Movatterモバイル変換


[0]ホーム

URL:


Naar inhoud springen
Wikipediade vrije encyclopedie
Zoeken

Peter Debye

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Nobelprijswinnaar  Peter Joseph William Debye
Peter Joseph William Debye
Peter Joseph William Debye
Persoonlijke gegevens
Volledige naamPetrus Josephus Wilhelmus Debije[1]Bewerken op Wikidata
Geboortedatum24 maart 1884Bewerken op Wikidata
GeboorteplaatsMaastricht
Overlijdensdatum2 november 1966Bewerken op Wikidata
OverlijdensplaatsIthaca
BegraafplaatsPleasant Grove Cemetery[2]Bewerken op Wikidata
LandNederland
Academische achtergrond
Alma materRheinisch-Westfälische Technische Hochschule (1901 – 1905)
Ludwig Maximilians-universiteit
ETH ZürichBewerken op Wikidata
PromotorArnold Sommerfeld[3]
Wetenschappelijk werk
Vakgebiednatuurkunde,[4]fysische chemie,theoretische chemie,[4]röntgenstraling[4]Bewerken op Wikidata
Bekend vandebyelengte, Debye-HückeltheorieBewerken op Wikidata
Nobelprijs voorScheikunde
Jaar1936
Reden"Voor zijn verdiensten op het gebied van de moleculaire structuur door onderzoek naardipoolmomenten en dediffractie vanröntgenstralen enelektronen in gassen."
Voorganger(s)Frédéric Joliot-Curie
Irène Joliot-Curie
Opvolger(s)Walter Haworth
Paul Karrer
Dbnl-profiel
Portaal Portaalicoon Scheikunde

Peter Joseph William Debye, oorspronkelijke naamPetrus Josephus Wilhelmus (Peter) Debije,bijnaamPie, Limburgse uitspraak achternaam "Debie" (Maastricht,24 maart1884Ithaca (New York),2 november1966) was eenNederlands-Amerikaansfysisch chemicus enNobelprijswinnaar (1936).

Biografie

[bewerken |brontekst bewerken]

Peter Debye werd geboren op 24 maart 1884 in een thans niet meer bestaand huis aan deMaastrichter Smedenstraat in het centrum van Maastricht. Hij was de zoon van de smid Joannes Wilhelmus Debye (1859–1937) en de bureauliste van deMaastrichtse stadsschouwburg, Maria Anna Barbara Ruemkens (1859-1940).

Na het doorlopen van de lagere school en deGemeentelijke HBS in Maastricht ging hij in 1901 naar deRheinisch-Westfälische Technische Hochschule (RWTH) inAken. Hij studeerdewiskunde en klassiekenatuurkunde en kreeg in 1905 een graad in deelektrotechniek. InAken studeerde hij onder de begeleiding vanArnold Sommerfeld, die hem na zijn afstuderen aannam als assistent. Debeye zou later door Sommerfeld als zijn grootste ontdekking worden bestempeld.[5]

In 1906 kreeg Sommerfeld een aanstelling als hoogleraar inMünchen en nam Debye mee als assistent. In 1907 publiceerde Debye zijn eerste artikel, een wiskundig elegante oplossing van een probleem over elektrische kringstromen. In 1908promoveerde hij met een proefschrift overstralingsdruk. Twee jaar later leidde hij dewet van Planck af met een methode die ook volgensMax Planck simpeler was dan die van hemzelf.

In 1910 werd hij privaatdocent teMünchen. In 1911, toenAlbert Einstein een aanstelling aannam als hoogleraar inPraag, nam Debye Einsteins oude hoogleraarschap aan deUniversiteit Zürich over. Hierna volgden verhuizingen naarUtrecht in 1912, enGöttingen in 1913. In dat jaar trouwde Debeye met Mathilde Alberer. Ze kregen een zoon en een dochter. Hun zoonPeter P. Debye werd natuurkundige en werkte voor sommige onderzoekingen samen met zijn vader.

