Al een maand na zijn geboorte verhuist Rubén van Metape naar de stadLeón. Zijn ouders zijn al snel gescheiden en Rubén is door zijnpeetoom, Colonel Felix Ramírez, opgevoed. Zijn bijnaam wasEl Niño Poeta, het dichterskind, al op zijn twaalfde publiceerde hij zijn eerste gedichten. In 1882 probeerde Darío een beurs te krijgen om in Europa te gaan studeren. Daartoe droeg hij een van zijn gedichten,El Libro, voor voor de conservatieve Nicaraguaanse autoriteiten. De beurs werd hem geweigerd, het gedicht zou te liberaal zijn, een verblijf in Europa zou anti-godsdienstige gevoelens kunnen versterken. In plaats van Europa gaat Darío naar El Salvador. Daar ontmoette hij de dichterFrancisco Gavidia, die hem inwijdde in de Franse poëzie. De structuur hiervan zou later in Darío’s werk continu terug te vinden zijn.
In 1886 vertrok Darío naarChili, geen succesvolle keuze. Z’n werk in de journalistiek verloopt niet goed en om zijn donkerder huidskleur werd hij in Chili gediscrimineerd. Hij schrijft wel een roman, Emelina (geen succes), en meerdere gedichten. Nog in Chili schrijft hij zijn eerste grote werk,Azul. Het werk trekt al snel de aandacht van de critici. Terug inManagua trouwde Darío in 1890 met Rafaela Contreras, en in 1891, ze wonen dan inCosta Rica, werd zijn zoon Ruben Darío Contreras geboren. Op de vlucht voor een revolutie vestigde het stel zich inGuatemala. In 1892 ging Darío naarSpanje, om in opdracht van de Nicaraguaanse regering daar de festiviteiten rond de 400-jarige ontdekking van Amerika bij te wonen. In 1893 overlijdt Rafaela inEl Salvador, Ruben was nog in Nicaragua. Hij zocht zijn troost in de alcohol.
Een dieptepunt was zijn huwelijk met een ex-vriendin, Rosario Murillo. De broer van Rosario ontdekt het stel met elkaar in bed en dwingt Ruben (met een revolver) om te trouwen. Een dag later, toen Darío met een kater wakker werd kon hij zich van de voorgeschiedenis niets herinneren, maar was hij wel getrouwd. Niet dat het veel uitmaakte, hij werd vervolgens verliefd op Francisca Sanchez en ging met haar samenwonen. Darío heeft zich niet tot deze vrouwen beperkt, hij heeft meerdere kinderen verwekt bij meerdere vrouwen over de hele wereld en hij bleef (te) veel drinken.
In 1893 werd Darío aangesteld als ambassadeur voor Colombia. Vandaar reisde hij naarPanama en naarArgentinië. In 1896 Dario kwamLos Raros uit, gedichten over andere schrijvers zoalsPoe, Lautreamont, en Ibsen. InProsas Profanas (1896) werkte Darío zijn ritmische stijl en aanpak uit. Op 31-jarige leeftijd ging Darío voor de Argentijnse krantLa Nación werken.
In 1903 werd hij benoemd tot de Nicaraguaanse ambassadeur inParijs. Hij kwam daar in contact met de Parijse literaire wereld, met de symbolisten. InCantos de vida y esperanza (1905) laat hij zien hoe de kunst de natuur overwint, hoe zij harmonie schept in een schijnbare chaos.
Vanaf 1910 ging het bergafwaarts met Darío. Zijn overmatige drankgebruik begon zijn tol te eisen. Hij sloot zich meer en meer af op het eilandMajorca. Daar begon hij aan een roman,La isla de oro, waarin hij analyseert hoe, aan de vooravond van wat deEerste Wereldoorlog zal worden, de spanningen in Europa oplopen. De roman werd nooit voltooid. In 1912 publiceerde Darío zijn autobiografie. In 1914 kreeg hij inNew York de zilveren medaille van de Hispanic Society of America. Darío keerde terug naar Nicaragua waar hij in 1916 op 49-jarige leeftijd overleed. Hij werd op 13 februari 1916 onder enorme belangstelling begraven in dekathedraal van León.
In Madrid is het metrostationRubén Darío naar hem genoemd.