Noorse literatuur verwijst naar geschrevenliteratuur geschreven doorNoorse auteurs dan wel in deNoorse taal, meer in het bijzonder in een van haar twee officiële schrijftalen:Bokmål enNynorsk.
De Noorse literatuur kende hoogtepunten in de negentiende eeuw met de zogenaamde 'grote vier' (Henrik Ibsen,Alexander Kielland,Bjørnstjerne Bjørnson enJonas Lie) en in het begin van de twintigste eeuw metKnut Hamsun enSigrid Undset. Bjørnson, Hamsun en Undset wonnen ook deNobelprijs voor de Literatuur.
De oudste Noorse geschriften warenrunen die merendeels dateren van 300 na christus tot het jaar 1200. Bestudering van de runen leerde dat er inScandinavië en dus ook in Noorwegen al vroeg een literaire traditie bestond. Op meerdererunenstenen staan verzen te lezen of andere teksten van literaire waarde. Belangrijke vroege delen van depoëtische Edda (zoals de bijdragen vanBragi Boddason,Þjóðólfr van Hvinir enHarald I van Noorwegen) worden gerekend tot de Noorse literatuur. De Noorse literatuur was in deMiddeleeuwen nauw verbonden met deIJslandse literatuur, mede vanwege de verbondenheid door gezamenlijke hoven. In de dertiende schreef de IJslanderSnorri Sturluson de zogenaamdeProza-Edda neer, over de lotgevallen van deNoordse goden, in een sterk op het Noors gelijkende taal Ook deThidrekssaga en de moralistische verhandelingKonungs skuggsjá worden doorgaans tot de Noorse literatuur gerekend.
Gedurende deUnie van Kalmar (1397-1523), waarin de huidige Scandinavische landen een eenheidsstaat vormden, en het daarop volgende tijdperk van hetKoninkrijk Denemarken en Noorwegen (1536-1814), kan er nauwelijks gesproken worden van een Noorse literatuur.Henrik Ibsen sprak later over deze periode als 'vierhonderd jaar van duisternis'. Toch kunnen in de tijd van deReformatie dehumanistische auteursAbsalon Pederssøn Beyer (1528-1575) enPeder Claussøn Friis (1545-1615) genoemd worden. De belangrijkste dichter van de zeventiende eeuw wasPetter Dass (1647-1707), die veel religieuze verzen schreef (psalmen), maar ook humoristische werken. In de achttiende eeuw maakte de inDenemarken geboren schrijverLudvig Holberg (1684-1754) naam met historische romans en toneelwerken, geschreven in de geest van deVerlichting. Ook de eveneens uit Denemarken afkomstige dichtersChristian Tullin, (1728-1765) enJohan Herman Wessel (1742-1785) kunnen worden genoemd.
Nadat in 1814 in Noorwegen een constitutionele grondwet was aangenomen deverlichtingsgeest van deFranse Revolutie door het land begon te waren, kwam er geleidelijk ook een omslag in het culturele klimaat. De oprichting van een eerste universiteit in 1911 teKristiania droeg daar evenzeer aan bij. Het Noorse geestelijk leven ontwikkelde geleidelijk een eigen karakter en langzaam maar zeker kwam het land los van de Deense culturele invloed en de dominantie van de Deense taal. Het zou de bakermat worden voor een nieuwe periode die wel wordt gekenmerkt als deNoorse nationale romantiek.
Een belangrijke rol in deze ontwikkeling werd gespeeld door depatriottische,romantische dichtersHenrik Wergeland (1808-1845) enAasmund Olavsson Vinje (1818-1870), die met hun zangerige lyriek later onder andere Bjørnson en de componistGrieg zouden inspireren. Daarnaast werd een belangrijke rol in de ontwikkeling van de Noorse literatuur gespeeld doorPeter Asbjørnsen (1812-1885) en bisschopJørgen Moe (1813-1882), die bekend werden als verzamelaars van volksverhalen en sprookjes. Bijzondere vermelding verdient de taalkundigeIvar Aasen (1813-1896) als de grondlegger van het Nynorsk (het 'nieuw Noors'), de tweede Noorse schrijftaal, welke veel gelijkenis heeft met het IJslands
In de tweede helft van de negentiende eeuw bracht de patriottische, romantische geest van de Noorse nationale romantiek, waarvan met name Wergeland een belangrijk wegbereider was geweest, een aantal literaire schrijvers voort van internationale importantie, meer in het bijzonderHenrik Ibsen (1828-1906) enBjørnstjerne Bjørnson (1832-1910). Samen metAlexander Kielland (1849-1906) enJonas Lie (1833-1908) werden ze later 'de grote vier' van de Noorse literatuur genoemd. Een gemeenschappelijk kenmerk van deze auteurs, doorheen al hun verscheidenheid, was hun aandacht voor de nationale Noorse geschiedenis en het authentieke Noorse boerenleven. De ontwikkeling van Ibsen en Bjørnson van aanvankelijk romantisch geïnspireerde schrijvers naar een meernaturalistische enrealistische schrijfstijl, met aandacht voor sociale en emancipatoire problematiek (begonnen met IbsensEen poppenhuis), was rond 1880 exemplarisch voor een nieuwe omslag in de Noorse literatuur. Met name Ibsen wordt nog steeds, ook internationaal, beschouwd als een van de grondleggers van hetmodernistischedrama.
