Littera textualis is een verzamelnaam voor een type vanGotisch schrift dat alsboekschrift gebruikt werd tussen de twaalfde eeuw en de opkomst van hethumanistisch schrift omstreeks 1500. Dit lettertype wordt ookgotische textura of kortwegtextura genoemd. Als de lange f en de lange ſ (s) geenschreef hebben, spreekt men van een textura prescissa. Het schrift ontstond in de twaalfde eeuw door evolutie uit deKarolingische minuskel.[1]
Typisch voor deLittera textualis is dat de ‘a’ geschreven wordt in twee verdiepingen (dus niet als ɑ), dat er geen lussen worden geschreven aan de stokken en dat de lange f en de lange ſ (s) op de schrijfregel komen.[2] Er is soms een zekere mate van hoekigheid of breking in de rondboogverbindingen alhoewel dit bij de meeste boekschriften niet het geval is. In demiddeleeuwen noemde men dit ook delittera rotunda. De term ‘rotunda’ slaat evenwel niet op de vorm van de boogjes of van de letters maar op de gebogen voetjes van de letters.[1]
Van detextualis ontwikkelde zich omstreeks het einde van de veertiende eeuw eenkalligrafische vorm die menlittera textualis formata noemt. Karakteristiek voor dit lettertype zijn de relatief grote lettertypes en de extreme breking van de onderdelen van de letters. Opeenvolgende letters i (j), u (v), n, m zijn daardoor soms moeilijk te onderscheiden. De aanzetjes en lettervoejes worden ruitvormig uitgevoerd. Het was een boekschrift dat tijdrovend was en voornamelijk werd gebruikt in luxueuze liturgische boeken. De middeleeuwse naam voor dit schrift was dan ooklittera psalterialis.
Daarnaast vindt men in de literatuur nog allerhande andere types zoals delittera parisiensis de variant die gebruikt werd in de zogenaamdeParijse Bijbeltjes en delittera bononiensis die zijn oorsprong had aan deuniversiteit van Bologna om er slechts twee op te sommen.[3]
In de vijftiende eeuw werd delittera textualis langzaamaan als boekschrift verdrongen door delittera cursiva en door mengvormen die men gecatalogiseerd heeft onder de naamlittera hybrida.
Om duidelijkheid te scheppen in het onderzoek en de publicaties zou een eenduidig systeem van classificatie een enorme bonus zijn. Voor de gotische boekschriften werd er tot nu toe slechts één opgesteld, namelijk die vanGerard Isaac Lieftinck die later werd uitgebreid door Johan Peter Gumbert[4] en verder gesystematiseerd en geïllustreerd door Albert Derolez (zie bij literatuur). De classificatie van Lieftinck-Gumbert-Derolez is gebaseerd op objectieve criteria en maakt komaf met termen zoalsuniversitair boekschrift,scholastisch boekschrift,littera parisiensi,bastarda,notula,rotunda en andere dergelijke terminologie die dingen benoemt zonder ze voldoende te preciseren naar hun morphologische eigenschappen. Bij Derolez wordt delittera textualis onderverdeeld in drie grote groepen namelijk deNorthern Textualis, deSouthern textualis en deSemitextualis. Maar de nieuwe classificatie die Derolez voorstelt is zeker nog niet algemeen aanvaard in depaleografie.
Referenties
Literatuur