In 1920 keerde Debeye terug naar Zürich. Hij vertrok in 1927 naarLeipzig en in 1934 naarBerlijn. Daar werd hij directeur van hetKaiser Wilhelm Institut für Physik en zag hij toe op de bouw van nieuwe laboratoria. Het instituut was een onderdeel van hetKaiser-Wilhelm-Gesellschaft dat in 1948 werd opgevolgd door hetMax-Planck-Gesellschaft. Het voornoemde instituut heet tegenwoordigMax-Planck-Institut für Physik en is gevestigd in München.

Wetenschappelijke bijdragen vóór de Nobelprijs

[bewerken |brontekst bewerken]
  • Zijn eerste grote wetenschappelijke bijdrage was de toepassing van het concept vandipoolmoment op de ladingsverdeling in asymmetrischemoleculen in 1912.[6] Hierbij ontwikkelde hij vergelijkingen die het dipoolmoment relateerden aantemperatuur,diëlektrische constante, etc. Als gevolg hiervan worden elektrisch moleculaire dipoolmomenten gemeten indebye, een eenheid die naar hem vernoemd is.
  • Ook breidde hij in 1912 Einsteins theorie oversoortelijke warmte uit naar lagere temperaturen door ook bijdragen van laagfrequentefononen mee te nemen.[7]
  • In 1913 breidde hij de theorie vanNiels Bohr over hetatoommodel uit met elliptische banen. Dit concept was ook geïntroduceerd door Arnold Sommerfeld.
  • In 1914-1915 berekende hij samen metPaul Scherrer het effect van de temperatuur opröntgendiffractiepatronen van kristallijne vaste stoffen. Daardoor ontstaan regelmatige patronen, waaruit omgekeerd de onderlinge posities van atomen in het materiaal te bepalen zijn. Zie ookDebye-Scherrermethode.
  • In 1923 ontwikkelde hij samen met zijn assistentErich Hückel een verbetering vanSvante Arrhenius' theorie over elektrische geleidbaarheid in elektrolytische oplossingen.[8] Hoewel er in 1926 doorLars Onsager nog een verbetering gedaan werd aan deDebye-Hückeltheorie, wordt de theorie nog steeds beschouwd als een grote stap vooruit in ons begrip van elektrolytische oplossingen.
  • Ook ontwikkelde hij in 1923 een theorie om hetComptoneffect, het verschuiven van de frequentie vanröntgenstraling in wisselwerking met elektronen, te verklaren. Later werd dit verschijnsel uitgebreid gemeten en beschreven door de AmerikaanArthur Holly Compton, die hiervoor in 1927 deNobelprijs ontving.
Debye in 1937

Debye behield zijn hele leven grote belangstelling voor het probleem van de wisselwerking tussen straling en materie. Kenmerkend voor zijn werk was zijn wiskundige aanpak. In Leipzig deed Debye onderzoek naar de structuur van moleculen en slaagde hij als eerste erin omröntgendiffractie aan te tonen aan geïsoleerde gasvormige moleculen.

Loopbaan na de Nobelprijs

[bewerken |brontekst bewerken]

Van 1937 tot 1939 was Debye voorzitter van deDeutsche Physikalische Gesellschaft. In de weken na deKristallnacht vroeg hij de laatstejoodse leden hun lidmaatschap bij hem op te zeggen. Na zijn brief van 9 december 1938 meldden vijf leden zich. Volgens een rapport van hetNederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) handelde Debye uit opportunisme - zie onder.

In december 1938 ontdektenHahn,Strassmann enMeitner de eerstekernreactie. HetHeereswaffenamt, niet blind voor de militaire mogelijkheden van deze ontdekking, besloot in oktober 1939 het beheer over het Max Planck Instituut, tegen alle afspraken in, over te nemen. Volgens een overeenkomst met de Rockefeller-Foundation (de geldschieter bij de bouw) mocht het instituut niet voor oorlogsdoeleinden worden gebruikt. Debye werd met verlof gestuurd. Toen hij een verzoek zijn Nederlands staatsburgerschap op te geven weigerde, werd hem ook de toegang tot zijn instituut ontzegd. Zo stapte hij op 23 januari 1940 in Genua op de boot naar deVerenigde Staten om daar volgens eerdere afspraken de Baker-Lectures te geven aanCornell-universiteit inIthaca (New York).

