
Eenrailgun is eenelektrischgeweer dat een elektrisch geleidendprojectiel tussen metalenrails wegschiet.


Railguns gebruiken tweesleepcontacten die een sterkeelektrische stroom door hetprojectiel laten lopen. Dit ondergaat eenlorentzkracht door het sterkemagnetische veld ten gevolge van de stroom door de rails en wordt zo versneld. DeAmerikaanse marine heeft een railgun getest die een kogel van 3,5 kg versnelt totMach 7.[1].
Railguns moeten niet verward worden met het verwantespoelgeweer (coilguns/Gauss guns), die zonder contacten werken en een magnetisch veld gebruiken dat wordt aangelegd met uitwendigespoelen langs de loop om een magnetisch projectiel voort te stuwen.
In tegenstelling tot kogels die gebruik maken van buskruit om af te vuren, die gelimiteerd zijn door de snelheid waaraan het gas dat de kogel doorreist kan uitzetten, is een railgun alleen beperkt door de hoeveelheid energie die je in een keer in het systeem kan dumpen. Hierdoor zijn er testschoten afgevuurd met railguns die twee tot drie keer de maximumsnelheid bereikten die een gewone kogel kan halen.
De elektrische stroom door de rails veroorzaakt een magneetveld, dat samen met de elektrische stroom door het projectiel een lorentzkracht opwekt die het projectiel voortstuwt. Omdat de elektrische stroom tweemaal gebruikt wordt, verwachten we dat die kracht evenredig is met het kwadraat van de stroomsterkte.
De grootte van deze krachtvector kan in een ideaal geval berekend worden met
We hebben de volgende constante en variabelen nodig:
In de berekening wordt de situatie vereenvoudigd: de rails hebben een begin maar zijn oneindig lang (half-oneindige draden). Volgens dewet van Biot-Savart wekt een half-oneindige stroomdragende draad (hier rail) op een afstand een magnetisch veld op die gegeven is door:
waarin
Daarom is de sterkte van het magneetveld in het gebied tussen twee half-oneindige draden (rails) met een tussenafstand de som van de losse magneetvelden van de enkele draden (rails):
Om het gemiddelde magnetische veldsterkte in de ruimte tussen de twee draden (rails) te berekenen, nemen we aan dat klein is vergeleken met. We tellen alle bijdragen tot het magneetveld op en berekenen het dus met eenintegraal:
Vanwege de formule voor delorentzkracht wordt de kracht op de stroomdragende draad (rail) gegeven door. Omdat de breedte van het projectiel is, volgt voor de kracht
De formule gaat uit van de veronderstelling dat de afstand tussen het punt waar de kracht gemeten wordt en het begin van de rails 3 of 4 maal groter is dan de tussenafstand tussen de rails. Om de kracht nauwkeurig te berekenen, moet de vorm en ligging van de rails en projectiel erbij betrokken worden.