepresentatieve structuurPlaatsligand
Cys2His2Twee liganden vormen een gewricht (knuckle) en de andere twee liganden vormen deC-terminus van eenhelix.
Gag knuckleTwee liganden vormen een gewricht en de andere twee liganden vormen een korte helix of lus.
Treble clefTwee liganden vormen een gewricht en de andere twee liganden vormen deN-terminus van een helix. (In de vorm van eenvioolsleutel)
Zinc ribbonTwee liganden vormen twee gewrichten.
Zn2/Cys6Twee liganden vormen de N-terminus van een helix en de andere twee liganden vormen een lus.
TAZ2-eiwitmotief-achtigTwee liganden vormen de termini van twee helices.
Short zinc‐binding loopsKorte zinkbindingslussen, die voorkomen in de grotere eiwitten en beschouwd kunnen worden als kleine, afzonderlijke eiwitmotieven. Ze bestaan ten minste uit drie liganden, die in de betreffendesequentie dicht bij elkaar liggen en geen deel uitmaken van de secundaire structuurelementen.
MetallothioneïnenBèta-E-eiwitmotief vangewone tarwe. Ec-1-metallothioneïne gebonden aan zinkionen. Cysteïnen in geel, zink in paars.


Bronnen, noten en/of referenties
  1. G. Thiel, M. Lietz:Regulator neuronaler Gene: Zinkfingerprotein REST. In:Biologie in unserer Zeit. 34 (2004), S. 96–101.DOI:10.1002/biuz.200410244
  2. J Miller, A D McLachlan, and A Klug. Repetitive zinc-binding domains in the protein transcription factor IIIA from Xenopus oocytes. EMBO J. 1985 June; 4(6): 1609–1614. PMCID: PMC554390
  3. (1987).Zinc fingers: a novel protein fold for nucleic acid recognition.Cold Spring Harbor Symposia on Quantitative Biology52: 473–82.PMID3135979.DOI:10.1101/sqb.1987.052.01.054.
  4. (2010).The discovery of zinc fingers and their applications in gene regulation and genome manipulation.Annual Review of Biochemistry79: 213–31.PMID20192761.DOI:10.1146/annurev-biochem-010909-095056.Gearchiveerd op10 juli 2019. Geraadpleegd op26 mei 2017.
  5. D. Voet, J. Voet, C. Pratt:Lehrbuch der Biochemie. 2. Auflage. Wiley-VCH, Weinheim 2010,ISBN 978-3-527-32667-9, S. 177.
  6. (January 2003).Structural classification of zinc fingers: survey and summary.Nucleic Acids Research31(2): 532–50.PMID12527760.PMC140525.DOI:10.1093/nar/gkg161.
Mediabestanden
Zie de categorieZinc fingers vanWikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.
Overgenomen van "https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Zinkvinger&oldid=67468920"
Categorie:

[8]ページ先頭

©2009-2026 Movatter.jp