Movatterモバイル変換


[0]ホーム

URL:


Naar inhoud springen
Wikipediade vrije encyclopedie
Zoeken

Kanselier (historisch)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Kanselarijattributen op een schilderij van Cornelis Norbertus Gysbrechts (1665)

Eenkanselier (Latijn:cancellarius) was het hoofd van een kanselarij (Latijn:cancellaria), het bureau waar deoorkondes en andere documenten van een bepaalde vorst of andere bestuurlijke instelling werden opgesteld, bezegeld en uitgevaardigd. Vaak was de kanselier tegelijk een hoge adviseur van de vorst en groeide hij in bepaalde landen uit tot een regeringsleider.

Historische ontwikkeling

[bewerken |brontekst bewerken]

Reeds de Romeinse keizers hadden kanseliers in dienst. De term is dan ook afgeleid van het Latijnse woordcancelli, dat staat voor de tralies of het hekwerk waarmee een kanselarij als afgescheiden ruimte werd aangeduid.

Onder deKarolingen stond een (aarts)kanselier aan het hoofd van de geestelijken en secretarissen die aan het Frankische hof belast waren met het opstellen vanoorkondes,capitularia en andere schriftelijke stukken. De eerste aartskanselier was Badilon, die in 757 doorPepijn de Korte werd benoemd.

Opvolgende aartskanseliers waren bijna allemaal Franse geestelijken, maar onder hen was ook een bastaardzoon vanKarel de Grote. Vanaf de 10e eeuw werd het kanseliersambt vervuld door de aartsbisschop van Reims.

Het schrijven van concepten was de taak van schrijvers (notarii cancellarii). Onder deMerovingen waren dit leken onder leiding van dereferendum. Onder deKarolingen werden zij echter vervangen door geestelijken, aangezien alleen zij de nieuwe juridische taal, hetLatijn, beheersten. Zij werden gekozen uit de leden van dehofkapel, waardoor het hoofd daarvan, deaartskapelaan, de facto ook de kanselier werd. Deze werd ook verantwoordelijk voor de bewaring en vervaardiging van het koninklijkezegel.

Na de splitsing van het rijk van Karel de Grote in het westelijke Frankrijk en het oostelijke Duitse rijk benoemde de eerste Franse koning uit hethuis Capet geen nieuwe aartskanselier meer, nadat de laatste Karolingische kanselier, aartsbisschopAdalbero van Reims, was overleden. Het hoofd van de Franse kanselarij zou voortaan de titelkanselier van Frankrijk dragen.

In het Duitse, laterHeilige Roomse Rijk, bleef de titel aartskanselier wel behouden. KeizerOtto de Grote vertrouwde deze functie eerst toe aan zijn broer Bruno, deaartsbisschop van Keulen en later aan zijn zoon Willem, deaartsbisschop van Mainz. Sindsdien is het aartskanselierschap verbonden met de aartsbisschoppelijke zetel vanMainz.

Aan de middeleeuwse hoven konden alleen de daar aangestelde geestelijken van dehofkapel schrijven. Zoals als onder deKarolingen werd daarom vaak de hofkapelaan als kanselier verantwoordelijk voor het op schrift stellen en versturen van koninklijke of keizerlijke besluiten. Ook bewaarde de kanselier het stempel voor het vervaardigen van hetzegel van de vorst.

In de late middeleeuwen bestond een typische kanselarij uit enkele secretarissen voor het opstellen van de teksten, enkele schrijvers voor het in het net uitschrijven daarvan, een zegelaar voor het aanbrengen van de zegels en een taxator voor het innen van de verschuldigde kanselarij- en zegelrechten (vergelijkbaar met de huidigeleges).

Als hoofd van de kanselarij was de kanselier feitelijk een soort regeringsleider en kreeg hij soms veel macht. Het is daarom voorgekomen dat vorsten ervan afzagen om nog een kanselier te benoemen; dit was bijvoorbeeld het geval bij deHeilige Stoel en in deHabsburgse Nederlanden. Voor de bewaring van hetgrootzegel van de vorst werd in zulke gevallen een apartegrootzegelbewaarder benoemd.

