Kurt Eisner | ||||
---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Kurt Eisner in 1919, kort voor zijn moord | ||||
Geboren | 14 april1867 Berlijn Pruisen | |||
Overleden | 21 februari1919 München Beieren | |||
Religie | Joods | |||
Minister President vanBeieren | ||||
Aangetreden | 1918 | |||
Einde termijn | 1919 | |||
Voorganger | Otto Ritter von Dandl | |||
Opvolger | Johannes Hoffmann | |||
|
Kurt Eisner (Berlijn,14 mei1867 –München,21 februari1919) was eenBeiers journalist, dichter en politicus. Op 7 november 1918 leidde hij een opstand in Beieren en aansluitend was hij enkele maanden regeringsleider van deVrijstaat Beieren.
Eisner was de zoon van deJoodse Emanuel Eisner, een bemiddelde fabrikant en Hedwig Levenstein. Eisner studeerde filosofie en ging aan het werk alsjournalist inMarburg. In 1892 trouwde hij metElisabeth Hendrich, in 1917 scheidde hij van haar. Zijn tweede vrouw heetteElise Belli. In totaal had Eisner zeven kinderen.
Sinds 1899 werkte Eisner als redacteur bij desociaaldemocratische krantVorwärts. Van 1890 tot 1895 was hij redacteur van de Frankfurter Zeitung waarin hij een aanvallend artikel schreef over Keizer Wilhelm II. Hiervoor belandde hij negen maanden in de gevangenis. Vanwege zijnrevisionistische denkbeelden werd hij in 1905 door de krant ontslagen. In 1917 trad depacifist Eisner uit deSPD wegens haar steun aan de Duitse oorlogsvoering. Hij sloot zich in dat jaar aan bij de linkse afsplitsing van de SPD, deUSPD (Unabhängige Sozialdemokratische Partei Deutschlands). In januari 1918 leidde hij eenstaking in een munitiefabriek inMünchen. Samen met partijgenoten had hij tijdens de januari staking onmiskenbaar de fabrieksarbeiders tot verdere acties proberen aan te zetten, waarvoor hij gearresteerd werd. Toen Eisner als regeringsleider ook nog geheime officiële documenten publiceerde waaruit bleek dat Duitsland mee betrokken was bij het ultimatum van Oostenrijk aan Servië in juli 1914, werd dit door rechts als extra bewijs opgevat. Hij werd veroordeeld wegens 'verraad' en hij bracht negen maanden door in een cel van de Stadelheimgevangenis: in oktober werd hij vrijgelaten vanwege de 'pardonregeling'. Na zijn vrijlating organiseerde hij de revolutie die de monarchie in Beieren omverwierp.
In november 1918 leidde hij deBeierse Revolutie die de val bewerkstelligde van de Beierse koningLodewijk III. Daarna nam hij alsminister-president het bestuur over de Beierse Vrijstaat op zich. Reeds in december 1918 publiceerde hij documenten om Duitslands hoofdschuld aan de oorlog te bewijzen, wat hem in nationalistische kringen impopulair maakte.
Na het onvermogen van de nieuwe regering om basisdiensten te leveren ten gevolge van hetVerdrag van Versailles en de antisemitischedolkstootlegende, versloeg deBeierse Volkspartij de Onafhankelijke Sociaal Eisner-democraten bij de verkiezingen van januari 1919. In de Beierse Volksstaat kregen Kurt Eisner en de zijnen drie procent van de stemmen. Daarop diende hij zijn ontslag in. Op 20 februari 1919 hield Eisner nog eenpacifistische toespraak in hetDeutsche Theater te München. De journalist en schrijverGustav Regler was hierbij aanwezig en berichtte hier ook over. Eisner was op 21 februari op weg naar deLanddag inMünchen om zijn ontslag in te dienen bij het Beierse parlement, toen de nationalistische, adellijke ex-officierAnton Graaf von Arco auf Valley, student aan de universiteit van München, hem in de rug schoot. Minister van Onderwijs en CultuurJohannes Hoffmann (SPD) volgde Eisner op aan het hoofd van een meerderheidscoalitie, maar de moord op Eisner leidde tot een nieuwe opstand: de oprichting van deMünchense Radenrepubliek door leden van de USPD en anarchisten. De macht in deze republiek werd uitgeoefend door afgevaardigden van arbeiders en boeren.
In 1989 werd voor hem een monument opgericht op de plaats waar hij vermoord werd. Er staat te lezen: "Kurt Eisner, die de Beierse republiek uitriep op 8 november 1918 - later minister-president werd van de Republiek Beieren - werd hier vermoord op 21 februari 1919."