| Invasie van de Koerilen | ||||
|---|---|---|---|---|
| Onderdeel van deTweede Wereldoorlog | ||||
Locatie van de Koerilen in deWestelijke Stille Oceaan | ||||
| Datum | 18 augustus -1 september1945 | |||
| Locatie | Koerilen | |||
| Resultaat | Overwinning voor de Sovjet-Unie | |||
| Strijdende partijen | ||||
DeInvasie van de Koerilen, ookLandingsoperatie Koerilen (Russisch: Курильская десантная операция;Koerilskaja desantnaja operatsija) genoemd, was eenmilitaire operatie door deSovjet-Unie gericht op het veroveren van deKoerilen opJapan tussen18 augustus en1 september1945 als onderdeel vanOperatie Augustusstorm op het moment dat de plannen omHokkaido te veroveren waren opgegeven. De basis voor de operatie vormden eerdere succesvolle operaties van het Sovjetleger inMantsjoerije enZuid-Sachalin (Zuid-Sachalinoperatie).
De operatie werd uitgevoerd door het 87e infanteriekorps (o.l.v. gardegeneraal-luitenantA.S. Ksenofontov) van het 16e Leger (o.l.v. generaal-luitenantL.G. Tsjeremisov) van het 2e Verre-Oostelijke Front en omvatte onderdelen van hetVerdedigingsgebied Kamtsjatka (o.l.v. majoor-generaalA.R. Gnetsjko), oorlogsschepen en transportboten van de militaire basis vanPetropavlovsk-Kamtsjatski (o.l.v. marinekapiteinD.G. Ponomarjov) en werd ondersteund door de 128e luchtlandingsdivisie (78 vliegtuigen). In totaal zou de aanvalskracht hebben bestaan uit ongeveer 9.000 soldaten en officieren, 60 schepen, ongeveer 100 vliegtuigen en 205 stukken mortiergeschut.
De verdediging van de eilanden stond onder leiding van de Japanse bevelhebber luitenant-generaalTsutsumi Fusaki en bestond uit de 91e Japanse infanteriedivisie opShashukotan (Sjiasjkotan),Paramushiro (Paramoesjir),Shumushu (Sjoemsjoe) enOnekotan, de 42e divisie opSimushiro (Simoesjir), het 41e onafhankelijkeregiment opMatsuwa (Matoea), de 129e onafhankelijke brigade opUruppu (Oeroep) en de 89e infanteriedivisie opEtorofu (Itoeroep) enKunashiri (Koenasjir). In totaal zou de troepensterkte ruim 80.000 man hebben bedragen, die de beschikking had over 60 tanks en 600 vliegtuigen, verdeeld over 9 vliegvelden. De belangrijkste troepensterkte bevond zich op Shumushu (ongeveer 8.500 man).
Het aanvalsplan van de sovjetleiding voorzag in een verrassingslanding met amfibievoertuigen in het noordwesten van Shumushu gevolgd door een snelle opmars naar de marinebasisKataoka (nuBajkovo) en het vliegveldMiyoshino, om het eiland zo snel in handen te krijgen en het vervolgens te kunnen gebruiken als bruggenhoofd voor het veroveren van de andere zuidoostelijker gelegen Koerileneilanden.
Op 18 augustus begon de aanval op Shumushu. Twee kustschepen, demijnenleggerOchotsk, 17 transportboten en 16 landingsvaartuigen landden met bijna 9000 matrozen, soldaten en officieren op de noordwestkust van Shumushu en het noorden van Paramushiro. De voorbereiding van de sovjetleiding bleek hierbij te kort te hebben geschoten. Van de eerste landingseenheid op Shumushu van 1500 man kwamen bijvoorbeeld maar 600 man aan land, hetgeen vooral veroorzaakt werd doordat de landingsboten de soldaten op 200 meter van de kust naar buiten lieten in water van 0 °C. De bittere strijd om het eiland duurde tot 19 augustus, toen de Japanse leiding van de eilanden Shumushu, Paramushiro en Onekotan zich overgaf. De strijd kostte volgens sovjetbronnen het leven aan meer dan 1500Rode Legersoldaten en 1000 Japanse troepen (volgens Japanse bronnen 3000 sovjetdoden en -gewonden en 600 Japanse doden en 500 tot 700 gewonden). 400 vrouwelijke Japanse arbeiders wisten het eiland Shumushu tijdens de strijd net op tijd te verlaten.
Op 23 augustus werd de overgave getekend door de Japanse troepen als onderdeel van de algemeneOvergave van Japan. In de dagen daaropvolgend werd daarom geen verzet meer geboden. Een detachement troepen van de 113e onafhankelijke infanteriebrigade (o.l.v. kapitein-luitenant G.I. Broensjtejn) voerde een landing uit in de Rubetzubaai op het eiland Etorofu. Op dezelfde dag landden onderdelen van het 87e infanteriekorps met torpedoboten, mijnenvegers en transportboten (vertrokken uitOtomari opSachalin) op Kunashiri,Shikotan en de vijf kleinere eilandenSibotzu,Taraku-Shima,Uri-Shima,Akiuri enSuiseto. De landingen op Etorofu werden gevolgd door de 355e infanteriedivisie die op de 24e op het kleinere eilandUruppu landde. Op 26 augustus werd het Japansegarnizoen opMatsuwa ontwapend, een dag later werdSimushiro ingenomen. Op 31 augustus werd het garnizoen op Uruppu ontwapend. In de dagen erop werden alle overige eilanden van de Koerilen, inclusief deChabomai-eilanden bezet door sojvettroepen.
Bij de strijd waren ongeveer 20.000 Japanse soldaten en officieren omgekomen. Over cijfers aan Russische zijde is weinig bekend. De overige 60.000 Japanse soldaten werden gevangengenomen en naar deGoelagkampen vanSiberië gestuurd, zoals deSevvostlag, waarvan een aantal nooit terugkeerden. In 1949 werden de overgebleven krijgsgevangenen overgedragen aan Japan. Bij de strijd werden verder 300 stuks wapentuig en mortieren en 60 tanks buitgemaakt door het sovjetleger. Negen mannen kregen de titelHeld van de Sovjet-Unie wegens bewezen moed. De zuidelijke eilanden van de Koerilen worden nog altijd betwist door Japan en vormen het onderwerp van hetKoerilenconflict tussen Rusland en Japan.