| Jubal Early | ||
|---|---|---|
![]() | ||
Jubal Early | ||
| Bijnaam | "Old Jube" "Old Jubilee" "Bad Old man" | |
| Geboren | 3 november1816 Franklin County,Virginia | |
| Overleden | 2 maart1894 Lynchburg | |
| Rustplaats | Spring Hill Cemetery,Lynchburg,Lynchburg City,Virginia,Verenigde Staten[1] | |
| Land/zijde | ||
| Onderdeel | ||
| Dienstjaren | 1837 –1838 1846 –1848 (USA) 1861 –1865 (CSA) | |
| Rang | ||
| Bevel | Army of the Valley | |
| Slagen/oorlogen | Seminole oorlogen | |
| Ander werk | Advocaat | |
| Jubal Early | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
| Handtekening | ||||
| Parlementslid voor hetVirginia House of Delegates voorFranklin County | ||||
| Aangetreden | 1841 | |||
| Einde termijn | 1842 | |||
| Voorganger | Wyle P. Woods | |||
| Opvolger | Norborne Taliaferro | |||
| ||||
Jubal Anderson Early (Franklin County,Virginia,3 november1816 –Lynchburg,2 maart1894) was een advocaat, politicus enAmerikaans militair. Tijdens deAmerikaanse Burgeroorlog vocht hij voor deGeconfedereerde Staten van Amerika.[2] Hij kreeg zijn opleiding aan deUnited States Military Academy in West Point. Na deTweede Seminole oorlog nam hij ontslag uit het leger. Hij nam opnieuw dienst voor deMexicaans-Amerikaanse Oorlog en nam opnieuw ontslag na het einde van deze oorlog. In beide gevallen was dit om een politieke en juridische loopbaan uit te bouwen. Bij het uitbreken van deAmerikaanse Burgeroorlog nam hij dienst in hetConfederate States Army. Hij vocht tijdens de volledige oorlog aan het oostelijke front. Hij had het bevel over een divisie onder generaal-majoorStonewall Jackson en generaal-majoorRichard S. Ewell. Later zou hij een eigen korps toevertrouwd krijgen.
Hij speelde de sleutelrol in de Zuidelijke verdediging van deShenandoahvallei tijdens deVeldtochten in de Shenandoahvallei in 1864. Hij voerde gedurfde raids uit naarWashington D.C. en rukte op tot inYork inPennsylvania. Hij werd uiteindelijk verdreven door de tegenaanvallen van generaal-majoorPhilip Sheridan waarbij hij de helft van de manschappen verloor. Na de oorlog vluchtte Early naar Mexico, Cuba en Canada. Toen hij terugkeerde naar de Verenigde Staten bleef hij een grote aanhanger van de Zuidelijke zaak. Hij was stichtend lid van deLost Cause of the Confederacy en deSouthern Historical Society.[3]

Early werd geboren op3 november1816 in de Red Valley in het noordoosten vanFranklin County,Virginia. Hij was het derde van tien kinderen van Ruth Hairston (1794-1832) en Joab Early (1791-1870). Zijn familie behoorde tot deEerste families van Virginia. Zijn overgrootvader, kolonel Jeremiah Early (1730-1779) kocht samen met zijn schoonzoon kolonel James Calloway een smeltoven in Rocky Mount (het latere Franklin County). Kort daarna overleed kolonel Early en liet hij zijn erfenis na aan zijn zonen Joseph, John en Jubal Early (de grootvader van Jubal A. Early). Enkel John Early zou een lang en welvarend leven leiden. Hij verkocht de smeltoven en investeerde in de plantage van zijn schoonvader inAlbemarle County in Virginia. Jubal Early, waarna baby Jubal zou vernoemd worden, stierf enkele jaren na zijn huwelijk. Zijn zonen Joab (vader van) en Henry zouden beide een politieke loopbaan hebben.
