Movatterモバイル変換


[0]ホーム

URL:


Naar inhoud springen
Wikipediade vrije encyclopedie
Zoeken

Taeke Jitze Botke

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Taeke Jitze Botke (Nijmegen,28 juli1901 -Bommerig,3 januari1990) was een van oorsprongFriesetandarts,verzetsman,schrijver enkunstverzamelaar die het grootste deel van zijn leven inMaastricht en omgeving woonde.[1] Hij is vooral bekend als schrijver van een boekje over zijn kampervaringen tijdens deTweede Wereldoorlog en als de belangrijkste verzamelaar van schilderijen vanPyke Koch.

Biografische schets

[bewerken |brontekst bewerken]

Taeke Botke werd in 1901 geboren als zoon van de Friese onderwijzer (later leraar),botanicus enheemkundigeJacob Botke (1877-1939)[2] en zijn eveneens Friese echtgenote Blijke de Groot (1882-1965). Het echtpaar had één ander kind, Lijsbet Botke (1904-1988), die in 1932 huwde met de civiel ingenieur Johan Adrianus Gerard van der Steur (1899-1966), jongste zoon van degelijknamige Delftse hoogleraar en architect. Het gezin woonde rond de eeuwwisseling in Nijmegen, waar vader Botke als onderwijzer werkzaam was, maar verhuisde later naarGroningen.[3]

Taeke Botke studeerdetandheelkunde aan deUniversiteit van Utrecht. In die jaren ontstonden enkele belangrijke vriendschappen, onder andere met de kunstenaarPyke Koch, de kunsthistoricus en musicus Hans Philips en deAntilliaanse schrijverCola Debrot.[4] Na zijn studie vestigde hij zich in 1926 als tandarts in Maastricht, aanvankelijk op het adresMaastrichter Brugstraat 14. Later dat jaar nam hij de praktijk van dokter Smeets over, gevestigd in de oude Wolwaag, op de hoek van hetOnze Lieve Vrouweplein en deBredestraat.

Bredestraat 5 (midden) in 1962, in de tijd dat Botke hier woonde

Tijdens deTweede Wereldoorlog was Botke actief in hetverzet, waarschijnlijk daartoe aangemoedigd door deEijsdense graaf Rafaëlde Liedekerke de Pailhe (geboren in 1903, in oktober 1943 inUtrecht gefusilleerd). Hij hielp onder meergeallieerde piloten, die in Nederland en België gestrand waren, naar Zwitserland te ontkomen (het zogenaamdeHannibalspiel). Waarschijnlijk belandde hij om die reden in 1943 in de gevangenis en verbleef hij achtereenvolgens in deconcentratiekampenVught,Ravensbrück enSachsenhausen.

Na de oorlog (in elk geval vanaf 1950) vestigde Botke zich in een groot pand aan deBredestraat, waar hij praktijk hield en op grote voet leefde. Botke gold als tandarts van debeau-monde, met patiënten die bereid waren vanuit Amsterdam, België en Duitsland naar Maastricht te reizen.[5] Naast een assistente had hij tevens eendienstbode en eenbutler. In het kapitale pand vonden regelmatig extravagante feesten plaats, waarvoor met name liberale adellijken en kunstenaars werden uitgenodigd. Met de katholieke burgerij van Maastricht had Botke weinig op. In 1952 besteedde het bladElegance drie pagina's aan een van zijn feesten.[6] Door de buitenwereld werd hij gezien als een excentriekesnob, een mengeling vanaristocraat enbohemien.[5]

Botke had weinig belangstelling voor het werk van leden van deLimburgse Kunstkring, maar onderhield vriendschappelijke contacten met de kunstenaarskolonie vanKasteel Oost inOost-Maarland, onder anderen metTeun Roosenburg, Jopie Goudriaan enNicolaas Wijnberg. Ook met de Amsterdamse kunstwereld had hij goed contact. Zo hielp hijWillem Sandberg, conservator, later directeur van hetStedelijk Museum, in maart 1943 onderduiken.[7] Verder was hij zijn leven lang bevriend met demagisch realistPyke Koch, die hij tijdens zijn studiejaren in Utrecht had leren kennen. Wegens KochsNSB-lidmaatschap en zijn welwillende houding ten aanzien van hetfascisme, had hij eind 1950 (nadat zijn zaak eerder geseponeerd was) een beroepsverbod van één jaar opgelegd gekregen, wat inhield dat hij niet mocht tentoonstellen. In 1951, dus nog tijdens de periode van uitsluiting, stelde Botke zijn huis in Maastricht ter beschikking voor een tentoonstelling. Aangezien Botke als voormalig geïnterneerde beschouwd werd als politiek 'goed', leidde deze overtreding niet tot een formele reactie. Waarschijnlijk waren het Botkes goede contacten met Willem Sandberg, die in 1955-56 leidden tot een kleineoverzichtstentoonstelling van Koch in het Stedelijk.[8]