Op 23 juni 1941, toen hij al in de Verenigde Staten woonde, stuurde Debye echter een telegram naar Berlijn met het verzoek terug te mogen keren op zijn post. Mogelijk werd het verzonden om familieleden in Berlijn niet in gevaar te brengen, want op 14 augustus 1941 diende hij een verzoek in om de Amerikaanse nationaliteit te verkrijgen. Uiteindelijk bleef hij op Cornell, werd er hoogleraar en tien jaar lang hoofd van de scheikundige faculteit. In 1946 werd hij Amerikaans staatsburger. In tegenstelling tot de Europese periode van zijn leven, toen Debye elke paar jaar verhuisde naar een andere universiteit, bleef hij de rest van zijn carrière op Cornell. Hij ging in 1952 met pensioen, maar bleef onderzoek doen tot zijn dood in 1966, met name naar kunststoffen en polymeren.

Veel van zijn werk op Cornell betrof het gebruik vanlichtverstrooiingstechnieken (afgeleid van zijn werk aan röntgenverstrooiing van jaren eerder) om de grootte en demoleculaire massa vanpolymeermoleculen te bepalen. Hij was hiermee begonnen naar aanleiding van zijn werk tijdens deTweede Wereldoorlog aansynthetisch rubber, maar dit onderzoek werd uitgebreid naareiwitten en anderemacromoleculen.

In april 1966 kreeg hij eenhartaanval. In november van dat jaar volgde een tweede, die hem fataal werd. Hij overleed op 82-jarige leeftijd en werd begraven inIthaca, in de staat New York.

Eerbewijzen, lidmaatschappen, vernoemingen

[bewerken |brontekst bewerken]
Uitreiking Nobelprijzen 1936. Van links naar rechts:Otto Loewi,Henry Dale, Peter Debye,Carl Anderson enVictor Franz Hess

In 1936 ontving Peter Debye deNobelprijs voor Scheikunde "voor zijn bijdragen aan de studie van de structuur van moleculen", waarbij vooral verwezen werd naar zijn werk aandipoolmomenten en röntgendiffractie. Eerder, in 1930, had hij de BritseRumford Medal ontvangen. In 1937 ontving hij deBenjamin Franklin Medal van het Amerikaanse Franklin Institute, in 1950 deMax Planck-medaille, in 1963 dePriestley Medal van de American Chemical Society, en in 1965 de door presidentLyndon B. Johnson uitgereikteNational Medal of Science.

Lidmaatschappen

[bewerken |brontekst bewerken]

Debye was lid van deSaksische Academie van Wetenschappen in Leipzig, dePruisische Academie van Wetenschappen (vanaf 1920 corresponderend lid; vanaf 1936 gewoon lid), deBeierse Academie van Wetenschappen (sinds 1924 corresponderend lid), deGöttinger Academie van Wetenschappen (vanaf 1916), deRussische Academie van Wetenschappen (vanaf 1924), deAmerican Academy of Arts and Sciences (vanaf 1927), deAmerican Philosophical Society (vanaf 1936), deHeidelberger Academie van Wetenschappen, deDeutsche Akademie der Wissenschaften Leopoldina (vanaf 1932) en deNational Academy of Sciences (vanaf 1947). In 1982 werd hij opgenomen in deAlpha Chi Sigma (ΑΧΣ)hall of fame.[9]

Wetenschappelijke vernoemingen

[bewerken |brontekst bewerken]
KunstwerkDipoolmomenten (Felix van de Beek, 1998) ter ere van Peter Debye op het naar hem genoemde plein in Maastricht

In deplasmafysica is een verschijnsel datDebye-afscherming genoemd wordt, vernoemd naar hem. Bij dit verschijnsel schermtplasma een elektrostatisch veld af. Andere wetenschappelijke vernoemingen naar Debye zijn:

Overige vernoemingen

[bewerken |brontekst bewerken]

Naar Debye werd een belangrijke wetenschapsprijs van deUniversiteit Maastricht vernoemd, dePeter Debye Prijs.[10] Sinds 1962 reikt de American Chemical Society jaarlijks de prestigieuzePeter Debye Award uit. Onder de winnaars bevinden zich diverse latere Nobelprijswinnaars:Robert Mulliken (1963),Lars Onsager (1965),Paul Flory (1969),William Lipscomb (1973),Rudolph A. Marcus (1988),Frank Sherwood Rowland (1993),Ahmed Zewail (1996),Louis Brus (2011) enWilliam Moerner (2013).

