Halluin (Nederlands:Halewijn) is eenFranse gemeente in hetNoorderdepartement (Frans:département du Nord). Halluin ligt ten noorden van de metropoolRijsel, aan deLeie. De stad ligt tegen deBelgische grens en de stadskern is vergroeid met die van deBelgische stadMenen. Als deel van de agglomeratie van Rijsel (Lille) maakt de gemeente deel uit van deMétropole européenne de Lille met ruim 1 miljoen inwoners.[2] De gemeente Halluin telde op1 januari 202320.715[1] inwoners.
Wijk Mont d'Halluin, met de Sint-AlfonsuskerkHalewijn in 1560
Het dorpHalewyn (naam op deMercatorkaart uit 1540) werd al in 1066 vermeld, alsHallewyn, naar de persoonsnaamHalewijn ofHailwin. In dat jaar werd hetpatronaatsrecht van de parochie verleend aan het Sint-Pieterskapittel te Rijsel. In 1144 werd het genoemd alsHaluwin. De plaats behoorde tot hetgraafschap Vlaanderen en wel tot het sinds de 12e eeuw al FranssprekendeRijsels-Vlaanderen. Toch was het eeuwenlang een taalgrensdorp want in de 16e eeuw waren er weer Nederlandse kerkregisters. De familie Halewijn, de oorspronkelijke heren, verwierf talrijke lenen in zowel het huidige België als het huidige Frankrijk. Vanaf 1501 waren de heren van Halewijn dezelfde als die vanKomen. Achtereenvolgens waren datCroÿ, Ligne-Croÿ, Hénin-Liétard en de graven van Orléans. De versterkingen van Halewijn werden in 1583 verwoest door de troepen vanAlexander Farnese.
Eind 16de eeuw, onder economische druk en religeuse vervolging, besloten meerdere textielfamilies om Halewijn te verlaten. Na hetOntzet van Leiden en deVal van Antwerpen trokken ze noordelijk naar de stadLeiden, waar ze hun activiteiten verder konden zetten en bijdroegen aan de heropleving van deze stad.
Onder hetancien régime bestond Halewijn uit meerdere heerlijkheden: le Mont (de Berg), la Tiluille (de Linde), la Val (de Vallei),les Meurins, les Tucquelins, Volerie, Fontaines of Flipo, Hollebecque, Peruwez, Wallerie, Rachie, Duremont, Basembrouck of Dudzelles, Pélegrin, Gavere en Molinel.[3]
In de 19e eeuw ontwikkelde zich in Rijsel en wijde omgeving de textielindustrie. Dit trok ook veel Belgische arbeiders aan: in 1886 had zelfs driekwart van de inwoners er de Belgische nationaliteit. Tussen de Belgische en de Franse arbeiders ontstonden regelmatig wrijvingen: de Belgen werden ervan verdacht tegen inferieure voorwaarden te werken. In 1903 leidde dit tot gewelddadigheden.
Halluin, bekend staand als eenrode stad (Halluin la Rouge), had een communistische burgemeester, en de arbeiders bezetten in 1925 een weverij.
De industrie omvatte, naast linnenweverijen, confectie en dergelijke, ook onderhoudsproducten, behangselpapier (firma Brepols), kunststofvoorwerpen, verf, rubber, meubelen, baksteen en cementtegels, machines, ijzergieterij, wasmachines en televisietoestellen.
DeSint-Alfonsuskerk (Église Saint-Alphonse) staat in de wijkMont d'Halluin
De windmolen "Moulin Hollebeke", ook wel bekend als "Moulin d'Halluin" of "Moulin Hollebecque", werd in 1877 gebouwd door Cyrille Hollebeke. Tot in de jaren 30 bleef de molen in gebruik. In 1988 kocht de gemeente de molen, en restaureerde die de daaropvolgende jaren. De molen werd als historisch monument erkend.
DeCense Manoir (Cijnshoeve) is een vierkantshoeve van 1573, voorzien van een poortgebouw met duiventil.
HetManoir aux Loups met park en arboretum, waar in 1951 een 350-tal exotische coniferen werden geplant.
HetChâteau du Pellegrin, een voormalige zetel van de heren van Halluin.
DeBegraafplaats van Halluin, met verschillende monumentale graven en een herdenkingsmonument voor de gesneuvelden uit Halluin uit diverse oorlogen. Op de begraafplaats bevindt zich ook een perk met 43 Britse gesneuvelden.
Halluin ligt op de rechteroever van deLeie op een hoogte van ongeveer 24 meter. Samen metMenen vormt het eengrensplaats, feitelijk een dubbelstad. Naar het zuiden toe wordt de omgeving licht glooiend.