Rond 1965 kocht Botke een oude boerderij in het landelijk gelegenBommerig (bijMechelen). De restauratie van het monumentale pand was een kostbaar en ingrijpend project. Vanaf midden jaren 70 woonde hij permanent in Bommerig. Zijn buurman daar wasNico Wijnberg, die in die jarenscenografie doceerde aan deJan van Eyck Academie. De laatste jaren van zijn leven leefde Botke teruggetrokken in zijn huis in Bommerig, waar hij in 1990 overleed.

Nalatenschap

[bewerken |brontekst bewerken]

Bibliografie

[bewerken |brontekst bewerken]

In 1966 verscheen bij uitgeverij Leiter-Nypels in Maastricht het boekjeVergeet het toch maar met luchtig opgetekende kampmemoires van Botke. Hierin beschreef hij hoe hij als tandarts een enigszins bevoorrechte positie binnen de diverse kampen verwierf. Ook vermeldde hij homoseksuele relaties binnen de kampen, hoewel hij die nooit op zichzelf betrok. Over zijn aandeel in het verzet repte hij niet. In 1978 verscheen een herziene en aangevulde heruitgave bij deErven Thomas Rap onder de titelHet Revier.[9]

Kunstverzameling

[bewerken |brontekst bewerken]
Pyke Koch voor zijn schilderijDe oogst, in 1953 geschilderd voor Botke. De foto is gemaakt in 1955, wat mogelijk betekent dat dit in de witte salon van Botkes huis is

De kunstcollectie van Taeke Botke bestond uit antieke meubelen en kunstvoorwerpen, achttiende-eeuwse schilderijen en een twintigtal werken van Pyke Koch. Daarnaast verzamelde hij andere eigentijdse kunstenaars, onder anderenKees van Dongen,Melle Oldeboerrigter,Jan Roëde,Constant Permeke,Ossip Zadkine,Massimo Campigli enGino Severini.[10] De verzameling in het statige pand aan de Bredestraat was op afspraak te bezichtigen.[11] Ook na zijn permanente verhuizing naar Bommerig, trachtte Botke zijn collectie een museale status te geven, maar dit werd om diverse redenen geweigerd.[12]

Botke was de belangrijkste verzamelaar van Pyke Kochs werk; hij bezat uiteindelijk 24 van diens schilderijen, bijna een kwart van het totale oeuvre.[4] Zijn eerste aankoop was waarschijnlijkBertha van Antwerpen (1931), eigenlijk een portret vanAsta Nielsen als prostituee. Omstreeks 1935 bezat Botke acht schilderijen van Koch. In dat jaar kocht hij het schilderijAnna (1933-35), thans in hetCentraal Museum inUtrecht. De kunsthistoricusCarel Blotkamp schat dat Botke voor dit schilderij vijftienhonderd tot tweeduizend gulden betaalde, voor die tijd een hoge prijs.[13]

Na de oorlog sloten Botke en Koch eengentleman's agreement, waarbij de eerste aan de laatste een jaargeld beloofde uit te betalen met daaraan verbonden het eerste recht van aankoop. Mogelijk werd dit ingegeven door Koch's precaire financiële situatie als gevolg van zijn 'foute' oorlogsverleden. Koch maakte ook enkele werken in opdracht voor de witte salon in het huis van Botke, waaronder het grote schilderijDe oogst uit 1953 (afmetingen: 200 x 260 cm).[14] Verder bezat Botke zeker twee van de zeven portretten vanJohanna Charlotte van Boetzelaer, waarvan één thans onderdeel vormt van deCaldic collectie.

