Depotentiële temperatuur is detemperatuur die een lucht- of waterhoeveelheid krijgt wanneer dezeadiabatisch van een bepaalde temperatuur endruk naar een referentiedruk wordt gebracht. Het begrip wordt gebruikt in demeteorologie en deoceanografie om de invloed van de druk op de temperatuur te vereffenen. Zo kan bepaald worden of lucht op verschillende hoogtes tot dezelfdeluchtsoort hoort, wat van invloed is op deatmosferische stabiliteit.
Zodra lucht van hoogte verandert, bijvoorbeeld bij eenfront of eenbergrug, zal ook de temperatuur veranderen. Bij daling zal deze opwarmen, bij stijging volgt een afkoeling. Dit vindt plaats volgens eenadiabatisch proces; er vindt geen warmte-uitwisseling plaats met de omgeving, deentropie blijft gelijk. Als derelatieve luchtvochtigheid lager is dan 100% wordt gesproken over een droog-adiabatisch proces. Hierbij verandert de temperatuur per 100 m hoogteverschil met ongeveer 1°C, dedroog-adiabatische temperatuurgradiënt. De potentiële temperatuur kan worden uitgerekend met:
waarbij de huidigeabsolute temperatuur is inK van de lucht, de referentiedruk, de huidige druk, degasconstante, en despecifieke warmte bij een constante druk.
Vaak wordt zo de potentiële temperatuur ten opzichte van 1000hPa bepaald. Indien er bijvoorbeeld op 1200m hoogte een temperatuur is van 5°C en eenluchtdruk van 910 hPa, dan geldt:
terwijl op 700m de temperatuur 10°C is bij een druk van 968 hPa:
In dit geval is er sprake van een voorwaardelijk stabiele lucht. Zodra de onderste luchtlaag opgewarmd wordt door bijvoorbeeld hetaardoppervlak, dan zaldichtheid afnemen waardoor erconvectie optreedt; de luchtbel zal stijgen.
Er zijn verschillende soorten potentiële temperatuur, afhankelijk van de manier waarop de luchtbel naar de verschillende niveaus wordt gebracht. Deze potentiële temperaturen kunnen berekend worden, maar ook uitgezet inaerologische diagrammen.
De potentiëlenatteboltemperatuur is de temperatuur die volgt uit de van de natteboltemperatuur van de luchtbel. Deze kan bepaald worden door de luchtbel droog-adiabatisch op te tillen tot het verzadigd is, hetoptillingscondensatieniveau. De luchtbel wordt vervolgens verzadigd-adiabatisch naar de referentiedruk gebracht, waar het de potentiële natteboltemperatuur aanneemt. Deze verandert niet bij stijgende en dalende bewegingen, maar wordt bepaald door de temperatuur én deluchtvochtigheid. Warmemassa is vaak relatief vochtig en heeft hogere waarden dan koude massa, zodat met de onderscheid kan worden gemaakt tussen luchtsoorten en daarmee kunnen fronten worden bepaald.
De equivalent potentiële temperatuur is de temperatuur die een luchtbel heeft na eerst zover naar boven te zijn gebracht dat delatente warmte die is opgeslagen in de aanwezigewaterdamp doorcondensatie vrij is gekomen en daarna droogadiabatisch weer naar het 1000 hPa-niveau is gebracht. De equivalent potentiële temperatuur wordt dus net als de potentiële natteboltemperatuur door de temperatuur en deluchtvochtigheid bepaald. Het verschil is dat de lucht boven optillingscondensatieniveau wordt gebracht tot allecondensatiewarmte vrij is gekomen. Hierdoor is hoger dan.
De verzadigd-potentiële temperatuur of potentiële verzadigde temperatuur is de temperatuur die verkregen wordt door een luchtbel van de huidige druk verzadigd-adiabatisch naar een bepaalde referentiedruk te brengen.
De virtuele potentiële temperatuur is de potentiële temperatuur van devirtuele temperatuur bij die druk. Deze kan tot 5°C hoger zijn dan de potentiële temperatuur. Hiermee wordt de variatie in dichtheid veroorzaakt door de aanwezigheid van waterdamp verwijderd.