
Parasitoïden zijn organismen die voor hun ontwikkeling op eengastheer moeten leven en die gastheer uiteindelijk doden. Het criterium dat eenparasiet onderscheidt van een parasitoïde is dat de gastheer bij een parasitoïde uiteindelijk aan de interactie doodgaat en bij de parasiet niet. De term 'parasitoïde' is in 1913 geïntroduceerd door de Finse zoöloogOdo Reuter.
De meeste parasitoïde insecten behoren tot degewone sluipwespen of desluipvliegen. Sommigesluipwespen leggen bijvoorbeeld hun eieren in deeieren,larven en/ofimagines van andere insecten, waarna de larve van de sluipwesp zijn gastheer langzaam levend opeet. Sommige parasitoïden ontwikkelen zich zelfs met meerdere tegelijk in een enkele gastheer. Juist door deze eigenschap kunnen ze in degewasbescherming bijzonder nuttig zijn: ze kunnen zich namelijk vaak nog handhaven als de bevolkingsdichtheid van de plaag zo laag is dat deze beneden de grens ligt waarbij economische schade wordt veroorzaakt.
Parasitoïdeschimmels zijn de velecordyceps soorten zoals derupsendoder.

Ectoparasitoïden leven op hun gastheer, in tegenstelling totendoparasitoïden die zich in hun gastheer ontwikkelen.
Een parasitoïde onderscheidt zich van eenpredator doordat de parasitoïde hooguit een enkele gastheer doodt, terwijl de predator er vele moet doden om te overleven.