Na zijn presidentschap zette Carter zich in alsactivist en schreef hij meer dan twintig boeken. In 2002 werd hij onderscheiden met deNobelprijs voor de Vrede vanwege zijn inzet voor demensenrechten.
Sinds het overlijden vanGeorge H.W. Bush op 30 november 2018 was Jimmy Carter de oudste nog levende oud-president van de Verenigde Staten van Amerika, en sinds 22 maart 2019 de oudste ex-president van de Verenigde Staten ooit. Hij is de enige oud-president van de VS die 100 jaar werd.
James Earl Carter Jr. werd geboren op 1 oktober 1924 inPlains (Georgia), in het Wise Sanitarium, waar zijn moeder werkte als gediplomeerd verpleegkundige. Hierdoor werd Carter de eersteAmerikaanse president die in een ziekenhuis werd geboren. Hij is het oudste kind van Bessie Lillian Gordy en James Earl Carter Sr. en een afstammeling van de Engelse immigrant Thomas Carter, die zich in 1635 vestigde in dekolonie Virginia. Vele generaties van de familie Carter leefden als katoenboeren in Georgia. Plains was een bloeiende stad met 600 inwoners ten tijde van Carters geboorte. Zijn vader was een succesvolle lokale zakenman, die een algemene winkel runde en investeerde in landbouwgrond. Carters vader had eerder gediend als reserve tweede luitenant in het U.S. Army Quartermaster Corps tijdens deEerste Wereldoorlog.
Tijdens Carters vroege jeugd verhuisde zijn familie meerdere keren en vestigde zich uiteindelijk aan een zandweg in het nabijgelegen Archery, dat bijna volledig bewoond werd door armeAfro-Amerikaanse families. Zijn familie kreeg uiteindelijk nog drie kinderen: Gloria, Ruth en Billy. Hij kon goed opschieten met zijn ouders. Zijn moeder was vaak afwezig tijdens zijn jeugd, omdat ze lange uren werkte. Hoewel zijn vader sterk voorstander was vansegregatie, stond hij Jimmy toe om bevriend te raken met de kinderen van de zwarte landarbeiders. Carter was een ondernemende tiener die zijn eigen hectare van Earls landbouwgrond kreeg, waar hij pinda's verbouwde, verpakte en verkocht. Hij verhuurde ook een deel van de pachterswoningen die hij had gekocht.
Carter studeert af als marineofficier op 5 juni 1946, geflankeerd door zijn toekomstige vrouwRosalynn Smith (links) en zijn moeder (rechts)
Carter deed van 1937 tot 1941 zijnmiddelbare school op de Plains High School. In 1941 begon hij met een ingenieursopleiding aan het Georgia Southwestern College in het nabijgelegenAmericus, Georgia. Het jaar daarop stapte Carter over naar hetGeorgia Institute of Technology inAtlanta. Terwijl hij op Georgia Tech zat, nam Carter deel aan het Reserve Officers' Training Corps. In 1943 startte Carter met een opleiding tot marineofficier aan deNaval Academy inAnnapolis,Maryland, waar hij in 1947 afstudeerde als zestigste van 821adelborsten met een graad inBachelor of Science. Vervolgens werd hij aangesteld met de officiersrang vanvaandrig.
Terwijl hij op de academie zat, werd Carter verliefd opRosalynn Smith, een vriendin van zijn zus Ruth. De twee trouwden kort na zijn afstuderen in 1946 en bleven getrouwd tot haar dood op 19 november 2023.
Van 1946 tot 1953 woonden de Carters in Virginia, Hawaï, Connecticut, New York en Californië, tijdens zijn inzet bij de Atlantische en de Pacifische vloot. In 1948 begon hij aan de officiersopleiding voor onderzeedienst en diende aan boord van de USS Pomfret. Hij werd bevorderd tot onderluitenant in 1949, en zijn dienst aan boord van de Pomfret omvatte een gesimuleerde oorlogspatrouille naar de westelijkeStille Oceaan en de Chinese kust van januari tot maart van dat jaar. In 1951 werd hij toegewezen aan de diesel/elektrische USS K-1 (SSK-1), gekwalificeerd voor commando, en diende hij in verschillende functies, waaronder die van uitvoerend officier.
