In1869 voorspeldeDmitri Mendelejev op basis van zijn tabel het bestaan van scandium en hij noemde het 'ekaboron' omdat het element in zijn tabel onderboor stond. Tien jaar later waren deZweedse chemicusLars Fredrik Nilson en zijn team met behulp vanspectraalanalyse op zoek naarlanthanoïden toen zij stuitten op scandium.[1] Rondom die tijd kwam ookPer Teodor Cleve tot dezelfde ontdekking. Scandium heeft de naam te danken aan de eerst genoemde ontdekker (Scandia is deLatijnse naam voorScandinavië). Pas in 1960 bleek men in staat om op grote schaal zuivere scandium te winnen.
Omdat het vrij lastig is om scandium te isoleren, wordt dit element weinig toegepast in de industrie, maar het is essentieel bij het produceren van lcd-tv's en mobiele telefoons. Alsscandiumoxide (Sc2O3) wordt het soms gebruikt voor lampen met hoge intensiteit. Andere voorkomende toepassingen zijn:
Deisotoop46Sc wordt in deaardolie-industrie gebruikt om oliestromen te traceren.
Omdat scandium een veel hoger smeltpunt heeft danaluminium wordt de toepassing ervan in deruimtevaart onderzocht.
Tegenwoordig wordt scandium ook toegepast in de fietsindustrie. Hoogwaardige race- en mountainbikeframes worden vervaardigd uit eenlegering van scandium en aluminium. In vergelijking met normaal aluminium kunnen scandiumframes lichter gemaakt worden zonder daarbij aan sterkte in te leveren. Hierdoor is deze legering een alternatief voorcarbonfiber.
Scandium is tamelijk zeldzaam en staat op de vijfigste plaats van in de aardkorst meest voorkomende elementen. Het is een van dezeldzame aarden. In zeer kleine hoeveelheden is het aanwezig in circa achthonderdmineralen. Het komt redelijk verrijkt voor in sommige zeldzame mineralen die soms inScandinavië enMadagaskar gevonden worden, vaak samen metyttrium of lanthanoïden, zoalsthortveitiet,bazziet enkolbeckiet. OpAarde komt het alleen in sporen voor, maar in deZon en anderesterren komt scandium in hogere concentraties voor.
Van scandium is één stabiele isotoop bekend. Daarnaast zijn er een aantal radioactieve isotopen die alleen kunstmatig geproduceerd kunnen worden. Al deze isotopen hebben kortehalveringstijden, meestal minder dan een paar uur.