In de late middeleeuwen benoemden vorsten die inpersonele unie over meerdere rijken of landsheerlijkheden regeerden een grootkanselier als leider van de centrale kanselarij. Daaronder ressorteerden dan de kanseliers van de afzonderlijke gebieden.

Heilige Stoel

[bewerken |brontekst bewerken]
Het Palazzo della Cancelleria in Rome

De kanselarij van deHeilige Stoel (ook wel de Pauselijke, Apostolische of Roomse Kanselarij) stond zeker al sinds de 11e eeuw onder leiding van de kanselier van de Heilige Roomse Kerk. Dit was altijd eenkardinaal-priester met alstitelkerk deSan Lorenzo in Damaso. Sinds de 16e eeuw was de pauselijke kanselarij gevestigd in het Palazzo Riario vlak bij het Campo de' Fiori, beter bekend als hetPalazzo della Cancelleria (tegenwoordig zijn hier twee pauselijke gerechtshoven gevestigd).

Vanaf 1187 werd geen kanselier meer benoemd, maar nog slechts een vicekanselier. De titel kanselier van de Heilige Roomse Kerk werd pas onderpaus Pius X weer hersteld, toen deze in 1908 deRomeinse Curie hervormde. Daarbij werd de Kanselarij van de Apostolische Breven onderdeel van hetStaatssecretariaat onder leiding van dekardinaal-staatssecretaris.

Dit laatste ambt gaat terug op deSecretarius Intimus, die doorpaus Leo X werd benoemd voor de correspondentie met de toen opkomende diplomatieke vertegenwoordigingen van de Heilige Stoel. Aanvankelijk was dit een nog tamelijke geringe functie. Echter, nadatpaus Innocentius XII in 1692 een eind had gemaakt aan het ambt van de machtigekardinaal-nepoot, was de inmiddels ook kardinaal-staatssecretaris een van de belangrijkste functionarissen van de curie geworden.

De positie van het staatssecretariaat werd nog belangrijker toenpaus Paulus VI het in 1968 tot coördinerend orgaan van de curie maakte. Ten slotte schafte hij in 1973 het ambt van kanselier van de Heilige Roomse Kerk af en bracht de taken daarvan onder bij het staatssecretariaat.

De taken van achtereenvolgens de kanselier, de vicekanselier en de kardinaal-staatssecretaris vervielen bij het overlijden van de paus. Tijdens desede vacante worden de wereldlijke aangelegenheden van de Kerk waargenomen door de kardinaalcamerlengo.

Duitsland

[bewerken |brontekst bewerken]

OnderLodewijk de Duitser (840-876) werd de koninklijkehofkapel geleid door de aartskapelaan (Erzkaplan), die al gauw de titelaartskanselier (Erzkanzler) kreeg. Al sinds 965 was het kanselierschap van hetHeilige Roomse Rijk verbonden met de bisschoppen, laterkeurvorsten van Mainz, die dit ambt tot 1806 zouden behouden. Het rijkskanselierschap was een van de 'aartsambten' (Erzämtern) van het Duitse Rijk, maar werd in de loop van de middeleeuwen een louter ceremoniële functie, die alleen nog bij konings- en keizerskroningen werd uitgeoefend.

Als feitelijk kanselier van de Rooms-Duitse keizers fungeerden de drie (aarts)kanseliers, die ieder verantwoordelijk waren voor een deel van deerflanden. Zo was er meestal een kanselier voor Duitsland, een voor hetkoninkrijk Italië en een voor hetkoninkrijk Bourgondië. In deGouden Bul van 1356 werd de verdeling van de aartsambten onder de drie geestelijkekeurvorsten wettelijk geregeld. De aartsbisschop van Mainz was tevens aartskanselier voor de Duitse gebieden (Archicancellarius per Germaniam), deaartsbisschop van Keulen was kanselier voor Rijks-Italië (Archicancellarius per Italiam) en deaartsbisschop van Trier voor Boergondië (Archicancellarius per Galliam). In de twaalfde eeuw waren deproosten van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht kanselier voor Italië.

