
Kosmografie (Oudgrieks:kósmos "aarde, heelal, kosmos" engráphein, "schrijven") is eenwetenschap die alles wat met de kosmos ofwel het heleheelal te maken heeft beschrijft. Zowel deAarde als alles wat daarbuiten ligt (deruimte) zijn dus onderwerp van studie. Uit de kosmografie zijn meer specifieke disciplines voortgekomen: degeologie en degeografie enerzijds en deastronomie anderzijds.
Tot de17e eeuw vielen de kosmografie en de geografie als disciplines goeddeels samen en werden de begrippen vaak door elkaar heen gebruikt. In deMiddeleeuwen was de kosmografie vaak sterk moralistisch en spiritueel van inslag; zo werd aan de hand vansterrenbeelden bijvoorbeeld getracht karaktereigenschappen van de mens te verklaren. Vanaf deVroegmoderne Tijd vonden er binnen de verschillende deelgebieden van de kosmografie allerlei nieuwe ontwikkelingen plaats die gaandeweg leidden tot de disciplines geografie,landmeetkunde,cartografie en astronomie in hun huidige vorm.
Enkele bekende kosmografen zijn: degeograaf van Ravenna,Martin Behaim,Martin Waldseemüller,Sebastian Münster,Peter Apian,Gerardus Mercator,Vincenzo Maria Coronelli enThomas Porter.
In Nederland was kosmografie tot de invoering van deMammoetwet (1966) een schoolvak op deHBS[1] (op het gymnasium tot 1919[2]).
Tot de oudst bekende kosmografische studies rekent men de anoniem gepubliceerdeKosmografie van Ravenna uit de 7e eeuw. Dit werk wordt ook wel de Geografie van Ravenna genoemd. Ook het 13e-eeuwse werk'Aja'ib al-makhluqat wa-ghara'ib al-mawjudat van de Perzische arts en wetenschapperZakariya al-Qazwini geldt als een belangrijke kosmografische verhandeling.