Een oude naam voor Sumatra was "Swarna Dwipa" (Sanskriet voor "Eiland van Goud"), waarschijnlijk door de zeer vroege export vangoud uit de mijnen van de Sumatraanse hooglanden.
Door de ligging aan de Indiaas-Chinese handelsroutes ontstonden vooral aan de oostkust verschillende handelssteden. Hierdoor werden ook invloeden van Indiase religies meegebracht naar Sumatra. Het bekendste voorbeeld isSrivijaya, een boeddhistische monarchie met het huidigePalembang als centrum. Door handel en veroveringen domineerde dit koninkrijk de regio in de 7e-9e eeuw en werd de verspreiding van de Maleise cultuur op Sumatra, het Maleise Schiereiland en West-Borneo (Kalimantan) bevorderd. De invloed van het koninkrijk strekte zich echter niet veel verder uit dan de kustgebieden.
De invloed van het Srivijaya-koninkrijk nam af in de 11e eeuw. Het eiland werd herhaaldelijk binnengevallen vanuitJava, door Javaanse koninkrijken: eerstSingasari en laterMajapahit. Tijdens deze periode deed ook deislam zijn intrede, die werd verspreid door contacten met Arabische en Indiase handelaren.
In de late 13e eeuw bekeerde de heerser van het Samudra-koninkrijk (nuAtjeh, de noordelijke provincie van Sumatra, in de Indonesische spelling "Aceh") zich tot de islam. De naam "Samudra" werd doorIbn Battuta uitgesproken als "Sumatra", vandaar de naam van het eiland. Samudra werd opgevolgd door het machtigeSultanaat Atjeh. Met de komst van de Nederlanders werden de vele Sumatraanse prinsdommen geleidelijk onder Nederlands gezag ondergebracht. Atjeh was het belangrijkste obstakel, gezien de lange en dureAtjeh-oorlog (1870-1905). In het begin van de twintigste eeuw werd Atjeh aan het Nederlandse gezag onderworpen. Tot 1914 werden nog militaire campagnes uitgevoerd en ook daarna bleef het onrustig in Atjeh.
In 1945/1949 werd Sumatra onderdeel van deRepubliek Indonesië. De nationalisten van Atjeh erkenden desoevereiniteit vanDjakarta echter niet. De lont ging in het kruitvat toenpresident Soekarno in 1953 besloot Atjeh bestuurlijk samen te voegen met Noord-Sumatra. Een opstand liep uit op eenguerrilla-oorlog, die duurde totdat Atjeh in 1959 weer een speciale status kreeg.
De dichtstbevolkte regio's zijn het grootste deel van Noord-Sumatra en de centrale hooglanden van West-Sumatra. De grootste stedelijke centra zijnMedan enPalembang.
De westkust van Sumatra wordt vooral bewoond door deMinangkabau. De hooglanden in Noord-Sumatra worden bewoond door deBatak, een aantal aan elkaar verwante volkeren met elk hun eigen taal. De bekendste groep is de Toba Batak. Aan de meest noordelijke kust wonen deAtjehers. In de stedelijke centra vindt men ook minderheden van etnischeChinezen.
De bevolking spreekt grotendeelsMaleis, bestaande uit vele verschillende groepen, met ongeveer 52 verschillende talen. Veel van de groepen delen inmiddels echter bepaalde tradities en de talen zijn sterk aan elkaar verwant (alhoewel meestal niet onderling verstaanbaar).
Maleissprekende volkeren domineren de oostkust van Sumatra, terwijl de westkust vooral gedomineerd wordt door volken met aan hetMaleis verwante talen, alsLampung enMinangkabaus.
De langste as van het eiland loopt ruwweg van het noordwesten naar het zuidoosten en kruist deequator (de evenaar) ongeveer in het midden. De binnenlanden van het eiland worden gedomineerd door twee geografische regio's: het Barisangebergte in het westen en moerasvlakten in het oosten. Het eiland vormt onderdeel van deSoendaboog, een 6000 kilometer lange eilandenketen vanaf deAndamanen tot deMolukken.
Het Barisan-gebergte vormt de ruggengraat van het eiland. Deze regio dankt haar vruchtbare bodem en prachtige natuur aan de vulkanische activiteit, bijvoorbeeld rond hetTobameer, een groot kratermeer in de provincie Noord-Sumatra. Er kan tevens goud en steenkool gevonden worden.
Naar het oosten voeren grote rivieren afzettingen van de bergen mee, en vormen zo de moerasgebieden in het laagland. Ondanks de geringe vruchtbaarheid van het land is het gebied van grote economische waarde voorIndonesië doorolie van "boven en onder de grond", namelijkpalmolie enaardolie.
Sumatra was vroeger voor het grootste gedeeltetropisch regenwoud. Er kwamen onder andereorang oetans,tapirs enSumatraanse tijgers voor, en enkele unieke plantensoorten als derafflesia. Economische belangen samen metcorruptie en illegale houtkap bedreigen het regenwoud ernstig. Ook beschermde gebieden zijn niet helemaal veilig.