In 1952 werd Carter actief bij het ontluikende nucleaire onderzeeërprogramma van de marine, dat toen werd geleid door kapiteinHyman G. Rickover. Rickover had hoge normen en eisen voor zijn mannen en machines, en Carter zei later dat Rickover, naast zijn ouders, de grootste invloed op zijn leven had. Hij werd voor een tijdelijke dienst van drie maanden naar de Naval Reactors Branch van deAtomic Energy Commission in Washington, D.C. gestuurd, terwijl Rosalynn met hun kinderen naarSchenectady, New York verhuisde.
Op 12 december 1952 veroorzaakte een ongeluk met de experimentele NRX-reactor bij de Chalk River Laboratories van Atomic Energy of Canada een gedeeltelijke meltdown, waardoor miljoenen liters radioactief water de kelder van het reactorgebouw overspoelden. Dit liet de kern van de reactor verwoest achter. Carter werd naar Chalk River gestuurd om een Amerikaans onderhoudsteam te leiden dat zich bij ander Amerikaans en Canadees personeel voegde om te helpen bij het stilleggen van de reactor. Het moeizame proces vereiste dat elk teamlid beschermende kleding aantrok en individueel in de reactor werd neergelaten voor 90 seconden per keer, waardoor hun blootstelling aan radioactiviteit werd beperkt terwijl ze de beschadigde reactor demonteerden. Toen Carter werd neergelaten, was zijn taak simpelweg om een enkele schroef om te draaien. Tijdens en na zijn presidentschap zei Carter dat zijn ervaring bij Chalk River zijn visie op kernenergie had gevormd en hem ertoe had gebracht de ontwikkeling van eenneutronenbom stop te zetten.
In maart 1953 begon Carter aan een zes maanden durende cursus in de werking van kerncentrales aan Union College in Schenectady. Zijn bedoeling was uiteindelijk te werken aan boord van deUSS Seawolf, die bedoeld was als de tweede nucleaire onderzeeër van de VS. Zijn plannen veranderden toen zijn vader in juli overleed aanalvleesklierkanker, twee maanden voordat de bouw van de Seawolf begon, en Carter verkreeg vrijstelling van actieve dienst zodat hij het pindabedrijf van zijn familie kon overnemen. Het besluit om Schenectady te verlaten was moeilijk, aangezien Rosalynn zich daar comfortabel voelde. Ze zei later dat terugkeren naar het dorpsleven in Plains "een monumentale stap achteruit" leek. Carter verliet de actieve dienst op 9 oktober 1953. Hij diende in de inactieve marine-reserve tot 1961 en verliet de dienst met de rang van luitenant. Zijn onderscheidingen omvatten de American Campaign Medal, World War II Victory Medal, China Service Medal en National Defense Service Medal. Als onderzeebevelhebber verdiende hij ook het "dolfijn" insigne.
Vanaf 1963 was Carter lid van de Senaat van Georgia. Hij steunde decivil rights movement en de Carters waren trouwe aanhangers vanJohn F. Kennedy. In 1970 werd hij gekozen als gouverneur van Georgia. Alhoewel hij een gematigde campagne gevoerd had, toonde hij zich als gouverneur een sterk tegenstander vanrassensegregatie.
In december 1974 kondigde hij aan kandidaat te zijn voor het presidentschap. Hij was toen buiten Georgia onbekend en kreeg de bijnaam "Jimmy Who". Uiteindelijk won hij de voorverkiezingen in de Democratische Partij met ruim verschil. Hij koosWalter Mondale als zijn "running mate" en versloeg de zittende presidentGerald Ford nipt.