Joab Early huwde met Ruth Hariston. Tussen 1824 en 1826 was hij lid van hetVirginia House of Delegates. Hij diende ook in de lokale militie en was sheriff van Franklin County. Ondertussen beheerde hij zijn uitgebreide tabaksplantage waar verschillende slaven werkzaam waren. Hun oudste zoon, Samuel Henry Early (1813-1874) werd een belangrijke producent van zout in deKanawhavallei en diende later in hetConfederate States Army. Samuel huwde met Henrian Cablell (1822-1890). Hun dochter; Ruth Early (1849-1928) zou later een bekende auteur worden.[4] De jongere broer van Jubal Early (1818-1882) zou ook dienen in het Zuidelijke leger en verhuisde later naarMissouri.
Jubal Early volgde les aan verschillende private scholen in Franklin County en ging later naar middelbare scholen inLynchburg enDanville. Hij werd erg aangegrepen door het overlijden van zijn moeder in 1832. Het jaar daarop slaagden zijn vader en congreslidNathaniel Claiborne erin om Early een plaats te geven aan deUnited States Military Academy in West Point. Ze benadrukten Early’s aanleg voor wetenschappen en wiskunde. Hij was de eerste jongen uit Franklin County die toegelaten werd tot de prestigieuze academie.[5] Early studeerde af in 1837 als 18de uit een klas van 50.[6] Tijdens zijn studententijd kwam hij in aanvaring metLewis Armistead die een bord op zijn hoofd sloeg. Dit leidde tot het vervroegd vertrek van Armistead. Later zou hij ook toetreden tot het Zuidelijke leger.[7] Andere toekomstige generaals in de klas van 1837 warenJoseph Hooker,John Sedgwick enWilliam H. French die voor de Noordelijken zouden vechten enBraxton Bragg,John C. Pemberton,Arnold Elzey enWilliam H. T. Walker. Ook zou hij tijdens zijn opleiding in West Point kennis maken metP.G.T. Beauregard,Richard Ewell,Edward "Allegheny" Johnson,Irwin McDowell enGeorge Meade.[8]
Na zijn studies in West Point kreeg Early een commissie alsTweede luitenant bij het3rd U.S. Artillery regiment. Hij werd naar Florida gestuurd om te vechten tegen deSeminole. Tot zijn grote teleurstelling speelde hij geen actieve rol in deze oorlog. Zijn oudere broer Samuel gaf hem de raad om zijn diensttijd te voltooien en daarna terug te keren naar een burgerlijk bestaan. Early nam in 1838 ontslag. Later zei hij dat hij misschien geen ontslag zou genomen hebben mocht de brief met zijn bevordering hem eerder bereikt hebben.[9]
Early studeerde daarna rechten bijNorborne M. Taliaferro en werd in 1840 toegelaten tot de balie in Virginia. In 1841 werd hij verkozen voor de termijn van 1 jaar in hetVirginia House of Delegates. Hij was eenWhig.[10] Een herindeling van verkiezingdistricten zorgde ervoor dat Franklin County een kleiner kiezerspubliek had. Zijn mentor Norborne M. Taliaferro die opkwam voor deDemocratische partij, werd zijn opvolger en zou herverkozen worden tot in 1854.[11] Early zou dan weer de plaats innemen van Talliaferro als openbaar aanklager in Franklin enFloyd County tot in 1852.[12]
Toen deMexicaans-Amerikaanse Oorlog uitbrak, nam Early opnieuw dienst in het leger. Hij kreeg de rang van majoor in het 1st Virginia Volunteers Regiment. Hoewel zijn regiment te laat arriveerde om veel actie te zien, diende Early in 1847 en 1848 in het leger voornamelijk in logistieke functies. Hij werd ook benoemd tot inspecteur-generaal in de staf van kolonelJohn F. Hamtramck[13] en luitenant-kolonelThomas B. Randolph. Ook zou hij het tijdelijk bestuur vanMonterrey op zich nemen. Hij ontmoette kolonelJefferson Davis van de 1st Mississippi Volunteers. Tijdens de winter kreeg hij ernstige aanvallen van artritis, iets waar hij de rest van zijn leven problemen zou mee hebben. Hij werd zelfs op ziekteverlof gestuurd ten gevolge van deze aanvallen.[14]Toen de oorlog gewonnen was, keerde Early terug en werd hij opnieuw advocaat. Hij pleitte voornamelijk echtscheidingszaken en rechtszaken in verband met slaven. Uit de census van 1850 en 1860 blijkt dat hij geen eigendom had en voornamelijk in tavernes of hotels woonde, zoals veel advocaten en handelaren in zijn tijd.[15] Early had een relatie met Julia McNealy die hem vier kinderen schonk. Allemaal werden ze erkend door Early. In 1871 zou ze huwen met een andere man.[16]
