Katoenratten | |||||||||||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | |||||||||||||||
Sigmodon hispidus | |||||||||||||||
Taxonomische indeling | |||||||||||||||
| |||||||||||||||
Geslacht | |||||||||||||||
Sigmodon Say &Ord, 1825 | |||||||||||||||
Typesoort | |||||||||||||||
Sigmodon hispidusSay &Ord, 1825 | |||||||||||||||
Afbeeldingen op![]() | |||||||||||||||
Katoenratten op![]() | |||||||||||||||
|
Katoenratten (Sigmodon) zijn een geslacht van deZuid-Amerikaanseknaagdieren van de onderfamilieSigmodontinae. Het is het enige geslacht van de tribusSigmodontini.
Hun stugge vacht is bruin tot bruingrijs op de rug en grijswit aan de onderkant. De lichaamslengte bedraag 13-20 cm, de staartlengte 8 tot 16,5 cm en het gewicht 100 tot 225 gram.
Katoenratten zijn weinig kieskeurig. Hun voedsel bestaat uit planten, insecten en larven, maar zoetwaterkrabben, kreeften en kikkers staan ook op het menu. Ook klimmen ze in rietstengels en halen vogelnestjes uit. Ze kunnen ook veel schade aanrichten aan gewassen, zoals zoete aardappels ensuikerriet. Het zijn tevens goede zwemmers. Ze zijn overdag en ’s nachts actief en leven meestal solitair in een grasnest in een beschutte kuil of in een tot 75 cm diep hol. Op de plaats waar ze eten graven ze een ondiep hol. Ze hebben vaste looproutes die tot paadjes uitslijten.
Vrouwtjes zijn na 6 tot 8 wekengeslachtsrijp en werpen na een draagtijd van 27 dagen tot 12 jongen.
De 14 levende soorten komen voor van deVerenigde Staten totPeru enFrans-Guyana. Ze komen vooral voor in grasland, maar niet inregenwouden.
Het fossiele geslachtProsigmodon, waarS. chihuahensis,S. holocuspis enS. oroscoi bij hoorden, wordt nu als eensynoniem vanSigmodon beschouwd.
Er worden 14 soorten in dit geslacht geplaatst:[1]