DeUniversiteit Utrecht vernoemde een fysisch-chemisch instituut naar hem. Straten en pleinen vernoemd naar Peter Debye zijn onder andere te vinden in Nederland (Maastricht,Heerlen-Hoensbroek enWageningen), Duitsland (Aken,Baesweiler enLeipzig) en Zwitserland (op het terrein van deETH Zürich).

Andere eerbewijzen

[bewerken |brontekst bewerken]
Debye poseert voor beeldhouwerTjipke Visser in 1937. Over de verblijfplaats van het beeld is niets bekend

In hetStadhuis van Maastricht werd op 9 november 1939, in aanwezigheid van Debye en zijn moeder, een bronzen portretbuste van de Nobellaureaat onthuld. Van de doorCharles Vos ontworpen buste bevond zich een tweede afgietsel in deGemeentelijke HBS van Maastricht, Debyes oude school. De huidige verblijfplaats is onbekend. Op 4 augustus 1962 nam hij in de MaastrichtseBonbonnière de naar hem genoemde Peter Debyeprijs in ontvangst. De prijs werd uitgereikt namens de een jaar eerder opgerichteEdmond Hustinx Stichting. De Peter Debyeprijzen worden sinds 1977 uitgereikt door deUniversiteit Maastricht, met ondersteuning van de Hunstinxstichting.[11] Op 8 november 1966, enkele dagen na de dood van Debye, vond een plechtige herdenking plaats bij het borstbeeld in de hal van het stadhuis. Daarbij waren burgemeester en wethouders, de voltallige gemeenteraad en een afvaardiging van leraren en leerlingen van zijn oude school aanwezig. Eerder had hij van zijn geboortestad de eremedaille ontvangen.[12] In deMaastrichter Smedenstraat is ter plekke van het niet meer bestaande geboortehuis van Debye een plaquette aangebracht.

In 1959 ontving hij eeneredoctoraat van zijnalma mater, deRheinisch-Westfälische Technische Hochschule in Aken, waarbij duizenden studenten hem in een fakkeloptocht naar hetAkense stadhuis begeleiden.[13] Op de campus Invalidenstrasse van deHumboldtuniversiteit te Berlijn bevindt zich een monument waarop de namen van 54 natuurwetenschappers – waaronder Debye – staan vermeld, die aan de universiteit verbonden zijn geweest. In de foyer van deUniversiteit Leipzig bevindt zich een portretbuste van Debye.

Kwestie Debye

[bewerken |brontekst bewerken]

In 2006, veertig jaar na zijn dood, raakte Debye in opspraak. Aanleiding was een kritische publicatie van wetenschapsjournalistSybe Rispens inVrij Nederland met de titel 'Nobelprijswinnaar met vuile handen'.[14] Het artikel deed veel stof opwaaien en diverse media besteedden er aandacht aan. Sommigen waren van mening dat er eerst gedegen onderzoek door hetNIOD had moeten komen. Maar het publieke oordeel over Debye was toen al geveld.[15] DeUniversiteit Maastricht besloot in februari 2006, enkele weken na het verschijnen van het artikel, dat de Peter Debye Prijs niet meer onder die naam zou worden uitgereikt. Het College van Bestuur van deUniversiteit Utrecht besloot omstreeks dezelfde tijd dat het naar Debye vernoemde instituut een andere naam zou krijgen.

