


DeMadrileense kroniek van Skylitzes is eenverlucht manuscript uit detwaalfde eeuw. Het bevat de keizerskroniek vanJohannes Skylitzes (Σύνοψις ἱστοριῶν) en is geïllustreerd met 574miniaturen. Dit zijn de enige bekende miniaturen uit de middelbyzantijnse tijd. De huidige bewaarplaats is deNationale Bibliotheek van Spanje (MS Graecus Vitr. 26-2).
Het manuscript vermeldt geen oorsprong, maar het handgeschreven Grieks verraadt eenSiciliaanse herkomst. Het is gelijkaardig aan dat van een Arabisch geneeskundehandboek uit eenscriptorium in het zuiden van Italië (een Griekse vertaling bewaard in deVaticaanse bibliotheek, Vat. Gr. 300), alsook aan een tweetalig document uit dePalermitaanse kanselarij vanRogier II van Sicilië (Patti, Capitulaire archieven, I.164). De illustraties zijn verwant aan deze bij een dichtwerk vanPietro da Eboli (handschrift vervaardigd in Palermo voorkeizer Hendrik VI in de jaren 1190 -Bern, Burgerbibliothek, lat. 120). De Madrileense kroniek zou dus vervaardigd zijn onder Rogier II en zijn zoonWillem, in het derde kwart van de 12e eeuw.[1]
Nadien is het werk gesignaleerd in het Sint-Salvatorklooster vanMessina in de loop van de15e eeuw. Het kwam in 1712 terecht in de koninklijke bibliotheek van Madrid.[1]
De kroniek vanJohannes Skylitzes is geschreven rond 1070 en werd honderd jaar later nog gekopieerd, zoals blijkt uit het Madrileense handschrift. Enkele bladzijden uit het midden en einde ontbreken. Er zijn ook pagina's die bewust leeg zijn gelaten door de scribenten, voor verluchtingen die er nooit zijn gekomen.[1]
De 574 miniaturen zijn historisch van groot belang. Specialisten onderkennen grosso modo twee soorten: deze van puur Byzantijnse inspiratie en deze die ook een westerse invloed hebben ondergaan. Ook de islamitische schilderstijl is goed herkenbaar. Ongetwijfeld zijn de minitaturen gemaakt door een divers team van verluchters, wat perfect te rijmen valt met de Siciliaanse realiteit van dat moment. Waarschijnlijk zagen de Normandische koningen van Sicilië het verhaal van de Byzantijnse keizers als inspiratiebron voor hun eigen imperiale ambities.[1]