Early stelde zich verkiesbaar voor deVirginia Constitutional Convention van 1850 maar werd niet verkozen. Samen metPeter Saunders, een kleine landeigenaar, werden ze wel verkozen als afgevaardigden voor deVirginia Secession Convention van 1861.[17] Early was een sterke voorstander voor het behouden van de unie. Hij was ervan overtuigd dat er via een degelijk compromis een oplossing zou gevonden worden voor het houden van slaven. Tijdens de twee stemrondes stemde Early tegen de afscheiding van de Unie.[12]
Toen presidentAbraham Lincoln 75.000 vrijwilligers onder de wapens riep om de Zuidelijke opstand neer te slaan, was Early woest. Toen Virginia zich officieel had afgescheurd van de Unie nam Early dienst om te vechten tegen het Noordelijke leger. Hij kreeg een benoeming als brigadegeneraal in de militie van Virginia. Hij werd naar Lynchburg gestuurd om drie regimenten te rekruteren. Hij nam het bevel op zich van een van deze drie regimenten. Op 19 juni 1861 werd Early benoemd tot kolonel in hetConfederate States Army en bevelhebber van het24th Virginia Infantry waarin ook zijn neef Jack Hairston diende.[18]Na deEerste Slag bij Bull Run in juli 1861 werd Early bevorderd tot brigadegeneraal na zijn doortastend optreden bij Blackburn’s Ford.[19][20]
GeneraalRobert E. Lee, bevelhebber van hetArmy of Northern Virginia, noemde Early zijn "Bad Old Man" wegens zijn temperamentvol karakter en zijn gewoonte om veelvuldig te vloeken. Early werd gewaardeerd voor zijn agressieve manier van vechten. Hij kon zijn eenheden aanvoeren op een onafhankelijke en efficiënte manier. Zijn soldaten gaven hem de bijnaam "Old Jube" of "Old Jubilee". Old verwees naar zijn licht gebogen voorkomen die hij had door zijn reumatische aanvallen.[21] Zijn ondergeschikten hadden vaak te maken met Early’s klachten en opmerkingen over de kleinste details, maar hij kon geen kritiek verdragen van onderaf.[22]
In mei 1862 begonnen de Noordelijken met hun offensief in deSchiereilandveldtocht. Op 5 mei voerde Early een aanval uit op twee Noordelijke artilleriestellingen. Hij had geen verkenning laten uitvoeren en moest door een moeras en tarweveld oprukken om de Noordelijke stellingen te veroveren. Deze aanval, wat later deSlag bij Williamsburg zou gaan heten, mislukte volledig.[12] Zijn 22-jarige neef Jack Hairston sneuvelde. De 24th Virginia verloor 180 gesneuvelden, gewonden en vermisten. Early zelf raakte gewond aan zijn schouder.[23] Pas op 6 juni, bij het begin van deZevendagenslag, was Early voldoende hersteld om zich opnieuw aan het front te melden. Zijn brigade bestond niet langer. Door het hoge aantal slachtoffers na de aanval bij Williamsburg waren de resterende soldaten verdeeld over ander eenheden. Early kreeg niet onmiddellijk een nieuw commando. Volgens generaal Lee waren er voorlopig geen plaatsen vacant. Het zou nog tot 1 juli duren, net voor deSlag bij Malvern Hill, dat Early een nieuw commando kreeg. Hij verving brigadegeneraalArnold Elzey die bij deSlag bij Gaines' Mill gewond was geraakt.[24]
Tijdens de rest van 1862 maakten de eenheden van Early deel uit van hetSecond Corps van hetArmy of Northern Virginia onder generaal-majoorStonewall Jackson. Tijdens deVeldtocht in noordelijk Virginia was generaal-majoorRichard S. Ewell zijn bevelhebber. Na deSlag bij Cedar Mountain kreeg hij lof van zijn overste. En tijdens deTweede Slag bij Bull Run arriveerden zijn eenheden net op tijd om de linkervleugel van Jackson te versterken die onder leiding stond van generaal-majoorA.P. Hill.
