| Fürstentum Reuß jüngerer Linie | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| |||||
| Symbolen | |||||
| |||||
| Kaart | |||||
| Algemene gegevens | |||||
| Hoofdstad | Gera | ||||
| Oppervlakte | 827 km² | ||||
| Bevolking | 139.210 (1910) | ||||
| Religie | Protestants | ||||
| Munteenheid | Mark | ||||
| Politieke gegevens | |||||
| Regeringsvorm | Monarchie | ||||
| Staatshoofd | Vorst | ||||
| Dynastie | Huis Reuss | ||||
| |||||

Reuss jongere linie (ook welReuss-Schleiz-Gera, DuitsReuß jüngere Linie) was een vorstendom in het oosten van de huidige Duitse deelstaatThüringen dat bestond van1848 tot1919 en werd tot1918 geregeerd door de gelijknamige tak uit hethuis Reuss. Daarna was het eenvolksstaat. De hoofdstad wasGera.
Het vorstendom ontstond toen in 1848 alle gebieden die werden bestuurd door verschillende takken van de jongere linie van hetHuis Reuss in één staat werden verenigd. MetHendrik XXX was in1802 de takReuss-Gera uitgestorven. De andere takken van de jongere linie,Reuss-Schleiz,Reuss-Lobenstein enReuss-Ebersdorf regeerden Gera en Saalburg hierna gezamenlijk, waarbij ze respectievelijk 50%, 25% en 25% van de inkomsten ontvingen. In1824 stierf metHendrik LIV ook de tak Reuss-Lobenstein uit. Hun territorium kwam toe aan de tak Reuss-Ebersdorf en werdReuss-Lobenstein-Ebersdorf. De laatste regerende vorst uit die tak,Hendrik LXXII, deed op1 oktober1848 afstand ten gunste vanHendrik LXII van Reuss-Schleiz, de enig overgebleven tak van Reuss jongere linie. Sindsdien staat het gebied bekend als het vorstendom Reuss jongere linie, maar werd vanwege de twee gebieden waaruit de staat bestond ook wel Reuss-Schleiz-Gera genoemd.
Reuss j.l. was evenals zijn voorgangers lid van deDuitse Bond en van deZollverein. Reeds een dag na de vereniging was een constituerendelanddag bijeengekomen die besloot tot de grond- en kieswet van1849 en de gemeentewet van1851. De eerste constitutionele landdag van dat jaar voerde een nieuwe kieswet in met indirecte verkiezingen en indeling naar stand. De voornamelijk uit bossen bestaandedomeinen behoorden sinds 1854 exclusief aan het vorstenhuis en vormden met een eigen bestuur een soort staat binnen de staat.
Hendrik LXII werd na zijn dood in1854 opgevolgd door zijn broerHendrik LXVII. Onder diens reactionaire bewind werd door staatsministerEduard Heinrich von Geldern-Crispendorf (1855-1862) de constitutie in1856 in conservatieve zin gewijzigd. Pas onder zijn opvolgerAndreas Paul Adolph von Harbou (1862-1877) kon dit weer worden teruggedraaid.
Het land bleef in dePruisisch-Oostenrijkse Oorlog van1866 aanvankelijk neutraal, maar trad reeds op26 juni van dat jaar vrijwillig toe tot deNoord-Duitse Bond. Door eenmilitaire conventie ging in1867 het soeverein recht op het gebied van defensie opPruisen over. Reuss j.l. verloor hiermee ook het recht buitenlandse politiek te bedrijven.
OnderHendrik XIV trad het vorstendom in1871 toe tot hetDuitse Keizerrijk. In deBondsraad liet het zich vertegenwoordigen door hetgroothertogdom Saksen-Weimar-Eisenach. Met de gerechtelijke reorganisatie van het Rijk kreeg het in1877 te Gera eenarrondissementsrechtbank.
Sinds de kiesrechthervorming van 1871 bestond de landdag uit 16 afgevaardigden, van wie er één door de vorst vanReuss-Köstritz werd benoemd, drie door de hoogst aangeslagenen en twaalf door de overige mannelijke burgers. Dit werd ter verdediging tegen desociaaldemocraten in1912 echter gewijzigd door het aantal afgevaardigden uit algemene verkiezingen van 12 naar 17 te verhogen. Tegelijkertijd werd echter ook een kiesstelsel ingevoerd dat aan een persoon afhankelijk van inkomen, leeftijd en opleidingsniveau tot vijf stemmen toekende.
Hendrik XIV werd na de troonsbestijging van de zwakzinnigeHendrik XXIV inReuss oudere linie in1902 ook regent van dat land. Hij werd als zodanig in1908 opgevolgd door zijn zoonHendrik XXVII. In1913 volgde hij zijn vader ook als vorst op in Reuss jongere linie.
Hendrik XXVII deed in deNovemberrevolutie op11 november1918 in beide staten afstand van de regering. Reuss j.l. werd een volksstaat en ging in1919 samen met de oudere linie op in devolksstaat Reuss, die zich echter in1920 bijThüringen aansloot.
Reuss j.l. kende sinds1863 vrijheid van uitoefening van een ambacht. Het bezat met Gera het centrum van detextielindustrie in Oost-Thüringen. In1891 waren er 62 textielfabrieken met een omzet van 50 miljoen mark en 10.834 arbeiders. Verder werden in Gera machines geproduceerd.
Door de sterk groeiende textielindustrie nam de bevolking in het district Gera tussen 1871 (40.721 inwoners) en 1900 (99.594 inwoners) met 144,3% toe. Rond de eeuwwisseling begon echter een periode van stagnatie.
Het land omvatte de hoofdstadGera en de stedenKöstritz,Ebersdorf,Schleiz,Lobenstein,Saalburg,Tanna enHirschberg en deexclavesTriebes,Hohenleuben enPohlen.
ZieHuis Reuss voor een uitleg over de nummering van de vorsten.