In hetDuitse Keizerrijk van 1871-1918 was deRijkskanselier (Duits:Reichskanzler) het hoofd van de regering en daarmee feitelijk deminister-president. In het huidigeDuitsland is dit debondskanselier (Bundeskanzler), wiens ministerie deBondskanselarij (Bundeskanzleramt) heet. Ook inOostenrijk heeft de regeringsleider de titel vanbondskanselier (Bundeskanzler).

Sir Thomas More (1478-1535). Schilderij doorHans Holbein de Jonge

Engeland

[bewerken |brontekst bewerken]

InEngeland is de kanselier (Engels:Lord Chancellor) een belangrijk lid van de regering en een van de grootdignitarissen (Grand Officers) van de staat. Waarschijnlijk de beroemdste Engelse kanselier was de humanistThomas More, die diende onder koningHendrik VIII en door hem in 1535 ter dood werd veroordeeld.

Russische Rijk

[bewerken |brontekst bewerken]

In hetRussische Rijk vormde de kanselier (kantsler) de hoogste rang (1e klasse) van staatsdienst in deRangentabel (Tabel o rangach; ingesteld in 1722) en stond op hetzelfde niveau als dewerkelijke geheime adviseur 1e klasse (verzamelbenaming, soms ook een kanselier),veldmaarschalk (leger) en deadmiraal-generaal (marine). Alleen de meest onderscheiden overheidsdienaren werden bevorderd tot deze rang. Had een persoon de 2e klasse (op een na hoogste rang binnen de tabel) weten te bereiken, dan kon deze de titel van vicekanselier (vitse-kantseler; onderkanselier) krijgen.

De rang werd in totaal 11 maal vergeven, het meest aan ministers van buitenlandse zaken, zoalsAleksandr Gortsjakov enAleksej Bestoezjev-Rjoemin. De laatste 50 jaren van het bestaan van het rijk werd niemand meer als kanselier aangesteld, al werd de rang niet formeel afgeschaft.

De Nederlanden

[bewerken |brontekst bewerken]

In demiddeleeuwen hadden de meeste afzonderlijkelandsheerlijkheden van deNederlanden een eigen kanselier, vaak een hoge geestelijke.

Onder deBourgondische hertogen was er bovendien een kanselier bij het centrale bestuur dat verantwoordelijk was voor alleBourgondische en laterHabsburgse Nederlanden. Deze kanselier werd onderkeizer Karel V in 1515 verheven tot grootkanselier.Mercurino di Gattinara wilde zijn bevoegdheden als grootkanselier uitbreiden over al Karels rijken en landen. Dit zag de keizer zelf echter niet zitten en benoemde daarom na het overlijden van Gattinara in 1530 geen nieuwe grootkanselier meer.

Nadien werden de taken van de grootkanselier de facto overgenomen door Karels eerste ministerNicolas Perrenot de Granvelle en, na zijn overlijden in 1550, door diens zoonAntoine Perrenot de Granvelle. Beiden hadden formeel de functie vangrootzegelbewaarder.

OnderFilips II werden de zegels voor de Nederlanden bewaard door een raadsheer van deRaad van State. Deze voerde de titel van staatsraad-zegelbewaarder voor de Nederlanden en had voor de administratieve zaken twee staatssecretarissen onder zich.

In deRepubliek der Zeven Verenigde Nederlanden zijn de kanseliers steeds deel van de ambtenarij gebleven, al zou men de invloedrijkeraadspensionarissen van deStaten van Holland en deStaten-Generaal als opvolgers van de vroegere grootkanselier kunnen zien.

InBelgië zijn de kanseliers actief in het regeringsgebouwWetstraat 16, het politieke hart van België.

Kanselarijstijl

[bewerken |brontekst bewerken]

Aan de kanseliers danken wij dekanselarijstijl; veel omhaal van ingewikkelde woorden die op de keper beschouwd niets concreets zeggen. De verschillen in kanselarijstijlen helpen in deoorkondeleer om de herkomst en authenticiteit vanoorkonden vast te stellen. Men let dan met name op de indeling van de tekst en op vaste groet- en slotformules.

Overige kanseliers

[bewerken |brontekst bewerken]
Overgenomen van "https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Kanselier_(historisch)&oldid=69010323"
Categorieën:

[8]ページ先頭

©2009-2026 Movatter.jp