Tijdens deSlag bij Antietam op 17 september 1862 raakte zijn bevelhebberAlexander Lawton gewond waarop Early zijn plaats innam en de verantwoordelijkheid kreeg over een divisie. Generaal-majoor Ewell was al eerder uitgevallen nadat hij gewond raakte bij de tweede slag bij Bull Run. Uiteindelijk zou Ewell zijn been verliezen. BijFredericksburg kon Early’s divisie een nederlaag voorkomen doordat hij een tegenaanval uitvoerde op de Noordelijke divisie van generaal-majoorGeorge Meade. Als dank voor deze prestatie werd Early bevestigd in zijn commando over een divisie en werd hij op 17 januari 1863 bevorderd tot generaal-majoor.
Toen de gevechten rond Chancellorsville begonnen op 1 mei 1863 gaf Lee het bevel aan Early om met 9.000 soldatenFredericksburg te verdedigen. Early stelde zijn soldaten op langs de Marye's Heights en diende een vier keer grotere aanvalsmacht onder leiding van de Noordelijke generaalJohn Sedgwick te weerstaan.[25] Early slaagde in zijn opzet en kon Sedgwick vastpinnen terwijl Lee en Jackson de andere Noordelijke eenheden aanvielen. Deze slag zou bekend worden als deTweede Slag bij Fredericksburg. Na de slag werd er via kranten een persoonlijke ruzie uitgevochten tussen Early en brigadegeneraalWilliam Barksdale die een divisie leidde van generaal-majoorLafayette Mclaws First Corps. Lee kwam tussenbeide en gaf het uitdrukkelijk bevel om te stoppen met deze publieke vete. Op 10 mei 1863 stierf Jackson nadat hij in de nacht van 2 op 3 mei dodelijk gewond raakte na vriendelijk vuur. Luitenant-generaalRichard S. Ewell nam na zijn ziekteverlof het bevel van het Second Corps op zich.

Ook tijdens deGettysburgveldtocht tussen juni en juli 1863 had Early nog steeds het commando over een divisie in het tweede korps van hetArmy of Northern Virginia. Zijn manschappen slaagden tijdens deTweede Slag bij Winchester erin om de Noordelijke stellingen te doorbreken. Ze namen veel Noordelijke soldaten krijgsgevangen en opende voor de Zuidelijke hoofdmacht de weg naar de Shenandoahvallei. Early’s divisie kreeg extra cavalerie toegewezen en rukte verder op in oostelijke richting viaSouth Mountian naar Pennsylvania. Daar veroverden ze onderweg grote hoeveelheden aan voorraden en paarden. Op 26 juni nam EarlyGettysburg in en eiste losgeld van de stad. Twee dagen later trok hijYork County binnen en veroverdeYork. Opnieuw eiste hij losgeld en ontving 28.000 dollar in cash. Hij vernietigde een ijzersmelterij bij Caledonia die eigendom was vanThaddeus Stevens die een felle tegenstander was van de slavernij.[26] De voorhoede van Early’s divisie stak op 28 juni deSusquehanna over. Twee dagen later diende Early zijn plundertocht te staken en keerde terug naar het hoofdleger zodat Lee de Noordelijke hoofdmacht kon aanvallen.
