Opper-Gelre of hetOverkwartier van Gelre was het zuidelijke van devier kwartieren van hethertogdom Gelre. Dit gedeelte van Gelre bleef in deTachtigjarige Oorlog bij deSpaanse Nederlanden, vanwaar de benamingSpaans-Gelre stamt. Opper-Gelre hield op te bestaan in 1713, toen het in vieren gedeeld werd. Tegenwoordig strekt het zich uit over grote delen vanNederlands-Limburg enNederrijn.
"Opper-" en "over-" verwijzen naar de hogere ligging van het gebied, in tegenstelling tot de overige kwartieren die in het lageRivierengebied liggen. Het meest noordelijke punt van Opper-Gelre is deexclaveMiddelaar.
Na deinlijving van Gelre bij deZeventien Provinciën wordt de hoofdplaats van het kwartier verplaatst vanGelder(en) naarRoermond (1547). Het kwartier bestaat op dat moment uit acht districten oftewel "ambten", van zuid naar noord:[1]
Daarnaast waren er tal van bezittingen die buiten de ambtsindeling vielen:
Opper-Gelre is eigenlijk het stamgebied van het hertogdom Gelre: hier liggenWassenberg, de stamburcht van degraven Flamens, en Gelder, de hoofdplaats van het voormaligegraafschap Gelre. Rond 1229 verwerft Roermondstadsrechten, waarna het in 1547 tot hoofdplaats verheven wordt. Het hele hertogdom is dan, sinds enkele jaren, ingelijfd doorkeizer Karel V als gevolg van deGelderse Oorlogen.
Onder Karels zoonFilips II sluiten alle kwartieren zich aan bij deUnie van Utrecht (1579). Toch blijft Roermond koningsgetrouw, wanneer alle andere Gelderse steden Filips vervallen verklaren (1581).[2] De Staatse steden in Opper-Gelre gaan al snel terug naar Spanje (Erkelenz en Straelen 1579, Venlo 1586, Gelder 1587). DoordatNijmegen voorgoed Staats wordt, wordt het Overkwartier afgesneden van de "nederkwartieren" (1591). DeNederlandse Republiek verovert Venlo en Roermond tijdens deVeldtocht langs de Maas (1632), maar kan ze niet behouden. DeVrede van Münster (1648) bevestigt dat Opper-Gelre in Spaanse handen blijft.
Bij het overlijden vanKarel II van Spanje (1700) blijkt uit zijntestament dat deSpaanse Nederlanden naar hetHuis Bourbon moeten vererven. De andere Europese mogendheden zijn beducht voor zo'n bijkomende uitbreiding voorLodewijk XIV van Frankrijk en ontketenen deSpaanse Successieoorlog. In 1702 verovertMalbroek, in naam van de Grote Alliantie, Opper-Gelre. Dat komt vervolgens onder bestuur vanPruisen en deStaten-Generaal. Ondanks de steeds wisselende strijdkansen blijft Opper-Gelre in handen van de Alliantie.
Bij deVrede van Utrecht (1713) wordt overeengekomen dat het bezette Opper-Gelre verdeeld wordt onder de overwinnaars, als compensatie voor hun oorlogsinspanningen.
Het gedeelte van Opper-Gelre dat na deze delingen bij deZuidelijke Nederlanden blijft, is teruggebracht tot een fractie. De vier delen worden later herenigd in deEerste Franse Republiek (1794) en in hetgeneraal-gouvernement "Nederrijn" (1814). Bij de grensbepaling van het nieuweVerenigd Koninkrijk der Nederlanden keert ongeveer de helft van Pruisisch-Gelre terug naar de Nederlanden.
In Opper-Gelre wordt indertijdLimburgs (bezuiden Venlo) enKleverlands (benoorden Venlo) gesproken. Vandaar wordt het toenmalige taalgebruik als "Nederlands" bestempeld. Ook nadat het oostelijke deel naar hetHeilige Roomse Rijk overgaat, blijven deNederfrankische dialecten overwegen. HetHoogduits doet dan wel reeds zijn intrede. Pas in 1828 wordt het Nederlands in Pruisisch-Gelre verboden als onderwijstaal. Als thuistaal houdt het Nederlands echter stand, onder meer omdat deRooms-Katholieke engereformeerde belijding op de Nederlanden georiënteerd blijft. De verdrukking van het Nederlands neemt toe onderOtto von Bismarck. In de 20e eeuw sterft het Nederlands er nagenoeg uit.
Het huidigeNoord-Limburg enMidden-Limburg situeren zich ten dele in het voormalige Opper-Gelre. Om deze reden beeldt hetwapenschild vanNederlands-Limburg, onder andere, de gouden leeuw van Gelre af (rechtsonder).
Voetnoten
Literatuur