De kwestie had betrekking op het feit datAlbert Einstein in 1940 een (vergeefse) poging had gedaan om de komst van Debye naar de VS te voorkomen, vanwege diens vermeende medewerking aan hetHitler-regime.[15] Einstein had een niet zo vriendelijke brief ontvangen over Debye van een onbekend iemand(?), maar wist in eerste instantie niet wat hij ermee aan moest: in de prullenbak gooien of doorsturen. Hij koos voor het laatste. Het is niet zeker of Einstein de bron van de brief vertrouwde. Volgens sommigen waren er nooit problemen tussen Einstein en Debye geweest.[bron?] Rispens herontdekte deze brief veertig jaar na Debyes dood en publiceerde deze in zijn boekEinstein in Nederland en inVrij Nederland, en baseerde daarop zijn negatieve oordeel over Debye.

Na de eerste ophef over het artikel waren er ook stemmen te horen die het opnamen voor Debye. Zo vond de natuurkundigeMartinus Veltman, zelf Nobelprijswinnaar en schrijver van het voorwoord in Rispens boek over Einstein, dat de genomen maatregelen bestuurlijke dwalingen waren. Die mening werd gedeeld doorDieter Hoffmann, die onder andere een studie over natuurwetenschappers in het Derde Rijk op zijn naam had staan (Die Physikalische Gesellschaft im Dritten Reich).[16] OokGijs van Ginkel, senior managing director van het Debye Instituut in Utrecht en oud-voorzitter van de Commissie Onderwijs en Onderzoek Beleid van de Universiteit Utrecht (UU), betreurde de beslissing van de UU in een opinieartikel.[17] InDagblad De Limburger werd op 27 juli 2006 gesteld dat Debye de geallieerden juist had geholpen door hen te informeren over de vorderingen die de Duitsers maakten in de ontwikkeling van de atoombom.[18] Documenten over het tippen van de geallieerden zouden gevonden zijn in deCornell-universiteit (VS), alwaar Debye lange tijd hoogleraar was. Volgens het artikel zou Debye de geschiedenis in belangrijke mate hebben beïnvloed ten gunste van de geallieerden.

Eind 2007 presenteerde hetNIOD een onderzoek uitgevoerd door dr. Martijn Eickhoff over deze zaak.[19] Hierin werd geconcludeerd dat Debyes houding gekenmerkt werd door een combinatie van idealisme en opportunisme. Gesteld werd dat hij de continuïteit van zijn onderzoek had laten prevaleren boven solidariteit met zijn joodse collega's.[20]Cees Andriesse, emeritus-hoogleraar van de Universiteit Utrecht, stelt in een interview inNRC Handelsblad: "Debye hoorde níet bij de kleine groep wetenschappers die echte nazi's waren. Hij heeft geen joden vervolgd en uit niets is gebleken dat hij een jodenhater was".[21] Het door Eickhoff benadrukte eigen initiatief tot het schrijven van een brief door Debye op 9 december 1938 aan alle leden van hetDeutsche Physikalische Gesellschaft, waarin hij de joodse leden opriep hun lidmaatschap te beëindigen, was voor Andriesse niet overtuigend. Andriesse verwees naar een ander geval (betreffende de uitgeverijSpringer-Verlag), waarbij evenmin aangetoond kon worden dat het ontslag van joodse werknemers een eigen initiatief van de uitgever betrof.

Op 17 januari 2008 meldde de Universiteit Utrecht dat het fysisch-chemisch instituut weer naar Debye zou worden genoemd.[22] Een speciale onderzoekscommissie had geconcludeerd dat de samenwerking met de nazi’s niet kon worden bewezen. De Universiteit Maastricht bleef bij haar eerder ingenomen standpunt dat het imago van Debye niet paste bij een prestigieuze onderscheiding. DeEdmond Hustinx Stichting uit Maastricht, die de prijs financierde, verklaarde dat zij de Peter Debye Prijs zal blijven uitreiken, echter in een andere opzet.[23][24] De gemeente Maastricht besloot naar aanleiding van het rapport de namen van het Peter Debyeplein en -laan te handhaven. BurgemeesterOnno Hoes vroeg de Universiteit Maastricht in 2011 haar standpunt over Debye te herzien.[25]