Carter erfde grote economische en financiële problemen van zijn voorgangers. De federatie zat door deVietnamoorlog diep in de rode cijfers, terwijl het zelfvertrouwen van de bevolking zwaar was aangetast. De rentelasten in combinatie met de oliecrisis en de onwil van het bedrijfsleven om te investeren, leidde tot een nieuw verschijnsel in de economie:stagflatie. Tijdens het mandaat van Carter werd het antwoord op dit probleem niet gevonden.
Op 1 april 1979 richtte hij via executive order 12127 FEMA op. "The Federal Emergency Management Agency", een federaal bureau verantwoordelijk voor het voorkomen van en reageren op binnenlandse rampen die om een federaal antwoord vragen[1].In hetzelfde jaar kreeg hij de Department of Education Organization Act door het congres (Public Law 96-88). Dit ministerie van Onderwijs begon in mei 1980 met haar werkzaamheden[2].
Meer succes had Carter in zijn buitenlands beleid. Binnen zijn ambtsperiode wist hij tussen de Egyptische presidentAnwar Sadat en deIsraëlische premierMenachem Begin te bemiddelen tot een vredesverdrag. Dit resulteerde in deCamp David-akkoorden. Echter, snel na dit succes, in Carters laatste ambtsjaar, werden inIran 52 Amerikaanse burgers en militairengegijzeld in de VS-ambassade inTeheran.Deze gijzeling duurde 444 dagen.
In zijn buitenlandpolitiek zag Carter het belang in vanmensenrechten. Dit ging in tegen het beleid van de regering vanRichard Nixon, die vaak een oogje dichtkneep bij bevriende regimes. De regering-Carter beëindigde o.a. in 1979 de meerjarenhulp aandictatorSomoza inNicaragua en gaf de nieuwe, linkse regering miljoenen dollars aan steun.
De belangrijkste botsing tussen het belang van de mensenrechten en het eigenbelang van de VS ontstond door Carters banden met desjah vanIran. De sjah was sinds deTweede Wereldoorlog een sterke Amerikaanse medestander in hetMidden-Oosten. Zijn regime was echter bruut en ondemocratisch. Hoewel Carter de sjah prees als een wijs en waardevol leider, bleef de VS passief toen er in 1978een volksopstand uitbrak tegen de monarchie van de sjah.
De sjah werd in februari 1979 van de troon gestoten en verbannen. Velen hebben de afnemende Amerikaanse steun voor hem sindsdien gezien als de voornaamste oorzaak van de snelle revolutie. Carter was in het begin bereid om de revolutionaire beweging te erkennen, maar zijn pogingen bleken tevergeefs.
In 1979 kreeg de sjahpolitiek asiel en medische behandeling in de VS. Als reactie hierop belegerden Iraanse militanten vanaf 4 november de Amerikaanse ambassade inTeheran om vervolgens 52 Amerikanen tegijzelen en de uitlevering van de sjah aan Iran te eisen, voor een rechtszaak en executie. Ondanks het feit dat de sjah later dat jaar de VS zou verlaten - om eind juli 1980 inEgypte te sterven - duurde de gijzelingscrisis voort. Een mislukte bevrijdingsoperatie op 25 april 1980 maakte deRevolutionaire Gardes nog koppiger en de kwestie domineerde het laatste jaar van Carters presidentschap.
Volgens Carters veiligheidsadviseurZbigniew Brzeziński was deSovjetinvasie vanAfghanistan in december 1979 een antwoord op de Amerikaanse militaire aanwezigheid aldaar. Na de invasie kondigde Carter deCarter Doctrine aan, die inhield dat de VS geen andere mogendheid toe zouden laten controle te krijgen over dePerzische Golf. Andere reacties van Carter waren het verbod op deelname van Amerikanen aan deOlympische Spelen van 1980 inMoskou en de herinvoering van de registratie voordienstplicht.
Om de Sovjetbezetting van Afghanistan tegen te gaan startten Carter enZbigniew Brzeziński een veertig miljard dollar kostend trainingsprogramma voor islamitischefundamentalisten inPakistan en Afghanistan. Terugblikkend wordt het gezien als oorzaak van de instabiliteit van post-Sovjet Afghaanse regeringen, die leidden tot de opkomst van de islamitischetheocratie in de regio.