Op 1 juli 1863 marcheerde Early vanuit noordoostelijke richting naar Gettysburg. Zijn divisie vormde de linkerflank van Zuidelijke leger. Hij versloeg de divisie van brigadegeneraalFrancis C. Barlow en dreef de Noordelijken terug door de straten van Gettysburg. Velen van hen werden gevangen genomen. De Noordelijken hergroepeerden zich op Cemetery Hill. Early mocht echter de aanval niet verderzetten van luitenant-generaal Ewell waardoor de Noordelijken de tijd kregen om versterkingen aan te voeren. Toen Early de volgende dag alsnog de toestemming kreeg om aan te vallen, werd deze aanval afgeslagen met veel slachtoffers tot gevolg. Op de derde dag van de veldslag stuurde Early een brigade om de aanval van generaal-majoor Edward Johnson op Culp’s Hill te ondersteunen. Toen de slag verloren was voor de Zuidelijken na de onsuccesvolle aanval van generaal-majoor Pickett trokken ze zich terug op 4 en 5 juli. Tijdens dezeTerugtocht van Gettysburg vormden delen van Early’s divisie de achterhoede om de aftocht te dekken.[12]
Zijn divisie overwinterde in de Shenandoahvallei. Hij trad op als plaatsvervanger van Ewell toen die tijdens de winter ziek geworden was. Op 31 mei 1864 werd Early bevorderd tot de tijdelijke rang van luitenant-generaal. Dit werd goedgekeurd door presidentJefferson Davis.[27][28]
Tijdens deSlag in de Wildernis sneuvelde een neef van Early. Hij nam het bevel op zich van hetThird Corps toen A.P. Hill uitviel. In deSlag bij Spotsylvania Court House stond Early op het relatief rustige rechterflank. Hill keerde terug om opnieuw de leiding op zich te nemen van het Third Corps. Lee was niet tevreden over de Ewell en verving hem door Early die het Second Corps aanvoerde tijdens deSlag bij Cold Harbor.Op 11 juni verwoestte de Noordelijke generaal-majoorDavid Hunter het Virginia Military Institute inLexington,Virginia en voerde een raid uit op de Shenandoahvallei, die de broodmand van het Zuiden was. Lee stuurde Early en 8.000 soldaten naarLynchburg. Deze stad was een belangrijk spoorwegenknooppunt en telde verschillende ziekenhuizen voor Zuidelijke patiënten. Met de hulp vanJohn C. Breckinridge, Arnold Elzey, de restanten van de cadetten van het Virginia Military Institute, zieke soldaten die een wapen konden dragen en vele burgers zetten ze de verdediging op rond de stad. Samen metNarcissa Chisholm Owen, de echtgenote van de voorzitter van deVirginia and Tennessee Railroad, lieten ze verschillende treinen heen en weer rijden waardoor de indruk ontstond dat Early vele versterkingen kreeg. Hunter trapte in deze misleiding en trok zich terug naar West Virginia. Early zette de achtervolging in. 3 km buitenLynchburg werden de Noordelijken ingehaald en werd Hunter definitief verjaagd.[29]
Tijdens deVeldtochten in de Shenandoahvallei van 1864 had Early een tijdelijke promotie tot luitenant-generaal gekregen en voerde hij het bevel over hetArmy of the Valley. Lee stuurde Early’s leger in Noordelijke richting door de vallei. Hij beoogde hiermee Zuidelijk gebied te heroveren, voorraden te veroveren, Washington D.C. te bedreigen en Noordelijke eenheden weg te lokken van hetbeleg van Petersburg.