Werken

[bewerken |brontekst bewerken]
  • Quantentheorie und Chemie (1928)
  • Polar molecules (1929)
  • Dipolmomente und chemische Struktur (1929)
  • Molekulstruktur (1931)
  • The collected papers of Peter J.W. Debye (1954)

Zie ook

[bewerken |brontekst bewerken]

Externe links

[bewerken |brontekst bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
  1. https://profs.library.uu.nl/hoogleraar/debije-p-j-w/;Catalogus Professorum Academiae Rheno-Traiectinae; Catalogus Professorum Academiae Rheno-Traiectinae-identificatiecode: 460; geraadpleegd op: 5 februari 2019.
  2. Find a Grave; geraadpleegd op: 23 juni 2024.
  3. Mathematics Genealogy Project; geraadpleegd op: 22 augustus 2018; MGP-identificatiecode: 25025.
  4. 123Nationaal Normbestand van Tsjechië; geraadpleegd op: 7 november 2022; NKC-identificatiecode: ola2002159240.
  5. (de)Hoffmann, Dieter (2006). Peter Debeye (1884-1966) Ein typischer Wissenschaftler in untypischer Zeit.Gewina 29: blz 141-168 Zie blz 142 onderaan en voetnoot 8.
  6. P. Debye(1912).Einige Resultate einer kinetischen Theorie der Isolatoren.Physikalische Zeitschrift13: 97-100.
  7. P. Debye(1912).Zur Theorie der spezifischen Wärmen.Annalen der Physik344(14): 789-839.DOI:10.1002/andp.19123441404.
  8. P. Debye, E. Hückel(1923).Zur Theorie der Elektrolyte I,II.Physikalische Zeitschrift24: 185-206,305-325.
  9. (en)'Alpha Chi Sigma Hall of Fame', opfoundation.alphachisigma.org, geraadpleegd op 24 februari 2024.
  10. Na dekwestie Debye werd het profiel van de prijs bijgesteld, waarbij de Universiteit Maastricht niet langer betrokken is.
  11. 'Prijzen > Peter Debyeprijzen' ophustinxstichting.nl, geraadpleegd 27 november 2025.
  12. 'Borstbeeld P. Debije (Stadhuis)', opcharlesvos.nl, 29 juli 2009, geraadpleegd 24 februari 2024.
  13. Jaarboek Maastricht 1959, p. 30.
  14. Sybe Rispens (2006):'Nobelprijswinnaar met vuile handen', in:Vrij Nederland, week 3 (20 januari 2006) (gearchiveerd op archive.org)
  15. 12Sybe Izaak Rispens(2006).Einstein in Nederland : een intellectuele biografie. Ambo, Amsterdam.ISBN 90-263-1903-7.
  16. Floris van der Bijl en Marjan Molenaar (2006):'Onderzoek naar Peter Debye', in:EONetwerk, 18 april 2006 (Windows Media Player).
  17. 'Afscheid van Debye door Utrecht: Een bestuurlijke dwaling', opdebye.uu.nl (gearchiveerde link).
  18. Martin Hinoul,Geniale geesten: 110 jaar nobelprijzen, p.173, Leuven University Press (2011)
  19. Martijn Eickhoff(2007).In naam der wetenschap? P.J.W. Debye en zijn carrière in nazi-Duitsland.. Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD),pp. 195.
  20. Persbericht Onderzoek P.J.W. Debye en zijn carrière in nazi-Duitsland, NIOD, 27 november 2007.
  21. 'Sociaal vaardig en slinks in Derde Rijk', in:NRC Handelsblad, 29 november 2007.
  22. Utrecht krijgt naam terug,de Volkskrant, 17 januari 2008
  23. 'New set-up for Peter Debye Prize', ophustinxstichting.nl.
  24. Peter Debyeprijzen, Hustinx Stichting (gearchiveerde link).
  25. Burgemeester vraagt UM standpunt over "Debye" te herzien.Maastricht Nieuws.nl(26 maart 2011).Gearchiveerd op3 juli 2013.
·Overleg sjabloon (de pagina bestaat niet) ·Sjabloon bewerken

