Ostrubel is de naam van een munteenheid die werd gebruikt tijdens de Duitse bezetting van een deel vanRusland tijdens deEerste Wereldoorlog.
De bankbiljetten in roebels en munten inkopeken werden uitgegeven door de ‘Darlehnskasse’ in Posen (nu Poznań) op17 april1916 voor gebruik in het Generaal-Gouvernement Warschau (het huidige Oost-Polen) en hetGebiet des Oberbefehlshabers Ost (het huidige Zuid-Letland,Litouwen en noordelijkWit-Rusland, later uitgebreid met Noord-Letland enEstland). De Ostrubel werd gelijkgesteld aan de roebel. De reden voor de uitgifte was de schaarste aan roebels, die nog steeds het betaalmiddel waren in het voormalige Russische gebied. De roebel op zijn beurt werd gelijkgesteld aan 2Duitse mark.
Op4 april1918 kreeg de Ostrubel in het Gebiet des Oberbefehlshabers Ost gezelschap van de Ostmark. 2 Ostmarken waren weer 1 Ostrubel. In het Generaalgouvernement Warschau werd de Ostrubel tezamen met de roebel op14 april1917 uit de circulatie genomen en vervangen door dePoolse mark.
De volgende bankbiljetten waren in omloop:
Op de voorkant van de ‘Darlehnskassenscheine’ stond een waarschuwing in het Duits tegen het namaken van de biljetten. Die waarschuwing werd op de achterkant herhaald in het Lets, Litouws en Pools.
Er circuleerden ook ijzeren munten van 1 kopeke, 2 kopeken en 3 kopeken.
Na het eind van deEerste Wereldoorlog bleef de Ostrubel nog in omloop inLitouwen, samen met de Ostmark, die daar onder de naamauksinas wettig betaalmiddel was. Op1 oktober1922 werden beide munten uit de circulatie genomen en vervangen door delitas.
Een deel van het Gebiet des Oberbefehlshabers Ost kwam na de Eerste Wereldoorlog onder Pools bestuur. Ook daar bleef de Ostrubel, samen met de roebel, nog een tijdlang in gebruik. Op29 april1920 werden beide munten definitief vervangen door dePoolse mark.