Early verloor kostbare tijd toen hij een kleine Noordelijke strijdmacht onder leiding vanFranz Sigel wou vernietigen bij Elk Ridge in Maryland niet ver vanHarpers Ferry. Tussen 4 en 6 juli gaf hij zijn soldaten de nodige rust terwijl ze genoten van buitgemaakte Noordelijke voorraden.[30] Hoewel zijn voorhoede de buitenwijken van Washington bereikte toen de stad vrijwel niet verdedigd was, kon hij de vijandelijke hoofdstad niet aanvallen. Hij was te druk bezig met het afpersen van geld inHagerstown enFrederick inMaryland. De inwoners van Frederick betaalden 200.000 dollar om te voorkomen dat hun stadje platgebrand werd.[31] Later diezelfde maand zou Early proberen om losgeld te eisen vanCumberland enHancock.Chamberburg werd in de as gelegd omdat ze niet genoeg geld hadden om aan de Zuidelijke eisen te voldoen.[32]Ondertussen stuurde generaalUlysses S. Grant twee divisies van hetVI Corps naar generaal-majoorLew Wallace om de spoorwegen rond Washington D.C. te beschermen. Wallace kon met zijn 5.800 soldaten Early een volledige dag tegenhouden bijMonocacy Junction. Hierdoor wonnen de Noordelijken kostbare tijd om de verdediging van de hoofdstad te versterken. Early’s invasie veroorzaakte veel paniek in Washington en Baltimore. Hij stuurde ook een cavalerie-eenheid onder leiding van brigadegeneraalJohn McCausland naar de regio’s ten westen van Washington. Early besefte dat hij te weinig soldaten had om de vijandelijke hoofdstad in te nemen en beperkte zich nog tot enkele schermutselingen bijFort Stevens enFort DeRussy.Op 13 juli trok Early zich terug met zijn buit over dePotomac naarLeesburg,Virginia. Daarna trok hij in westelijke richting naar de Shenandoahvallei en versloeg op 24 juli een Noordelijke strijdmacht onder leiding van brigadegeneraalGeorge Crook bijKernstown. In de maand augustus viel Early’s cavalerie de Baltimore and Ohio spoorweg aan met de bedoeling om de aanvoerlijnen van de Noordelijken te verstoren.
Tegen het einde van juli stuurde Early cavalerie onder leiding van McCausland enBradley Tyler Johnson op strooptocht over de Potomac. Op 30 juli werden 500 gebouwen in de as gelegd in Chambersburg als wraak op de vernietiging van het Virginia Military Institute door Morgan.[33] Ook vernietigde Early de enige brug over de Susquehanna in de regio. Dit bemoeilijkte niet alleen de handel maar ook de Noordelijke troepenverplaatsingen. De Noordelijke cavalerie onder leiding van brigadegeneraalWilliam W. Averell verdreven de Zuidelijken opnieuw over de Potomac. Ze verloren veel manschappen bijMoorefield op 7 augustus.
Grant was er zich ten volle van bewust dat Early nog altijd een dreiging vormde voor Washington. Ook ondervonden de Noordelijken problemen met de raids van kolonelJohn S. Mosby. Grant gaf de opdracht aan generaal-majoorPhilip Sheridan om enerzijds de Zuidelijken te verjagen en anderzijds om de strijd op hun terrein verder te zetten. Met een overmacht van 3 tegen 1 versloeg Sheridan Early in drie veldslagen. Sheridan brandschatte de Shenandoahvallei om de aanvoerlijnen van het Zuidelijke leger te vernietigen. Op 19 september 1864 verloor Early deDerde Slag bij Winchester nadat hij het Noordelijke opslagdepot bijMartinsburg had vernietigd. Hij verloor meer dan 40% van zijn soldaten en verschillende officieren sneuvelden (Robert Rodes enA.C. Godwin) of raakten gewond zoals generaal-majoor Fitz Lee. John C. Breckinridge werd naar zuidwestelijk Virginia gestuurd.[34] De Zuidelijken zouden Winchester nooit meer heroveren. Op 21 en 22 september vielStrasburg nadat Sheridan deSlag bij Fisher's Hill had gewonnen. Hierbij verloor Early ook al zijn artillerie en meer dan 2.000 soldaten. Early kon nog een laatste keer schitteren toen zijn troepen op 19 oktober 1864 twee derde van de Noordelijke soldaten op de vlucht deed slaan tijdens deSlag bij Cedar Creek. Hij kon deze overwinning niet verzilveren. Enerzijds waren zijn soldaten te moe en te hongerig en anderzijds had zijn eigen weifelend optreden ervoor gezorgd dat Sheridan zijn troepen opnieuw kon groeperen.
