Psalm 121 | ||||
---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Steen met inscriptie uit Psalm 121 vers 4 op de begraafplaats Beth Jacob, Finksburg,Maryland. | ||||
Oorspronkelijke taal | Hebreeuws | |||
Genre | Psalm | |||
|
Psalm 121 is eenpsalm inPsalmen uit deHebreeuwse Bijbel (in deGriekseSeptuagint en deLatijnseVulgaat Psalm 120). In hetLatijn worden vaak de eerste woorden van de psalm als naam ervan gebruiktLevavi oculos meos in montes. Het is een van de vijftienbedevaartspsalmen.
In tegenstelling tot het opschrift van de andere bedevaartspsalmen (hetHebreeuwse שיר המעלות, šîr ha-ma‘ălōṯ, "lied van de stijgingen/beklimmingen") heeft deze psalm het opschrift שיר למעלות, šîr la-ma‘ălōṯ, "een lied over de stijgingen/beklimmingen".
Aan het begin van debedevaart, in het bergachtige gebied van de heuvels vanJudea, erkende de pelgrim datJHWH degene is die hem de hulp kan geven die hij nodig heeft. Wie op JHWH vertrouwt, is er zeker van dat Hij hem dag en nacht bescherming zal bieden. Hetgebed gaat van de eerste naar de tweede persoon in vers 3, en neemt zelfs de vorm aan van een zegen in de verzen 7 en 8. Dit zal het gebed van verschillende zangers besluiten met het vooruitzicht op verandering.
De Psalm is diverse malen berijmd in psalmberijmingen op melodieën van deGeneefse psalmen. De psalm kan hierdoor worden gezongen in dePsalmberijming van 1773, denieuwe berijming van 1967, de berijming uit hetGereformeerd Kerkboek en inDe Nieuwe Psalmberijming uit 2020. Het liedIk hef mijn ogen op naar de bergen van Marcel Zimmer is een lied naar Psalm 121. Het is het 640e nummer in de bundelOpwekking.