DeMars 3 (Russisch: Марс 3) was eenRussischeruimtesonde uit het begin van de jaren 70. Deze onbemande (metMars 2 gecombineerde) missie naarMars beoogde eenwagentje op het Marsoppervlak te laten landen.
Dit betekende dat deMars 3orbiter niet alleen genoeg brandstof aan boord had om na afremmen in een baan om Mars te komen, maar tevens eenlander kon meenemen.
Ter indicatie: het lanceervenster van 1973 was aanzienlijk minder gunstig. Men had de keus tussen óf brandstof voor de afremming meenemen, óf een lander. De Russen lanceerden toen vier sondes. Twee zonder lander (Mars 4 enMars 5) die na afremming in een baan rond Mars kwamen en de communicatie met de Aarde moesten verzorgen; daarnaast twee sondes met een landingsschotel (Mars 6 enMars 7) die niet konden afremmen en tijdens hun passage met Mars hun lander afschoten.[2]
De sonde woog in totaal 4650 kg. De lander woog in eerste instantie 635 kg, na aankomst op Mars was dit gereduceerd tot 450 kg.[3] Dat is een voor die tijd opmerkelijke prestatie, aangezien de twee dagen later gelanceerdeAmerikaanseMariner 9 een gewicht had van slechts 1000 kg.[4]
De Russische ontwerpers namen echter, om maar zo veel mogelijk nuttige lading mee te kunnen nemen, twee enorme risico's tijdens het ontwerpen van deMars 3. Om zowel voldoende brandstof voor de orbiters remraket als een landingsschotel mee te kunnen nemen, had men de hoeveelheid brandstof beperkt tot het absolute minimum. Bovendien was de orbiter voorgeprogrammeerd om automatisch te starten met foto-opnames, zonder tussenkomst van de vluchtleiding.
Voorstelling van het door sledes voortbewogen wagentje PROP-M op het Marsoppervlak.
Tijdens de aankomst van deMars 3 bij Mars was de planeet gehuld in eenstofstorm van gigantische afmetingen, die de gehele planeet omvatte.Astronomen hadden toentertijd nog nooit zo'n enorme storm meegemaakt.[5] De vluchtleiding van de AmerikaanseMariner 9 telde haar knopen en besloot om slechts enkele foto's per dag te maken om de storm te bestuderen.[6]
De Russen hadden die luxe echter niet, aangezien ze hun ruimtevaartuig hadden voorgeprogrammeerd. Zo verspildeMars 3 netjes volgens instructie een groot aantal foto's aan Mars, terwijl daar door de storm nauwelijks details op te zien waren.
In tegenstelling tot de latereViking 1 enViking 2, diein hun geheel afremden, om vervolgenseerst foto's te maken van interessante landingsplaaten alvorens hun landingsschotel te ontkoppelen, ontbeerden de Russen deze mogelijkheid. Hun draagraket was niet krachtig genoeg om zowel een lander mee te nemen als een orbiter metvoldoende brandstof om de sondein zijn geheel af te remmen. DeMars 3 had slechts nét genoeg brandstof aan boord om demassa van de orbiter af te remmen. Dit vereiste echter wél dat de lander vóór de afremprocedure werd ontkoppeld.
Daarom programmeerden de Russen hun sonde vooraf om zijn landingsschotel automatisch af te stoten na aankomst bij de rode planeet.
Dat betekende in dit geval, dat ze hun kostbare marslander op goed geluk afschoten in de grootste Martiaanse stofstorm die men ooit vanaf de Aarde had waargenomen.[5]
Het doorMars 3 verzonden fotofragment. Tijdens het overseinen werd de lander door de storm vernield.
Desalniettemin slaagde deMars 3 er in een zachte landing te maken op Mars. De robot kwam neer op 2 december 1971 (13:52 UTC, MSD 34809 3:06 AMT, 11 Libra 192Darische) op 45°ZB 158°WL[7] en zond signalen naar de Aarde, waaronder de eerste foto ooit die vanaf het Marsoppervlak was genomen. De aanvankelijke vreugde over het succes ebde snel weg, toen binnen amper twee minuten (110 seconden) de lander vanMars 3 voorgoed in alle talen zweeg. Waarschijnlijk zijn de instrumenten onklaar geraakt door de immense zandstorm. De sonde was net twintig seconden bezig met het overseinen van z'n eerste foto. Op de foto is daardoor geen enkel nuttig detail te zien.
De orbiter functioneerde tot15 augustus1972. Hierna publiceerde de Russische pers enige resultaten, waaruit bleek dat Mars kouder was dan verwacht, de atmosfeer 200x ijler en 5000x minder vochtig dan op Aarde.[4] De basis van deionosfeer lag tussen 80 à 110 km; zandkorrels van stofstormen reikten tot 7 km hoogte.[8]