Bij de solotentoonstelling van Koch in het Stedelijk Museum in 1955 (tegelijk metKarel Appel!) zijn 11 van de 14 schilderijen afkomstig uit Botkes collectie. In 1966 in hetGemeentemuseum Arnhem zijn dat er 22 van de 31. Bij deze laatste expositie raakt het doekMercedes de Barcelona uit de collectie van Botke beschadigd. Na de restauratie verkoopt Botke het doek aan het Arnhemse museum. In 1973 verkoopt hijBertha van Antwerpen enStaande schoorsteenveger II aan hetGemeentemuseum Den Haag. In 1982 komt het tot een definitieve breuk tussen Botke en Koch, als de eerste zijn bruiklenen voor een grote reizende tentoonstelling in Parijs, Luik en Arnhem op het laatste moment terugtrekt. Daarna schenkt hij diverse werken aan familie, vrienden en verzorgers. De resterende zeven Kochs worden in 1988 bijChristie's geveild. Geen enkel schilderij is in Maastricht terechtgekomen; wel zijnDe vier seizoenen uit de witte salon in 1980 in hetBonnefantenmuseum te zien geweest.[15]

Overige

[bewerken |brontekst bewerken]

De Limburgse schilder en glazenierDaan Wildschut portretteerde Botke bij gelegenheid van zijn 45e verjaardag in 1948, gekleed in een rode gebloemdekimono en ontspannen zittend in zijn salon vol kunst en antiek. Het schilderij behoort tot de collectie van het Stedelijk Museum in Amsterdam, maar is in langdurige bruikleen afgestaan aan hetGemeentemuseum Weert.[16]

Bronnen, referenties

[bewerken |brontekst bewerken]
  • Kicken, Dorien, 'Taecke Botke en Pyke Koch - A gentlemen's agreement'. In:P. Fransman, N. Gast, S. Huijts (red.) (2000):De estafette. Kijken naar honderd jaar beeldende kunst in Limburg, pp. 178-191. Stichting Kunsthistorisch Onderzoek en Presentatie Limburg, Sittard.ISBN 90-75883-10-2
  • A. Witte (2014): 'Stilistisch fout, moreel fout, persoonlijk fout?' (boekbespreking van C. Wesselink:Kunstenaars van deKultuurkamer: geschiedenis en herinnering) op websiteBoekman #100, p. 125 (online PDF)
  • onbekende auteur:Gepubliceerde memoires als onderdeel van de Nederlandse herinneringscultuur van Ravensbrück (masterthesis), pp. 56-61 (online PDF)
  • Diverse bijdragen (o.a. vanAd van Iterson) over Taeke Botke opForum MestreechOnline
  1. Overlijdensbericht. De Telegraaf (8 januari 1990). Geraadpleegd op16 december 2023 – via Delpher.
  2. Jacob Botke geldt als bedenker van de naamStinsenplant. Zie ook:Botke, J. (1932):De Gritenij Dantumadiel, deel 25 in de Fryske Bibleteek, uitgeverij Kamminga, Dokkum.
  3. 'Persoonskaart Taeke Jitze Botke' op websitePondes.nl.
  4. abC. Blotkamp, 'Koch, Pieter Frans Christiaan (1901-1991)', in:Biografisch Woordenboek van Nederland.
  5. abKicken (2000), p. 179.
  6. Zie o.a.Ad van Iterson: 'Taecke Botke I & II' (column 'Impassant'), in:Dagblad De Limburger, 25-07-2009 en 01-08-2009 (online tekst).
  7. Kicken (2000), p. 182.
  8. Witte (2014), p. 125.
  9. Herberghs, L. (1966): 'Tanden trekken zonder pijn' (boekrecensieVergeet het toch maar), in:Limburgs Dagblad, 10-11-1966, p. 18 (online versie).
  10. Kicken (2000), p. 180.
  11. Zie advertentie inLimburgsch Dagblad, 10-12-1971 (online versie).
  12. Kicken (2000), p. 187.
  13. Het schilderij werd in 1988 bijChristie's geveild voor ruim driehonderdduizend gulden. Zie'Presentatie "Anna" van Pyke Koch', opcentraalmuseum.nl.
  14. Kicken (2000), pp. 182-183.
  15. Kicken (2000), pp. 184-188.
  16. Kicken (2000), p. 185.
Bibliografische informatie
Overgenomen van "https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Taeke_Jitze_Botke&oldid=68580778"
Categorieën:

[8]ページ先頭

©2009-2025 Movatter.jp