Insulair schrift is eenmiddeleeuwseschriftsoort die oorspronkelijk inIerland werd ontwikkeld, en zich daarna inEngeland en op hetEuropese continent verspreidde. Het werd gebruikt van het midden van de 5e eeuw tot in de 12e eeuw.
Het eerste insulaire handschrift ontwikkelde zich in Ierland ten tijde van de missionering door de heiligePatricius (St. Patrick) in de 5e eeuw. Ierland was nooit door deRomeinen bezet, er was dus geen kennis van hetLatijn en geen schrifttraditie, deKeltischedruïden verwierpen de schriftelijke overlevering.[1] Patricius' volgelingen leerden de Romeinsehalf-unciaal schrijven, waaruit zich het vroege insulaire majuskelschrift ontwikkelde.[2] Tegelijkertijd met de insulaire majuskel ontstaat een versie van het schrift die cursiever is. Het schrift is dunner, hoekiger en puntiger, het heeft langere stokken en staarten en wordt geschreven tussen vier (denkbeeldige) lijnen. Het is een minuskelschrift, ook al is het afgeleid van dehalf-unciaal, het wordt dan ook deinsulaire minuskel genoemd.
Een van de opvolgers van Sint Patrick, de heiligeColumba, stichtte abdijen inDerry enDurrow en daarna, omstreeks 563, op het eilandjeIona in deBinnen-Hebriden. Vanuit Iona werd omstreeks 635 een dochterklooster gesticht, SintCuthbert, op het eilandLindisfarne aan deNorthumbrische kust. Enkele tientallen jaren later stichtte de abt SintBenedictus Biscop de tweeling abdijen vanSint Petrus in Wearmouth (674) en Sint Paulus in Jarrow (682). Met de monniken en de abdijen verspreidde het Ierse schrift zich overSchotland, Northumbrië en vandaar naar Engeland toe. In Engeland zelf was de Romeinseunciaal ingevoerd door Sint Augustinus van Canterbury. Uit dit schrift en het Ierse insulaire majuskelschrift ontwikkelde zich de Engelse versie van het insulaire majuskelschrift.
Terzelfder tijd trok een tijdgenoot van Columba, de heiligeColumbanus, als missionaris naar hetFrankische Rijk en stichtte inGallië in 590 deabdij van Luxeuil,Sankt Gallen[3] in het huidige Zwitserland en vanaf 614 hetscriptorium van deabdij van Bobbio in Noord-Italië. Ook in deze dochterabdijen werd aanvankelijk het Insulaire schrift gebruikt.
In Engeland verdwijnt het insulaire schrift en wordt het stelselmatig vervangen door deKarolingische minuskel na deinvasie van de Normandiërs, maar de insulaire minuskel blijft in gebruik voor teksten in de volkstaal tot in het midden van de 12e eeuw.[4] In Ierland blijft het in gebruik tot op vandaag voor teksten in hetGaelic[5]
Er waren uiteraard verschillende vormen van het schrift in omloop en men komt allerlei benamingen tegen zoalsAnglo-Saksisch,Iers schrift,Welsh schrift en dergelijke maar die zijn niet erg zinvol voor het schrift in Engeland voor de tiende eeuw.[6]
De insulaire half-majuskel was een majuskel schrift dat tussen twee (denkbeeldige) lijnen werd geschreven, alhoewel er een aantal letters zijn met korte stokken en staarten. Het is een vrij rond schrift met wijde bogen. Sommige letters worden zowel in deunciaal- als in dehalf-unciaal vorm gebruikt. Men gebruikt frequent hoofdletters die afgelijnd worden met rode stippen. Na een groteinitiaal zal de scribent vaak het schrift geleidelijk laten verkleinen tot de gewenste schrifthoogte bereikt is. Ditdiminuendo is een insulaire ontwikkeling die later in de continentaleboekverluchting zal overgenomen worden. De vroege manuscripten uit de 7e en 8e eeuw geschreven in de insulaire majuskel worden ook verlucht met prachtige paginagrote initialen entapijtbladzijden die schatplichtig zijn aan de Keltische goudsmeedkunst. Ook in het schrift zelf wordt het ornamentele aspect sterk benadrukt. Deze vroege boeken zoals hetBook of Kells en hetLindisfarne-evangeliarium zijn unieke getuigen van deinsulaire kunst. Het schrift bevat vrij veelligaturen, maar op denomina sacra na, bijna geenabbreviaturen. De insulaire majuskel werd uitsluitend gebruikt voor belangrijke liturgische werken.
De insulaire cursief is een cursief minuskel schrift dat zich ook zeer vroeg ontwikkelde uit de Romeinse half-unciaal als Ierse minuskel. Het wordt in Engeland gebruikt vanaf het midden van de 7e eeuw. Het schrift is dunner, hoekiger en puntiger dan het majuskel schrift. Het werd voornamelijk gebruikt in werken in de volkstaal en zal op dat gebied ook het predominante schrift blijven, in Engeland tot in de 11e eeuw en In Ierland voor teksten in het Gaelic tot op vandaag. Voor bepaalde klanken uit de volkstaal, die niet voorkwamen in het Latijn, had men behoefte aan nieuwe symbolen. Hiervoor maakte men gebruik van symbolen uit hetrunenschrift. Bijvoorbeeld voor deth klank in het moderne Engels gebruikte men het thorn symbool (Þ). In latere teksten wordt de top weggelaten en gaat men dit symbool dikwijls verwarren met deY.[7]
Dit schrift dat aanvankelijk alleen als gebruiksschrift werd ontwikkeld vindt aan het begin van de 8e eeuw ook toepassing alsboekschrift. Een voorbeeld hiervan is deHistoria Ecclesiastica van Bede uit Wearmouth-Jarrow Het schrift werd ook geëxporteerd naar de Angelsaksische abdijvestigingen op het continent en is terug te vinden in werken uitEchternach,Fulda[8],Würzburg[9] en vele andere. Het schrift bevat zeer veel ligaturen en abbreviaturen.