Meiboombouwer IUCN-status:Gevoelig[1] (2021) | |||||||||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | |||||||||||||
mannetje boven, vrouwtje onder | |||||||||||||
Taxonomische indeling | |||||||||||||
| |||||||||||||
Soort | |||||||||||||
Prionodura newtoniana De Vis, 1883 [2] | |||||||||||||
Synoniemen | |||||||||||||
| |||||||||||||
Afbeeldingen op![]() | |||||||||||||
Meiboombouwer op![]() | |||||||||||||
|
Demeiboombouwer (Prionodura newtoniana;synoniem:Amblyornis newtonianus) is eenzangvogel uit defamilieprieelvogels (Ptilonorhynchidae). Deze vogel is genoemd naar de Britse ornitholoogAlfred Newton.
De meiboombouwer is een middelgrote zangvogel met een lengte van 23 tot 25 centimeter. Deze soort vertoontseksuele dimorfie. Het mannetje is roodbruin op de wangen en de oorstreek en heeft een geeloranjekruin, roodbruine bovendelen, geeloranje onderdelen en een geeloranje staart met roodbruine middenstreep. Het vrouwtje verschilt sterk van het mannetje, ze is donker olijfbruin van boven en grauwgrijs van onder. Beide geslachten hebben donkerbruine benen.
Deze vogel isendemisch inAustralië en komt enkel voor in de noordoostelijke staatQueensland. De natuurlijkehabitats zijn subtropische of tropische vochtige bergbossen. De habitats bevinden zich op hoogte tot 700 meter bovenzeeniveau.
De grootte van de populatie is in 2016 geschat op 34.000 volwassen vogels. Het verspreidingsgebied is klein en aangenomen wordt dat de aantallen snel achteruitgaan. Op deRode lijst van de IUCN heeft deze soort daarom de statusgevoelig.[1]