Heijermans werd op haar achttiende aangesteld als onderwijzeres op de Industrieschool voor Meisjes in Rotterdam, waar ze vrijwel haar hele professionele leven actief bleef. Ze onderwees in algemene ontwikkeling, Frans en opvoedkunde. Heijermans werkte ook parttime in Den Haag aan de plaatselijke meisjesvakschool. Ze volgde de vernieuwingen binnen het onderwijs op de voet en zo voerde ze bij de Industrieschool hetDaltonsysteem in.
Naast haar professionele werkzaamheden ontwikkelde Heijermans zich tot schrijfster. In 1893 schreef ze haar eerste boek,Sprookjes, en tussen 1900 en 1922 was ze hoofdredacteur van het tijdschriftDe Vrouw waarin ze veelvuldig schreef over opvoeding en onderwijs. Ook schreef ze voor andere gedrukte media zoals deNieuwe Rotterdamsche Courant, hetAlgemeen Handelsblad enDe Gids,De Tijd, Volksontwikkeling enDe (Groene) Amsterdammer.
Heijermans' pedagogische ideeën waren vooral gericht op meisjes uit de arbeidersklasse. De optimale ontplooiing van elk kind stond centraal. Meisjes dienden in haar visie te worden opgevoed tot "moeder der toekomst". Hierbij diende aandacht te worden besteed aan kinderverzorging, hygiëne, het huishouden en algemeen vormende vakken.
In 1943 overleed Heijermans in een rusthuis te Amsterdam.