

Vertinnen is het aanbrengen van een dun laagjetin op een metalen voorwerp.[1]
Hoewel vertinnen het metaal beter beschermt tegencorrosie is dit niet het hoofddoel. Belangrijker zijn de verdraagzaamheid metlevensmiddelen, zoals die inblik en de verwerkbaarheid bij hetsolderen.
Meestal worden voorwerpen vanstaal,koper ofkoperlegeringen vertind.
Het vertinnen kan op vier manieren gebeuren.
Hierbij wordt het te vertinnen voorwerp gedompeld in een bad met gesmolten tin. Bij het verwijderen van het voorwerp uit het bad blijft een laagje tin aan het oppervlak van het voorwerp kleven. Deze methode stamt al uit de oudheid en wordt nu veel toegepast bij het aanbrengen van een laagje tin op blikstaal. Hobbymatig wordt te verwijderen tin met eensoldeerbout overgebracht op koperdraad.[2]
Door het dompelen ontstaan legeringslaagjes op de grens met het verzinkte metaal, die voor een zeer goede hechting zorgen.
De legeringslagen die zich vormen zijn, van binnen naar buiten, de gammadubbellaag, de deltalaag en de zètalaag:
De potentiaal van de lagen wordt kleiner naarmate men dichter bij het buitenoppervlak komt, zodat dekathodische werking toeneemt en de buitenste lagen de meeste bescherming bieden.

Bij hetgalvaniseren wordt het voorwerp ook gedompeld in een bad, maar wordt gebruik gemaakt vanelektriciteit om een voorwerp te bedekken met een laagje tin. Met de opkomst van het galvaniseren is het dompelen op de achtergrond geraakt. Met galvanisatie kunnen zeer dunne laagjes van enkeleµm zink aangebracht, waardoor er minder zink nodig is dan bij het dompelen.[3] In de levensmiddelenindustrie wordt vertinning door galvaniseren en in de elektro- enelektronica- en printplaatindustrie veel toegepast.
Tinbaden zijn er ook in verschillende soorten. Men kent zure baden op basis van zwavelzuur, methaansulfonzuur en polysulfonzuur, daarnaast worden recepturen gebruikt op basis van tetrafluoboraat en zijn er alkalische processen (de stannaat baden).
Met de behoefte om loodvrije "soldeerlagen" te maken is er een keur aan tinlegeringsbaden ontstaan. Hierbij kan men denken aan Sn/Ag, Sn/Bs, Sn/Cu, Sn/Sb enzovoort.
Sn/Co en Sn/Ni hebben een decoratieve toepassing en staan bekend als chroomvervangers. Sn/Co heeft een antracietachtige verkleuring, Sn/Ni een roze-achtige (houd maar eens een wit papier achter een verchroomde sierradiator voor de badkamer).
Tin kan ook door uitwisseling worden neergeslagen. Door substraatmetaal (bijvoorbeeld koper of aluminium) op te lossen, komen elektronen vrij, die gebruikt worden om tinionen te neutraliseren tot metallisch tin. Deze technologie wordt in hoofdzaak in de elektronica toegepast, met name wegens de (vermeende) efficiëntie en de lage kostprijs. Technische nadelen hebben de technologie echter inmiddels weer tamelijk naar de achtergrond gedrukt.
Bij deze vertinmethode wordt galvanisch vertinnen gevolgd door een hittebehandeling, waarbij de tinlaag tot smelten gebracht wordt. Hierbij worden de voordelen van galvanisch vertinnen en thermisch vertinnen gecombineerd: dunne tinlaagjes met vorming van legeringslaagjes.
Chemisch vertinnen wordt toegepast bij het vertinnen van koperplaten. Koperplaten worden hiervoor in een oplossing van een tinzout, zoalstinsulfaat,zwavelzuur enthio-ureum metglansmiddelen enoppervlakte-actieve stoffen gedompeld. De tinlaag is hierbij zeer glad en heeft een dikte van enkele µm.[4] Door de dunne tinlaag verandert na langere tijd de tinlaag in een kopertinlegering.[4]