In november 1980 verloor Jimmy Carter de presidentsverkiezingen van Ronald Reagan. Hij verdween, gezien de achterblijvende internationale spanningen zoals de gijzeling van de Amerikaanse ambassade in Iran, roemloos van het toneel. Ironisch was dat op de dag dat Carter vertrok als president, de gijzelaars in Iran werden vrijgelaten. Later is meermaals beweerd dat de late vrijlating van de gijzelaars het gevolg was van eendeal tussen de campagne van Reagan en de regering van Iran, maar deze theorie is nooit bewezen.
Na zijn presidentscarrière werd Carter algemeen gewaardeerd voor zijn humanitaire werk. In 1982 richtte hij hetCarter Center op dat zich inzet voor de mensenrechten, de verbreiding van de democratie, het oplossen van internationale conflicten, en de bestrijding van ziektes zoalsdracunculiasis enrivierblindheid.[3] Hij raakte goed bevriend met zijn voorganger Gerald Ford. Samen deden ze in 2000 een poging de impasse die ontstond tijdens depresidentsverkiezingen te doorbreken.
In 2002 kreeg Carter deNobelprijs voor de Vrede "voor de tientallen jaren van onverflauwde inzet in het vinden van vreedzame oplossingen voor internationale conflicten en het bevorderen van democratie, mensenrechten en economische en sociale ontwikkeling." Hij speelde een bemiddelende rol in onder andere hetOgaden-geschil tussenSomalië enEthiopië, inBosnië en Herzegovina en hield toezicht in vele verkiezingen.
Carter was fel gekant tegen deIrakoorlog van 2003. In maart 2004 veroordeelde hijGeorge W. Bush enTony Blair voor het voeren van een onnodige oorlog "gebaseerd op leugens en misinterpretaties" teneindeSaddam Hoessein te verwijderen. Hij beweerde dat Blair zijn oordeelsvermogen had laten vertroebelen door Bush' verlangen om een oorlog te eindigen die zijn vader was begonnen.
In april 2006 nam Carter samen metBill Clinton en Bill Underwood, directeur vanMercer University, het initiatief voor hetNew Baptist Covenant. Doel van de beweging is om te laten zien dat het baptisme niet identiek is met de maatschappelijk en cultureel conservatieveSouthern Baptist Convention, met 16 miljoen leden de grootste protestantse kerk in de Verenigde Staten. DeNew Baptist Covenant vraagt vooral aandacht voor de armoedebestrijding, milieuzaken en conflicten wereldwijd. Daarnaast zet zij zich in voor de integratie van de baptistische kerken, die vaak nog naar ras gescheiden zijn. Het initiatief wordt gesteund door ca. twintig miljoen Amerikaanse baptisten. Carters eigen wortels liggen in de Southern Baptist Convention, maar hij heeft moeite met de conservatieve koers hiervan. Hij is vrijwel zijn hele leven zondagsschoolleraar geweest en diende als diaken in de Maranatha Baptist Church in zijn woonplaats Plains.
In november 2006 verscheen het boekPalestine: Peace not Apartheid (Palestina: Vrede, geen Apartheid). Volgens Carter was "het uiteindelijke doel van mijn boek het presenteren van feiten over hetMidden-Oosten die grotendeels onbekend zijn in [de V.S. van] Amerika, de discussie te initiëren en te helpen vredesgesprekken te heropenen (...)."
Carter stelt in zijn boek dat "Israëls voortdurende beheersing enkolonisatie vanPalestijns land de eerste obstakels zijn voor een samenhangend vredesakkoord in hetHeilige Land". Carter is degene die in 1978 de vredesovereenkomst tussenEgypte enIsraël mogelijk maakte, deCamp David-akkoorden, een sindsdien duurzaam gebleken vrede. Hij kreeg de nodige kritiek op zijn boek te verduren, omdat hij volgens critici selectief met historische gegevens zou zijn omgesprongen en deze slechts in het nadeel van Israël zou hebben uitgelegd.
