
Eenproletarische revolutie is eenrevolutie waarin dearbeidersklasse (het proletariaat) de macht overneemt van dekapitalisten (bourgeoisie). Proletarische revoluties worden voornamelijk gesteund doorsocialisten,communisten enanarchisten.

Het concept van een revolutionair proletariaat werd voor het eerst geïntroduceerd door de FransesocialistAuguste Blanqui.[1] DeCommune van Parijs wordt gezien als de eerste poging tot een proletarische revolutie.
Karl Marx enFriedrich Engels werkten samen het idee van een revolutionair proletariaat verder uit. Door het analyseren van de samenleving en de geschiedenis kwamen Marx en Engels tot de conclusie dat er een voortdurendeklassenstrijd bestaat. In deze strijd staan dearbeidersklasse, oftewel het proletariaat, en deburgerij, oftewel de bourgeoisie, tegenover elkaar. Het proletariaat bestaat uit degenen die hunarbeid moeten verkopen om in hun levensonderhoud te voorzien. Ze werken in dienst van de bourgeoisie en bezitten geen eigendomsrecht over deproductiemiddelen. De bourgeoisie daarentegen is de heersende klasse, die wel eigendom heeft over de productiemiddelen en deze gebruikt om winst te genereren uit de arbeid van de arbeidersklasse.[2]
Marx en Engels geloofden dat de kapitalistische productie uiteindelijk de progressieve ontwikkeling van deindustrie zou belemmeren. De belangen van de bourgeoisie zouden in conflict komen met de vooruitgang van de industrie. De essentiële voorwaarden voor het bestaan en de overheersing van de bourgeoisie zijn de vorming en vermeerdering van kapitaal; de voorwaarde voor kapitaal isloonarbeid. De vooruitgang van de industrie, waarvan de bourgeoisie de onvrijwillige promotor is, vervangt de isolatie van de arbeiders door concurrentie met de revolutionaire samenwerking door associatie. De ontwikkeling van de moderne industrie ondermijnt daarom de fundamentele basis waarop de bourgeoisie producten produceert en zich toe-eigent. Wat de bourgeoisie dus boven alles produceert, zijn haar eigen doodgravers. Haar val en de overwinning van het proletariaat zijn onvermijdelijk.[3]
Marx en Engels voorzagen dat door de voortschrijdende industrialisatie en de daarmee gepaard gaande concentratie van arbeid in fabrieken en steden, de arbeidersklasse steedsbewuster zou worden van haar eigen macht en gedeelde belangen. Deze bewustwording zou leiden totsolidariteit en organisatie onder arbeiders, wat een noodzakelijke voorwaarde is voor een succesvolle proletarische revolutie. Ze geloofden dat het proletariaat, door zijn collectieve kracht en gedeelde belangen, de bestaande kapitalistische orde zou omverwerpen en een klasseloze,communistische samenleving zou vestigen waarin de productiemiddelen gemeenschappelijk bezit zouden zijn.
Vladimir Lenin was een prominente figuur binnen deRussischebolsjewieken en heeft aanzienlijk bijgedragen aan de communistische theorie. Volgens Lenin moet de proletarische revolutie worden geleid door een voorhoede van het proletariaat, namelijk decommunistische partij. Deze partij moet het proletariaat begeleiden voor, tijdens en na de revolutie om ervoor te zorgen dat de revolutie zo effectief mogelijk verloopt. De revolutie zou leiden tot eendictatuur van het proletariaat, een staatsvorm waarin hetsocialisme wordt ingevoerd, waar de arbeiders zowel de economische als politieke macht hebben.
"Door de arbeiderspartij op te leiden, onderwijst het marxisme de voorhoede van het proletariaat, die in staat is om de macht over te nemen en het hele volk naar het socialisme te leiden, om het nieuwe systeem te leiden en te organiseren, om de leraar, de gids, de leider te zijn van alle werkende en uitgebuite mensen bij het organiseren van hun sociale leven zonder de bourgeoisie en tegen de bourgeoisie."[4]
Linkscommunisten bekritiseren Lenins idee van een voorhoedepartij. Volgens hen moet de gehele arbeidersklasse — of op zijn minst een groot deel ervan — diep betrokken zijn en even toegewijd aan de socialistische of communistische zaak om een succesvolle proletarische revolutie te bewerkstelligen. Ze zijn tegen deelname van de communistische partij aanparlementsverkiezingen en stellen dat deze partij nooit zou moeten samenwerken met andere niet-communistische bewegingen.[5] Lenin gaf een repliek op de kritiek van de linkscommunistische stroming in zijn boek "De linkse stroming, een kinderziekte van het communisme".
Anton Constandse enGerard van het Reve bekritiseerden de marxistische theorie over een proletarische revolutie. Zij wijzen erop dat het verloop van de werkelijke geschiedenis anders is verlopen dan is voorspeld door de marxistische theorie. Zij wijzen erop dat Marx ervan uitgaat van het begin van de revolutie in het hoogontwikkelde kapitalisme gebeurt. Marx en Engels beweerden dat een land met laagontwikkelde kapitalistische economie slechts met een revolutie kan meedoen bij een wereldrevolutie met andere landen in een hogere ontwikkelde kapitalistische ontwikkeling.[6][7]
Daarnaast ging Marx en Engels ervan uit dat de revolutie gedomineerd zou worden door de industriële arbeidersklasse. Constandse en Van het Reve wijzen erop dat dit afweek van de werkelijkheid. Het Russische Keizerrijk was voornamelijk een land van boeren, namelijk 80% van de bevolking bestond uit boeren bij het begin van de Russische Revolutie.[8] Tijdens deChinese Burgeroorlog lag de machtsbasis van de Communistische Partij bij de boeren op het platteland die het grootste aantal van de communistische troepen leverden. In die tijd bestond 85% van de Chinese bevolking uit boeren.[9] In China was er in die tijd geen sprake van een hoogontwikkelde kapitalistische systeem. Het economische systeem was eerder een vorm vanfeodalisme of semi-feudalisme[10] dan het kapitalisme.[6][7]
In andere landen kwamen de communistische partijen niet aan de macht door revoluties. DeOostbloklanden (zoalsPolen,Tsjecho-Slowakije,Hongarije enRoemenië) werden communistisch door de invasie van deSovjet-Unie. De dictaturen van deKoreaanse Arbeiderspartij inNoord-Korea en deMongoolse Volkspartij zijn opgericht door militair ingrijpen van de Sovjet-Unie. DeCubaanse Revolutie was voornamelijk eenguerrillastrijd op het platteland die pas op het laatst werd ondersteund met stakingen van arbeiders. Decommunistische regering van Ethiopië kwam aan de macht door een militaire staatsgreep in een voornamelijk agrarisch land.[6][7]
Veelanarchisten hangen ook het idee aan dat het kapitalisme zal of moet eindigen via een proletarische revolutie. Voor deze anarchisten is de revolutie een gedecentraliseerde en spontane opstand van de arbeidersklasse, zonder de noodzaak van een centrale leiding of voorhoedepartij zoals bij marxistische stromingen. Ze geloven in directe actie van de basis, waarbij arbeiders zelf de controle nemen over de productiemiddelen en de samenleving organiseren op basis van principes van zelfbestuur en federatie. Anarchisten verwerpen niet alleen hetkapitalisme, maar ook elke vorm van staatsmacht enautoriteit, inclusief die van een revolutionaire staat.[11]