In een aantal deelgebieden van dewiskunde, zoals deabstracte algebra, detopologie en decategorietheorie, verstaat men onder eeninbedding van eenwiskundig object in een ander object, de opvatting van dat object als deel van het omvattende object. Een voorbeeld in demeetkunde is eencirkel als deel van de ruimte, of in deabstracte algebra eenondergroep, die deel uitmaakt van eengroep.
Deinbedding van een wiskundig object in een (ander) object wordt gegeven door eeninjectieve en structuur-bewarende afbeelding. De precieze betekenis van "structuur-bewarend" hangt af van de soortwiskundige structuur die de objecten en bezitten. In de terminologie van decategorietheorie bijvoorbeeld wordt een structuur-bewarende afbeelding eenmorfisme genoemd.
Een inbedding wordt vaak aangeduid door het gebruik van een "gehaakte pijl":
Voor gegeven objecten en zijn er verschillende inbeddingen van in mogelijk. In veel interessante gevallen is er sprake van een standaard (of "kanonieke") inbedding, zoals die van denatuurlijke getallen in degehele getallen, de gehele getallen in derationale getallen, de rationale getallen in dereële getallen en de reële getallen in decomplexe getallen. In dergelijke gevallen is het gebruikelijk hetdomein te identificeren met haarbeeld als deel van, zodat vervolgens gezegd kan worden dat
Hoofdartikel over dit onderwerp:Topologische inbedding
In dealgemene topologie is een inbedding eenhomomorfisme op zijnbeeld. Meer specifiek is eenafbeelding tussen detopologische ruimten en een inbedding als eenhomeomorfisme tussen en oplevert (waar voorzien is van dedeelruimtetopologie, die overgeërfd wordt van). Intuïtief gesproken maakt de inbedding het mogelijk te behandelen als eentopologische deelruimte van. Elke inbedding isinjectief encontinu. Van iedere afbeelding die injectief, continu en hetzijopen ofgesloten is, zegt men dat het een inbedding is. Er zijn echter ook inbeddingen die noch open noch gesloten zijn. Van dit laatste is sprake als de afbeelding noch eenopen-, noch eengesloten verzameling in is.