1901:Van 't Hoff ·1902:E. Fischer ·1903: Arrhenius ·1904: Ramsay ·1905: Baeyer ·1906: Moissan ·1907: Buchner ·1908: Rutherford ·1909: Ostwald ·1910: Wallach ·1911: Curie ·1912: Grignard,Sabatier ·1913: Werner ·1914: Richards ·1915: Willstätter ·1918: Haber ·1920: Nernst ·1921: Soddy ·1922: Aston ·1923: Pregl ·1925: Zsigmondy ·1926: Svedberg ·1927: Wieland ·1928: Windaus ·1929: Harden,Euler-Chelpin ·1930: H. Fischer · 1931: Bosch,Bergius ·1932: Langmuir ·1934: Urey ·1935:F. Joliot-Curie,I. Joliot-Curie ·1936: Debye ·1937: Haworth,Karrer ·1938: Kuhn ·1939: Butenandt,Ružička ·1943: Hevesy · 1944: Hahn ·1945: Virtanen ·1946: Sumner,Northrop,Stanley ·1947: Robinson · 1948: Tiselius · 1949: Giauque ·1950: Diels,Alder ·1951: McMillan,Seaborg ·1952: Martin,Synge ·1953: Staudinger ·1954: Pauling ·1955: Vigneaud ·1956: Hinshelwood,Semjonov ·1957: Todd ·1958: Sanger ·1959: Heyrovský ·1960: Libby ·1961: Calvin ·1962: Perutz,Kendrew ·1963: Ziegler,Natta ·1964: Hodgkin ·1965: Woodward ·1966: Mulliken ·1967: Eigen,Norrish,Porter ·1968: Onsager ·1969: Barton,Hassel ·1970: Leloir ·1971: Herzberg ·1972: Anfinsen,Moore,Stein ·1973:E.O. Fischer,Wilkinson · 1974: Flory ·1975: Cornforth,Prelog ·1976: Lipscomb ·1977: Prigogine · 1978: Mitchell ·1979: Brown,Wittig ·1980: Berg,Gilbert,Sanger ·1981: Fukui,Hoffmann ·1982: Klug ·1983: Taube ·1984: Merrifield ·1985: Hauptman,Karle ·1986: Herschbach,Lee,Polanyi ·1987: Cram,Lehn,Pedersen ·1988: Deisenhofer,Huber,Michel ·1989: Altman,Cech ·1990: Corey ·1991: Ernst ·1992: Marcus ·1993: Mullis,Smith ·1994: Olah ·1995: Crutzen,Molina,Rowland ·1996: Curl,Kroto,Smalley ·1997: Boyer,Walker,Skou ·1998: Kohn,Pople ·1999: Zewail ·2000: Heeger,MacDiarmid,Shirakawa ·2001: Knowles,Noyori,Sharpless ·2002: Fenn,Tanaka,Wüthrich ·2003: Agre,MacKinnon ·2004: Ciechanover,Hershko,Rose ·2005: Grubbs,Schrock,Chauvin ·2006: Kornberg ·2007: Ertl ·2008: Shimomura,Chalfie,Tsien ·2009: Steitz,Yonath,Ramakrishnan ·2010: Heck,Negishi,Suzuki ·2011: Shechtman ·2012: Kobilka,Lefkowitz ·2013: Karplus,Levitt,Warshel ·2014: Betzig,Hell,Moerner ·2015: Lindahl,Modrich,Sancar ·2016: Sauvage,Stoddart,Feringa ·2017: Dubochet,Frank,Henderson · 2018: Arnold,Winter,Smith · 2019: Goodenough,Whittingham,Yoshino ·2020: Charpentier,Doudna ·2021: List,MacMillan ·2022: Bertozzi,Meldal,Sharpless ·2023: Bawendi,Brus,Jekimov ·2024: Baker,Hassabis,Jumper2025: Kitagawa,Robson,Yaghi

Overgenomen van "https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Peter_Debye&oldid=70227898"
Categorieën:
Verborgen categorieën:

[8]ページ先頭

©2009-2026 Movatter.jp