Bij een bezoek aan Israël in april 2015 weigerden premierBenjamin Netanyahu en presidentReuven Rivlin, na overleg met het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Nationale Veiligheidsraad van Israël, een ontmoeting met Carter. Een Israëlische veiligheidsdienst wilde niet met zijn team samenwerken in verband met zijn bezoek aan de Gazastrook omHamas te peilen over de kansen op vrede.[4]
In 2014 ging Carter, 90 jaar oud inmiddels, andermaal op campagne. Ditmaal niet voor zichzelf, maar voor zijn kleinzoonJason.[5] Jason was de Democratische kandidaat voor het gouverneurschap van Georgia, maar werd niet gekozen.
In augustus 2015 maakte Carter bekend dat er tijdens een operatie aan zijnlever,kanker metuitzaaiingen naar onder andere dehersenen was geconstateerd.[6][7] Begin december 2015 bleek hij weer vrij van kanker te zijn.[8] Carter werd behandeld met het medicijnpembrolizumab.[9][10] Na februari 2016 waren geen behandelingen meer nodig.[11]
In oktober 2017 vertelde Carter een Zuid-Koreaanse hoogleraar dat hij zou willen bemiddelen in het conflict metNoord-Korea. Hij zou bereid zijn om naarPyongyang te gaan om te onderhandelen met de Noord-Koreaanse leiderKim Jong-un over 'definitieve vrede'. De opstelling van Carter druiste in tegen die van de Amerikaanse regering.[12] In 2011 bracht Carter, samen met oud-presidenten van Finland en Ierland en een oud-premier van Noorwegen, al een bezoek aan Noord-Korea.[13] Bij die gelegenheid sprak hij onder meer met Kim Jong-uns vaderKim Jong-il.
Carter was op 20 januari 2021 niet aanwezig op deinauguratie van Joe Biden vanwege gezondheidsproblemen.[14] Dat was de eerste keer dat Carter niet aanwezig was bij een inauguratie van een president sinds zijn eigen inauguratie in 1977.
In februari 2023 maakte The Carter Center bekend dat hij, na een reeks ziekenhuisbehandelingen, thuispalliatieve zorg ontving.[15] Op 23 mei 2023 werd bekend dat zijn echtgenoteRosalynn gediagnosticeerd was met dementie. Ze overleed op 19 november 2023.
Op zaterdag 3 augustus 2024 bracht zijn familie in een interview met deAtlanta Journal-Constitution naar buiten dat de oud-president had gezegd dat hij hoopte nog lang genoeg te leven om op 5 november dat jaar (de dag van depresidentsverkiezingen) opKamala Harris te kunnen stemmen.[16] Als eerste oud-president van de Verenigde Staten bereikte hij op 1 oktober 2024 zijn 100e verjaardag.[17]
Op 29 december, de zondag tussenkerstmis 2024 ennieuwjaar 2025, overleed Jimmy Carter op 100-jarige leeftijd, ruim 22 maanden nadat hij was uitbehandeld.[18] Begin januari 2025 werden zes dagen van nationale rouw afgekondigd. Na herdenkingen in Plains en Atlanta, Georgia, werd het stoffelijk overschot van Jimmy Carter overgebracht naar de federale hoofdstad Washington D.C. Daar werd het opgebaard in het Capitool. Hoogtepunt van de staatsbegrafenis was op donderdag de herdenkingsdienst in deWashington National Cathedral. Onder de aanwezigen waren presidentJoe Biden, vicepresidentKamala Harris en oud-presidentenBill Clinton,George W. Bush,Barack Obama enDonald Trump, en ook voormalig vicepresidentenDan Quayle,Al Gore enMike Pence. Eeneulogie werd gehouden door president Biden, als ook diverse familieleden van Jimmy Carter. Voorts droeg de zoon van presidentGerald Ford, Steven, de eulogie voor die zijn vader had voorbereid voor het geval hij zijn zeer goede vriend Jimmy Carter zou overleven. Op vrijdag werd hij daarna in besloten kring begraven naast zijn vrouw in Plains.