Depoema,bergleeuw ofzilverleeuw (Puma concolor) is eenkatachtigdier dat in geheelMidden- enZuid-Amerika en in het westen vanNoord-Amerika voorkomt. Lang heeft men gedacht dat de poema schadelijk was voor dewildstand en uiteraard voor vee. Het laatste is wellicht juist, maar het eerste niet. De poema zorgt juist voor een gezonde opbouw van de populatie van zijnprooidieren.
De poema is in grote delen van Amerika uitgeroeid, een lot dat hij deelt met vele andere katachtigen. De poema leeftsolitair en is territoriumgebonden. Hij is echter niet agressief en gaat indringers het liefst uit de weg.
Lengte: kop-romp 95-150 cm, staart 53-85 cm, hoogte 60-76 cm. Gewicht: 27-120 kg. Deze afmetingen gelden voor poema's in het algemeen, maar de poema's in de tropen zijn kleiner dan hun soortgenoten uit koudere streken.
Kop van de poemaOnderkant van de poot van een poema
De poema is stevig gebouwd met sterke poten en een lange, dikkestaart dieevenwicht geeft bij het achtervolgen van prooidieren. De kleur van de vacht is van zilvergrijs tot roodbruin, met een wit gezicht en onderzijde. De meeste poema's in tropische streken hebben overigens een roodbruine vacht. De achterpoten van poema's zijn langer dan de voorpoten. Dit stelt de poema in staat erg grote sprongen te maken. Uit stand kan de poema 2,5 meter hoog en bijna 6 meter ver springen. Er zijn sprongen waargenomen van bijna 5 meter hoog en 12 meter ver. De brede poten zorgen voor voldoende grip op oneffen terrein, zoals berggebieden. Net als bijkatten hebben de voorpoten vijf tenen en de achterpoten vier. De oren van een poema zijn relatief klein.
Poema's hebben in het wild een leeftijdsverwachting van 8-13 jaar.[2] In dierentuinen gehouden exemplaren worden vaak ouder en kunnen soms tot 25 jaar worden.[3]
Deze katachtige weet in vrijwel alle natuurlijke leefomgevingen te overleven en de poema wordt van zeeniveau tot in het hooggebergte gevonden. Door concurrentie met dejaguar is de poema minder algemeen in laaglandregenwouden en moerassen. In gebieden waar de jaguar minder voorkomt, zoals bergbossen engraslanden, is de poema het voornaamste roofdier.
De poema jaagt vooral in ochtend- en avondschemering. Soms trekt deze katachtige er ook overdag op uit, maar meestal ligt het dier dan te slapen in een boom of tussen het hoge gras. Poema’s kunnen goed horen en ruiken. Wanneer een prooidier is gevonden, wordt dit van dichtbij besprongen en met een krachtige beet vlak achter de kop gedood. Vervolgens wordt de prooi vaak versleept naar een rustige plek, zodat de poema tijdens het eten zo min mogelijk gestoord kan worden door bijvoorbeeld aaseters als decoyote. Als een grote prooi is gevangen, verbergt de poema die vaak onder bladeren en zand. Het roofdier blijft een paar dagen in de buurt en eet iedere dag een beetje uit deze tijdelijke voorraadkast. Poema's leven over het algemeen solitair in hun eigen territorium. De grens van dit territorium wordt aangegeven met krabsporen op bomen, urine en ontlasting. Mannelijke dieren hebben een groter territorium dan vrouwelijke poema's en meestal overlappen de territoria elkaar enigszins. Poema’s zijn tamelijk verdraagzaam tegenover soortgenoten. Een poema die op weg naar zijn eigen territorium het terrein van een 'buurman' betreedt, zal daar niet worden aangevallen.
De dracht bij poema’s bedraagt 82-96 dagen. Per keer worden één tot zes jongen geboren, waarbij drie het gemiddelde is. Een hol tussen rotsen of dicht struikgewas dient als kraamkamer. De jonge poema's wegen bij de geboorte 220-250 gram en ze hebben in tegenstelling tot volwassen exemplaren zwarte vlekjes op hun vacht. Na verloop van tijd verdwijnen deze vlekken. Gedurende drie maanden worden de jongen gezoogd. Wanneer de jonge poema’s ongeveer twee jaar oud zijn, worden ze geslachtsrijp en verlaten ze hun moeder. Vaak blijven de jongen vervolgens nog enkele maanden samen.
Poema's vallen zelden mensen aan daar deze niet tot hun standaardprooi behoren en poema's vanwege hun schuwheid mensen liever uit de weg gaan. Vanwege de uitbreidende verstedelijking komen zij echter meer met mensen in aanraking en komen er daardoor meer aanvallen, met soms dodelijke afloop, van poema's op mensen voor. Wanneer een poema dreigt aan te vallen, kan men het best het dier scherp in de ogen kijken, hard maar kalm schreeuwen en zich groot en vervaarlijk uitziend maken, waardoor de poema mogelijkerwijs de aftocht blaast. Mocht deze toch aanvallen dan kan men zich het beste met stokken en stenen of eventueel met blote handen verdedigen, waardoor de poema zich meestal zal terugtrekken. Poema's richten zich bij hun aanval op de nek, het hoofd en de rug.
De IUCN/SSC Cat Specialist Group splitste de soort in 2017 op in slechts twee ondersoorten op basis vanmtDNA-analyse: een Zuid-Amerikaanse (Puma concolor concolor) en een Noord-Amerikaanse (Puma concolor couguar) ondersoort.[5]
De Amerikaanse staatsinstellingUnited States Fish and Wildlife Service verklaarde de ondersoortP. c. couguar in 2011 uitgestorven. Er wordt echter vermoed dat de soort al sinds 1938 is uitgestorven.[6][7]Canada haalde de ondersoort ook al van de lijst van bedreigde diersoorten, omdat er te weinig waarnemingsgegevens over de ondersoort bekend zijn.[7] Het land staat echter niet achter de conclusie - het uitsterven van de ondersoort - van de US Fish and Wildlife Service.[8]
Geruchten dat in Europa poema's in het wild rondlopen steken regelmatig de kop op. Waarschijnlijk wordt de soort dan verward met delynx. Dat uit gevangenschap ontsnapte exemplaren in het wild rondlopen valt echter niet helemaal uit te sluiten. Beweringen dat een poema is gesignaleerd komen uitFrankrijk,Schotland,Polen,Oost-Limburg en van deVeluwe (zie ookPoema op de Veluwe).