De plaats ligt aan deGolf van Biskaje en de belangrijkste economische activiteit is het toerisme. Omgeven door bergen heeft Lekeitio twee stranden en een jachthaven die zijn gelegen in een kleine baai. Daarin ligt ook San Nicolás, een klein rotsachtig eiland, waarop enkel geiten leven. De twee stranden worden van elkaar gescheiden door de monding van de rivier deLea.
De afstand tussen de andere belangrijke badplaatsen is groot vanwege het sterk rotsachtige karakter van de kust. Via de kustweg in oostelijke richting is Lekeitio verbonden metOndarroa.
De gemeente heeft een oppervlakte van 2 km² en telde in 2001 7357 inwoners. De gemeente grenst in het noorden aan de zee, in het oosten aan de gemeenteMendexa en in het zuiden en westen aanIspaster.
Het meest opvallende monument van Lekeitio is ongetwijfeld de kerk vanSanta María de la Asunción, sinds lang geklasseerd als monument van nationaal belang,monumento nacional. De basiliek bevindt zich in de onmiddellijke omgeving van de haven. Ze is opgetrokken in laatgotische stijl en dateert uit de 15de eeuw. Ze wordt beschouwd als een van de mooiste voorbeelden van Baskische gotische architectuur. Aan de buitenkant trekken de door pinakels bekroonde steunberen, de elegante toren en het hoofdportaal de aandacht. Binnen valt vooral het polychroom Vlaams gotisch retabel op dat dateert uit 1512. De kroonlijst is inmudéjar stijl versierd met geometrische en abstacte motieven en vergulde sterren. Het is een van de grootste (12,5 m hoog, 9,5 m breed) van Spanje, samen met de retabels van de kathedralen vanToledo,Sevilla enOviedo.
Het Palacio Uriarte is een barok paleis uit de 17de eeuw en opgenomen op demonumentenlijst.
In de smalle straten het visserskwartier achter de haven staan nog enkele goed bewaarde middeleeuwse huizen.
In Lekeitio is hetBaskisch de meest gesproken taal. In1981 werd de officiële naam van de plaats/gemeente veranderd van het SpaanseLequeitio naar het BaskischeLekeitio.
Zita van Bourbon-Parma (1892-1989), de laatste keizerin van Oostenrijk en de laatste koningin van Hongarije vestigde zich na het overlijden van haar echtgenoot Karel in Madrid, waar ze een dochter baarde, Elisabeth (1922-1993). Na de kraamtijd huurde ze een kasteeltje in Lekeitio. In 1929 vertrok ze met haar kinderen naar het Belgische Steenokkerzeel.