Demilt of (medische term)splen (Oudgrieks: σπλήν, splḗn; Engels: spleen)is eenorgaan dat voorkomt in allegewervelde dieren, waaronder mensen. Bij demens bevindt de milt zich in de linker bovenhelft van debuik, onder hetmiddenrif en achter demaag. Bij een normaal individu is de milt 10 tot 12 centimeter lang, heeft een breedte van 6 tot 8 centimeter en een gewicht van circa 200 gram. Het orgaan is onderdeel van hetlymfesysteem, maar is anders danlymfeklieren opgenomen in debloedcirculatie. De milt kan worden gezien als de lymfeklier van het bloed, hij bevat veellymfocyten en er worden ook veelantilichamen geproduceerd.
In de milt worden plasmacellen gevormd uitB-lymfocyten en worden oude en abnormalerode bloedcellen afgebroken en het daarbij vrijkomende ijzer opgeslagen, daarnaast fungeert de milt ook als een zeker reservoir voor bloedbestanddelen, waaronder debloedplaatjes. Ook draagt de milt bij aan de verwijdering van afvalstoffen uit het bloed.
De milt is niet per se onmisbaar en kan dus zo nodig operatief verwijderd worden (splenectomie). Wel is zonder milt de afweer tegen gekapselde bacteriën zoals depneumokok,meningokok en de Hib (Haemophilus influenzae) minder goed. Voor een splenectomie wordt daarom zo mogelijk eerst hiertegengevaccineerd.
Er is onderzoek dat aantoont dat de milt een belangrijke rol speelt bij herstel na bijvoorbeeld een hartaanval en dat de milt een belangrijke bron is vanmonocyten.[1][2]
De menselijke milt is normaliter zo groot als een gebalde vuist en ziet er ongeveer uit als eenavocado.
Bij iemand zonder (functionerende) milt is sprake vanasplenie.
In de peri-arteriole lymfatische schede (vaak afgekort tot 'pals'), die zich rond de eindcapillairen in de milt bevindt, zittenT-cellen.Wanneer eendendritische cel zich presenteert met eenantigeen worden deze T-cellen geactiveerd. Rond de pals zit de marginale zone, waarin zichB-cellen enmacrofagen bevinden. Als een T-cel geactiveerd is gaat die op zijn beurt een B-cel activeren. De B-cel kan dan eenplasmacel of eenB-geheugencel worden en gaat antilichamen produceren (IgM ofIgG).Wanneer een virus zich presenteert gaan de macrofagen of de B-cellen de T-cellen activeren en volgt dezelfde procedure.
Rode pulpa zorgt voor de filtering en vernietiging van oude en abnormalerode bloedcellen en hergebruik vanhemoglobine. Wanneer een rode bloedcel ongeveer 120 dagen oud is wordt ze vernietigd door middel vanfagocytose. Eindcapillairen in de milt brengen de rode bloedcellen naar de rode pulpa. Rode pulpa is gemaakt van zones genaamdkoorden van Billroth, die gevuld zijn met macrofagen, ensinusoïden. Tussen deendotheelcellen van de sinusoïden zijn openingen waardoor de rode bloedcellen gefilterd worden. Gezonde rode bloedcellen kunnen door de openingen, terwijl oude of abnormale cellen dat niet kunnen. Hierdoor kunnen ze gefagocyteerd worden door de macrofagen.De vrijgekomen hemoglobine bij fagocytose wordt opgenomen door de macrofagen en afgebroken tot individueleaminozuren en ijzer. Die aminozuren kunnen opnieuw gebruikt worden om nieuweproteïnen te maken.
Bijsekwestratie van bloedplaatjes wordt ongeveer één derde van de bloedplaatjes vastgehouden in de milt om de balans in het lichaam in evenwicht te behouden.
Een theorie zegt, dat het bekende verschijnsel van de "steek in de zij" bij overmatige fysieke inspanning het gevolg is van samentrekking van de milt bijzuurstoftekort om extrarode bloedcellen in de bloedbaan te brengen. Dit effect is echter zo gering dat dezehypothese niet kan worden bewezen.Er zijn zelfs mensen die geen milt meer hebben en hier toch last van hebben.
Bij een Aziatisch volk, deBajau vanSulawesi (Indonesië) of 'zeenomaden', zoals ze plaatselijk worden genoemd, heeft zich de milt ontwikkeld tot anderhalf keer de normale omvang vergeleken met de milt van naburige volken. Zij kunnen tijdens het duiken, op jacht naar octopus, zeekomkommer en vis, hun adem ongeveer vijf minuten inhouden.[3]
De milt-index is een maat voor de omvang van de vergrote milt bij kinderen die lijden aanmalaria.
De milt wordt ook wel hetspleen genoemd (zoals in het Engels, Latijn:splen; Grieks:splèn) en werd beschouwd als de zetel van de zwaarmoedigheid. Daarom spreekt men wel van"het spleen hebben", of"aan het spleen lijden", als men de licht-depressieve gemoedstoestand wil beschrijven, waar men zich niet goed raad bij weet. In het Engels gaat men nog verder en betekentspleen ook woede:a fit of spleen = een woedeaanval,vent one's spleen , te vertalen met"zijngal spuwen", maar gal is dan weer een product van een ander orgaan.