
Schelpengeld is eenruilmiddel, bestaande uit (stukken van)schelpen. Het was ooit gebruikelijk in veel landen in Azië en Afrika. Soms werden de schelpen kunstmatig vervormd.

De schelp die wereldwijd het meest als ruilmiddel is gebruikt, is die van deCypraea moneta. Deze worden vooral veel gevonden in deIndische Oceaan. Ze werden verzameld op deMaldiven, inSri Lanka, langs de kust vanBorneo en op andere Oost-Indische eilanden.
Op de eilanden ten noorden vanNieuw-Guinea werden schelpen gebroken in onderdelen en van gaten voorzien alvorens ze als ruilmiddel te gebruiken.Nog tot 1882 werd schelpengeld gebruikt op deSalomonseilanden. Ook in China was schelpengeld ooit een ruilmiddel. Dit is nog altijd te zien aan hetChinese karakter voor geld, dat onder andere het teken voor schelp bevat: 貝. Er zijn archeologische vondsten uit China bekend van bronzen voorwerpen, al dan niet verguld, die de vorm en afmetingen van dekaurischelp hebben. Deze vondsten worden beschouwd als primitief geld.[1]
In West-Afrika was het gebruik van schelpengeld vrij gebruikelijk tot het midden van de 19e eeuw. Voor de afschaffing van deslavenhandel werden er vaak grote hoeveelheden schelpen vanuit de Britse havens vervoerd. Schelpen waren ook een ruilmiddel in hetKoninkrijk Kongo.Daar de waarde van schelpengeld in West-Afrika veel groter was dan in de regio’s waar de schelpen vandaan kwamen, was de handel in de schelpen zeer lucratief. Soms werd er 500% winst op behaald. Het gebruik van schelpengeld verspreidde zich van West-Afrika verder landinwaarts. Rond 1850 kwamHeinrich Barth schelpen als ruilmiddel tegen inKano, Kuka,Gando, enTimboektoe. In landen aan de kust werden schelpen vaak geregen aan kettingen van 40 of 100 schelpen.Schelpengeld werd in de meer afgelegen delen van Afrika nog tot in de 20e eeuw gebruikt, maar moest uiteindelijk plaatsmaken voor moderne valuta.
In het noorden vanAustralië werd schelpengeld gebruikt door verschillendeAboriginalstammen. Deze stammen gebruikten echter niet allemaal dezelfde schelpen en hetzelfde systeem voor het bepalen van de waarde, waardoor schelpen die bij de ene stam veel waard waren vrijwel geen waarde konden hebben bij een andere stam.
DeIndianenstammen inAlaska enCalifornië gebruikten schelpen van de soortAntalis pretiosa, behorende tot deScaphopoda, als ruilmiddel. De waarde van deze schelpen werd bepaald door hun lengte.Meer naar het zuiden gebruikten Indianen schelpen van deSaxidomus gracilis als ruilmiddel.DeAlgonkinstammen aan de oostkust van Noord-Amerika gebruikten riemen gemaakt van stukjes schelp van deMercenaria mercenaria als ruilmiddel.
Europese handelaars gebruikten ooit ook schelpen als betaalmiddel. Vanuit gezonkenVOC-schepen spoelen aan de Noordzeekusten nog geregeldgeldkauri's aan.