Hoewel Early erin geslaagd was om duizenden Noordelijke soldaten bezig te houden, zodat deze niet ingezet konden worden bij Richmond en Peterburg, verloor hij alle geloofwaardigheid bij politici en zijn eigen soldaten. Lee liet eind november vrijwel alle overgebleven eenheden terugkeren naar hetArmy of Northern Virginia. Early had slechts één infanteriebrigade en enkele cavalerie-eenheden, onder leiding vanLunsford L. Lomax, over om de Shenandoahvallei te beschermen.[35] Op 2 maart 1865 werd deze strijdmacht vrijwel volledig vernietigd door Sheridan bijWaynesboro. Early verloor alle artillerie en voorraden. Vrijwel alle Zuidelijke soldaten werden gevangen genomen. Early kon net ontsnappen aan gevangenschap. Samen met zijn neef Peter Hairston en enkele stafofficieren kwam hij uiteindelijk aan in Petersburg.[36]Lee weigerde om Early het commando over het Second Corps terug te geven. Hij kreeg te horen dat hij naar huis moest gaan en daar wachten op nieuwe orders.[37] Uiteindelijk werd Early ontgeven van zijn commando op 30 maart 1865 en speelde hij geen verdere rol meer in de oorlog.

Na decapitulatie van het Army of Northern Virginia op 9 april 1865 vluchtte Early naar Texas. Vandaar reisde hij door naarMexico en viaCuba belandde hij uiteindelijk in de toenmaligeProvincie Canada. Hij woonde inToronto en schreef met de financiële steun van zijn vader en oudere broer een boek over zijn ervaringen tijdens het laatste jaar van de oorlog met de titelA Memoir of the Last Year of the War for Independence, in the Confederate States of America. Het boek werd gepubliceerd in 1866.[38] Het was de eerste publicatie van een general-majoor die had meegevochten in de oorlog.[12] De rest van zijn leven zou Early een fervent voorstander blijven van de Zuidelijke zaak die zou kristalliseren in deLost Cause of the Confederacy-beweging.
PresidentAndrew Johnson vaardigde in 1869 een algemene amnestie uit voor de vele Zuidelijke protagonisten. Early bleef echter een "unreconstructed rebel” in hart en nieren. Hij droeg voor de rest van zijn leven grijze kleren die deden denken aan de Zuidelijke uniformen. Hij keerde terug naar Lyncburg waar hij opnieuw een advocatenkantoor opende. Zijn vader overleed in 1870 en de moeder van zijn vier kinderen huwde het jaar erop met een andere man.

In zijn laatste levensjaren was Early een aanhanger van deBlanke suprematie en een fel tegenstander van hetabolitionisme. Hij uitte ook zware kritiek op zijn medegeneraals die voor verzoening waren tussen Noord en Zuid zoals luitenant-generaalJames Longstreet en omschreef hij generaal en later president Ulysses S. Grant als een "slager."
In 1873 werd Early voorzitter van deSouthern Historical Society. Ook werd hij voorzitter van de Lee monument association en de association of the Army of Northern Virginia. Samen met P.G.T. Beauregard vertegenwoordigde hij deLouisiana Lottery.[39] Hij hield er ook een uitgebreide correspondentie op na met de voormalige Zuidelijke president Jefferson Davis.

Op 15 februari 1894 struikelde en viel Early op de granieten trap van het postkantoor in Lynchburg. Hij overleed op 2 maart 1894 in aanwezigheid van senatorJohn Warwick Daniel. Een exacte doodsoorzaak werd nooit officieel opgegeven.[40][41] Tijdens zijn begrafenis hingen de vlaggen in Virginia halfstok en kreeg hij een eresaluut van 36 kanonschoten. Een eregarde van cadetten uit de Virginia Military Institute en 300 Zuidelijke veteranen en lokale militietroepen begeleidden zijn kist naar de St. Pauluskerk in Lynchburg. Na de misviering werd zijn stoffelijk overschot bijgezet in het Spring Hill Cemetery in Lynchburg.
Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)