Jonas Lauritz Idemil Lie (Modum,6 november1833 -Stavern,5 juli1908) was eenNoorsschrijver endichter.
Lie werd geboren in het zuiden vanNoorwegen. Hij bracht een belangrijk deel van zijn jeugd door inTromsø, waar zijn vader hoofdinspecteur vanpolitie geworden was. Hij bezocht de zeevaartschool inFredriksværn, een 18e-eeuws steunpunt van demarine inStavern. Vanwege zijn slechte ogen moest hij afzien van een loopbaan op zee. Hij ging vervolgens naar deLatijnse School inBergen en in 1851 naar deUniversiteit van Oslo (tot 1924Universitetet iChristiania), waar hij in 1857 afstudeerde in hetrecht. In 1860 huwde hij zijn nichtThomasine Lie.
Hij begon inKongsvinger eenadvocatenpraktijk die niet drukbezocht werd, waardoor Lie tijd vond om te publiceren in verschillende Noorse bladen. In 1866 verscheen zijn eerstedichtbundel,Digte, waarmee hij weinig succes had. In de jaren die daarop volgden verdiende hij de kost alsjournalist. In 1870 volgde zijnprozadebuut,Dem Frensynte, een collectieverhalen over het noorden van Noorwegen.
Van 1870 tot 1893 reisde hij door Europa, daartoe in staat gesteld door een reisbeurs. In die tijd publiceerde hij tal van boeken. Zijn bekendste boek is defamiliekroniekFamilien paa Gilje (1883). Lie schreef ook een aantalsprookjes.
MetBjørnstjerne Bjørnson,Henrik Ibsen enAlexander Kielland wordt Lie gerekend tot de "Grote Vier" van de 19e-eeuwse Noorse literatuur.Thomas Mann was een groot bewonderaar van zijn werk.