Ruhropstand | ||||
---|---|---|---|---|
Datum | maart-april 1920 | |||
Locatie | Ruhrgebied, Duitsland | |||
Resultaat | Opstand neergeslagen door Reichswehr | |||
Strijdende partijen | ||||
| ||||
Leiders en commandanten | ||||
| ||||
Troepensterkte | ||||
| ||||
Verliezen | ||||
|
DeRuhropstand (Duits:Ruhraufstand) was eenarbeidersopstand in hetRuhrgebied in de lente van1920. De opstand was een escalatie van de staking die was afgekondigd tegen deKapp-putsch, en werd uiteindelijk neergeslagen door het Duitse leger envrijkorpsen. De arbeiders hadden zich georganiseerd in hetRode Ruhrleger (Rote Ruhrarmee). De Ruhropstand wordt ook wel aangeduid alsMaartopstand (Märzaufstand), hoewel dit eerder betrekking heeft op meerdere linkse opstanden naar aanleiding van de Kapp-putsch. De Ruhropstand was echter van deze opstanden verreweg de omvangrijkste.
Op 13 maart 1920 trachtten vrijkorpsen de macht in Duitsland over te nemen. Daar het leger weigerde tegen de coupplegers op te treden reageerden deSPD,KPD enUSPD met een algehelestaking. Deze staking bleek zeer effectief en dwong de coupplegers uiteindelijk het veld te ruimen.
Binnen de linkse partijen waren de meningen verdeeld. De SPD, die zelf in de regering zat, wilde de staking steunen om het gezag van de regering te herstellen. De gematigden binnen de USPD en KPD wilden ook en vooral in de eerste plaats voorkomen dat een rechts-autoritaire regering aan de macht zou komen. Velen binnen de KPD en USPD wilden echter nog verder gaan en een radenrepubliek oprichten, waarbinnen eventueel ook andere partijen vertegenwoordigd zouden worden. En de radicale linkervleugel (KPD,KAPD) wilde vanuit de staking een proletarische dictatuur creëren, waarin slechts 1 partij in de raden vertegenwoordigd zou zijn. Hoe het ook zij: aan de staking werd algemeen gehoor gegeven en in heel Duitsland braken bovendien linkse opstanden uit.
In het Ruhrgebied werd dezelfde dag nog door SPD, KPD en USPD overlegd. Een gezamenlijke oproep tot staking aan alle arbeiders volgde, maar dit ging de USPD en KPD niet ver genoeg. Dezelfde dag nog werd het Rode Ruhrleger opgericht, en namen arbeidersraden de macht over in verschillende steden in het Ruhrgebied, waarin met name de KPD en USPD vertegenwoordigd waren. Ook de KAPD (communistische arbeiderspartij) en de anarcho-socialistischeFAUD (vrije arbeiders unie van Duitsland) waren betrokken bij de opstand. Naast het Ruhrgebied kwamen ook Saksische en Thüringse arbeiders in opstand.
De samenstelling van de arbeidersraden was heterogeen en wisselde voortdurend. Hoewel de opstand in het USPD-gedomineerde oosten van het Ruhrgebied was begonnen, kon deze in het door vakbonden gedomineerde westen op veel bredere steun rekenen. In de bezette steden werd de politie ontwapend en namen arbeidersmilities hun taak over, terwijl rechtse kopstukken en fabrieksbazen gevangen werden gezet.
Op 17 maart vond de eerste schermutseling plaats. Bij het plaatsjeWetter raakten eenheden van het Rode Ruhrleger slaags met de voorhoede van hetFreikorps Lichtschlag, dat bekendstond als aanhangers van de Kapp-putsch. Het Freikorps werd verslagen, en zeshonderd freikorpsleden werden gevangengenomen. Het Rode Ruhrleger marcheerde op naarDortmund en bezette ook deze stad. Op 20 maart werden ook in Essen en Hagen arbeidersraden geïnstalleerd die de macht overnamen. Het Rode Ruhrleger opereerde meestal in kleine groepjes die zich perfiets voortbewogen en hierdoor relatief snel konden opereren.
De regering trachtte met de arbeiders te onderhandelen in de stadBielefeld, om zo een vreedzame oplossing te vinden. Als de opstand vreedzaam beëindigd zou worden, dan zou het Ruhrgebied niet militair bezet worden en zouden leiders niet vervolgd worden. Regionaal bevelhebberOskar von Watter bracht deze eis echter op een dusdanige wijze over, dat de opstandelingen dit als eenultimatum zagen en bemiddeling afwezen.
De opstandelingen reageerden met een nieuwe oproep tot staking. Het Rode Ruhrleger zwol snel aan tot 50.000 man terwijl ongeveer 300.000 arbeiders in meerdere of mindere mate met de opstand meewerkten of symphatiseerden.Düsseldorf enElberfeld werden bezet waardoor het hele Ruhrgebied effectief was veroverd. Men probeerde ookWesel te veroveren, maar dit mislukte.
De regering vond het nu welletjes en op 2 april zette de regering het leger in. Münster werd het hoofdkwartier van Oskar von Watter. Reichswehreenheden trokken met politie en vrijkorpsen het Ruhrgebied binnen. Saillant detail was dat binnen deze vrijkorpsen zich ook sympathisanten van de opstand bevonden. Sommige eenheden hadden de opstandelingen zelfs geholpen, zoals eenheden vanMarine-Brigade von Loewenfeld. Tegen deze overmacht was het Rode Ruhrleger niet opgewassen en de dag erna (3 april) was de opstand al grotendeels de kop in gedrukt. De KPD en USPD riepen de arbeiders nu op de wapens neer te leggen, maar de radicalere KAPD hield tot het laatst toe vast aan gewapend verzet. Na de Ruhropstand was de breuk tussen KPD en KAPD definitief.
Het leger trad zeer hardvochtig op tegen de opstandelingen. Zo werden hele menigten beschoten en werd iedereen die met een wapen werd betrapt zonder pardon doodgeschoten, ook als men gewond was. De veiligheidspolitie zou zelfsbommenwerpers tegen de eigen burgerbevolking hebben ingezet, terwijl een luchtmacht volgens het Verdrag van Versailles verboden was. Op 3 april verbood president Ebert standgerechten en op 12 april verbood generaal Von Watter 'wederrechtelijk gedrag' door soldaten. De troepen hielden halt aan de Ruhr toen de Britten dreigden met bezetting van hetBergisches Land wegens schending van hetVerdrag van Versailles. Tegen die tijd was de Ruhropstand effectief de kop ingedrukt.
Toen het Duitse leger in april 1920 zonder Franse toestemming de gedemilitariseerde gebieden binnentrok om de Ruhropstand te onderdrukken, reageerde Frankrijk op 6 april 1920 met de bezetting vanFrankfurt am Main,Duisburg,Darmstadt enHanau.[1] Om niet geïsoleerd te staan, drong het land aan op Belgische deelname. Een goede week later stuurde deregering-Delacroix II daarop een bataljon naar Frankfurt. Na het volbrengen van de ordehandhaving verliet het Duitse leger de verboden zone en half mei trokken ook de Franse en Belgische troepen zich terug.