Veel Noorse schrijvers verzamelden zich vanaf de jaren 1880 in de literaire beweging "De Moderne Doorbraak", die in navolging van de "grote vier" het naturalisme en realisme centraal stelden. Bekende exponenten zijnArne Garborg (1851-1924) enAmalie Skram (1846-1905). In de jaren 1890 ontstond echter ook een belangrijke tegenbeweging, die teruggreep op principes van deneoromantiek. De romans werden korter en lyrischer, de liefde en de natuur waren belangrijke thema's, de persoonlijke stond centraal. Het meest duidelijk kwam dit tot uitdrukking in het vroege werk vanKnut Hamsun (1859-1953), dat zich kenmerkte door een opvallende natuurmystiek en een sterk individualisme. In zijn latere werk verheerlijkt Hamsun vooral de verbondenheid van de mens met de aarde, maar het outsidermotief blijft terugkeren. In dezelfde geest hield deanarchistische schrijverHans Jæger (1854-1910) het perspectief van de buitenstaander aan.
Na 1900 kreeg het realisme langzamerhand weer de overhand, ook in het werk van Hamsun, die voor zijn streekromanHoe het groeide (1917) de Nobelprijs zou krijgen. Een andere Noorse Nobelprijswinnaar wasSigrid Undset (1882-1949), die vooral historische romans schreef, zonder die hang naar het verleden om te zetten in romantiek. In haar lijvige romanKristin Lavransdochter (1920-1922) tekent ze met groot psychologisch inzicht het leven van een vrouw in deMiddeleeuwen, waarbij ze voortdurend de analogie zoekt met de positie van de vrouw in haar eigen tijd.
Andere vooraanstaande Noorse schrijvers uit het einde van de 19e eeuw en de eerste helft van de 20e eeuw zijn:Hans Ernst Kinck (1865-1926),Olav Duun (1876-1939),Nini Roll Anker (1873-1942),Trygve Gulbranssen (1894-1962, bekend van de trilogieHet geslacht Bjørndal),Cora Sandel (1880-1974),Sigurd Hoel (1890-1960) enAmerika-emigrantJohan Bojer (1872-1959). Bekende toneelschrijvers warenGunnar Heiberg (857-1929) enHelge Krog (1889-1962). Als dichters verdienen vermelding:Sigbjørn Obstfelder (1866-1900), die als de eerste Noorsemodernistische dichter wordt beschouwd,Kristofer Uppdal (1878-1961),Olaf Bull (1883-1933),Arnulf Øverland (1889-1969) enHerman Wildenvey (1885-1959). De laatste twee zouden ook na deTweede Wereldoorlog nog werk publiceren en gelden als overgangsfiguren naar de nieuwe tijd. In het werk van veel van deze schrijvers zou de Noorse natuur steeds een belangrijke rol spelen.
Na de Tweede Wereldoorlog werd de lyrische traditie in de Noorse dichtkunst voortgezet door de modernistTarjei Vesaas (1897-1970),Aslaug Vaa (1889-1965) enAksel Sandemose (1899-1965), die alle drie ook veelgelezen proza schreven. Binnen de romankunst maakte voorts de individualistJens Bjørneboe (1920-1976) naam met werken waarin hij de morele problematiek in de naoorlogse tijd aan de orde stelde. De oorlog keerde als thema terug bijJohan Borgen (1902-1979) enOdd Nansen (1901-1973), die populariteit verwierf met zijn verzetsromanVan dag tot dag (1949).Arthur Omre (1887-1967) was een meer traditioneel prozaïst, vooral bekend om zijn verhalen en novellen.
Vanaf de jaren 1960 is een veelheid aan stijlrichtingen herkenbaar binnen de Noorse literatuur, waarbij aanvankelijk met name een sterke sociaal-realistische stroming opviel, met de nadruk op politiek bewustzijn. Een belangrijke exponent van deze richting isDag Solstad (1941). Onder de hedendaagse Noorse schrijvers verdienen vermelding:Lars Saabye Christensen,Herbjørg Wassmo,Jon Fosse,Kjell Askildsen,Jan Kjærstad,Per Petterson enÅsne Seierstad. Bij het in Noorwegen erg populaire misdaadgenre horen de namenGunnar Staalesen,Karin Fossum,Anne Holt,Jo Nesbø,Unni Lindell enJørn Lier Horst.Karl Ove Knausgård maakte naam met zijn zesdelige autobiografische romanMin kamp (Mijn strijd, vanaf 2009). De bekendste hedendaagse dichter isJon Fosse. Een bijzondere plek in de contemporaine Noorse literatuur wordt verder ingenomen doorJostein Gaarder, die met zijn luchtige filosofische romanDe wereld van Sofie (1991) internationale bekendheid kreeg.