Movatterモバイル変換


[0]ホーム

URL:


Naar inhoud springen
Wikipediade vrije encyclopedie
Zoeken

Goniometrie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Goniometrische cirkel met de desbetreffende aanduiding van de sinus en cosinus van een hoek α.

Goniometrische cirkel met de desbetreffende aanduiding van de sinus en cosinus van een hoek α.

Sinus en cosinus op de goniometrische cirkel.

Sinus en cosinus op de goniometrische cirkel.

De goniometrische cirkel.

De goniometrische cirkel.

Goniometrie,trigonometrie (Oudgrieks: τρεῖς(treis), drie, γωνία(gōnia), hoek en μετρεῖν(metrein), meten) ofdriehoeksmeetkunde is een tak van dewiskunde die zich bezighoudt metdriehoeken en in het bijzonder de oorspronkelijk op driehoeken gebaseerdegoniometrische functies zoalssinus (sin),cosinus (cos) entangens (tan). Dit is een basisvak van devlakke meetkunde, omdat alle andere vormen die door rechte lijnen worden ingesloten, opgebouwd kunnen worden uit driehoeken.

De goniometrie kent vele toepassingen, onder andere bij dedriehoeksmeting.

De goniometrische cirkel

[bewerken |brontekst bewerken]

Eengoniometrische cirkel of eenheidscirkel is een cirkel met als middelpunt de oorsprong van hetassenstelsel en een straal met lengte 1. De voerstraal naar een punt P op de cirkel maakt een hoekα{\displaystyle \alpha } met dex{\displaystyle x}-as. De sinus van deze hoek,sin(α){\displaystyle \sin(\alpha )}, is gelijk aan dey{\displaystyle y}-coördinaat van het punt P. De cosinus van de hoek,cos(α){\displaystyle \cos(\alpha )}, is gelijk aan dex{\displaystyle x}-coördinaat van het punt P. Hieruit volgt dat de cosinus vanα{\displaystyle \alpha } gelijk is aan de sinus van hetcomplement vanα{\displaystyle \alpha }, wat de naam cosinus ("complementaire sinus" of "complementsinus") verklaart.

Als punt P de cirkel doorloopt zullen de waarden vancos(α){\displaystyle \cos(\alpha )} ensin(α){\displaystyle \sin(\alpha )} de waarden doorlopen uit het interval [−1,1].

Ook andere goniometrische getallen krijgen een meetkundige betekenis op de eenheidscirkel. De tangens, gewoonlijk rekenkundig gedefinieerd als het quotiënt van sinus en cosinus, is onder meer ook gelijk aan dey{\displaystyle y}-coördinaat van het snijpunt van de voerstraal met de rechter verticale raaklijn aan de cirkel (x=1{\displaystyle x=1}). De cotangens is gelijk aan het omgekeerde van de tangens, maar is ook dex{\displaystyle x}-coördinaat van het snijpunt van de voerstraal met de bovenste horizontale raaklijn aan de cirkel (y=1{\displaystyle y=1}). Gelijkaardige constructies leveren de secans (de reciproke van de cosinus) en de cosecans (de reciproke van de sinus).

Met behulp van de goniometrische cirkel kan de hoekeenheidradiaal afgeleid worden: 1 (één) radiaal is de hoek waarbij de booglengte gelijk is aan de straal (=180/π{\displaystyle =180^{\circ }\!/\pi }, is gelijk aan ruim 57°). De booglengte tussen twee punten op de goniometrische cirkel is deabsolute waarde van de hoek, uitgedrukt in radialen, tussen de voerstralen naar deze punten.

Tegenwijzerzin is de positieve oriëntatiezin op een goniometrische cirkel. Een hoek gemeten in tegenwijzerzin vanaf het beginbeen tot eindbeen heeft dan een positieve waarde. Meet men in wijzerzin dan heeft de hoek een negatieve waarde.

Geschiedenis

[bewerken |brontekst bewerken]

Griekse wetenschappers raakten voor het eerst geïnteresseerd in goniometrische getallen vanuit de praktische noodzaak vansterrenkundige berekeningen. Het belangrijkste Griekse leerboek over astronomie waar we vandaag nog over beschikken, is dat vanPtolemaeus, het best bekend onder de titel van de Arabische vertalingAlmagest. Bij Ptolemaeus is de schijnbare beweging van een hemellichaam het resultaat van de samenstelling van de dagelijkse rotatie van de hemelkoepel en de jaarlijkse omwenteling van de zon rond de aarde. Om die samenstelling uit te rekenen heeft hij de lengte van dekoorde van een hoek nodig; in moderne terminologie is dat het dubbel van de sinus van de halve hoek, vermenigvuldigd met de straal van de cirkel die bij Ptolemaeus gestandaardiseerd wordt op 60 naarBabylonisch voorbeeld.[1]

Ook in de Chinese traditie, vastgelegd in het boekZhoubi Suanjing, ligt de sterrenkunde aan de basis van de goniometrie.[2]

Relaties tussen hoeken

[bewerken |brontekst bewerken]

Met behulp van de cirkel worden de volgende relaties zichtbaar:

sin(α)=sinα{\displaystyle \sin(-\alpha )=-\sin \alpha }
cos(α)=cosα{\displaystyle \cos(-\alpha )=\cos \alpha }
cos(α)=sin(π2α){\displaystyle \cos(\alpha )=\sin \left({\frac {\pi }{2}}-\alpha \right)}

De tangens van eenhoek is gedefinieerd als de verhouding tussensinα{\displaystyle \sin \alpha } encosα{\displaystyle \cos \alpha }, dus:

tanα=sinαcosα{\displaystyle \tan \alpha ={\frac {\sin \alpha }{\cos \alpha }}}

zodat:

tan(α)=tanα{\displaystyle \tan(-\alpha )=-\tan \alpha }

Uit destelling van Pythagoras volgt[3] degrondformule van de goniometrie:

sin2α+cos2α=1{\displaystyle \sin ^{2}\alpha +\cos ^{2}\alpha =1}

Cotangens (cot), secans (sec) en cosecans (csc) zijn dereciproque functies van respectievelijk: de tangens, cosinus en de sinus.

cotα=1tanα{\displaystyle \cot \alpha ={\frac {1}{\tan \alpha }}}
secα=1cosα{\displaystyle \sec \alpha ={\frac {1}{\cos \alpha }}}
cscα=1sinα{\displaystyle \csc \alpha ={\frac {1}{\sin \alpha }}}


Met de basisrelaties kan steeds een van de functies in een andere worden uitgedrukt, zij het slechts voor eenrechthoekige driehoek. De 'kunst' bij goniometrie is dan ook vaak om een willekeurige driehoek of veelhoek op te delen in rechthoekige driehoeken, zodat de basisrelaties toegepast kunnen worden. De volgende 6 formules gelden voorα{\displaystyle \alpha } tussen 0 enπ/2{\displaystyle \pi /2} radialen.

sinα=1cos2α{\displaystyle \sin \alpha ={\sqrt {1-\cos ^{2}\alpha }}}
sinα=tanα1+tan2α{\displaystyle \sin \alpha ={\frac {\tan \alpha }{\sqrt {1+\tan ^{2}\alpha }}}}
cosα=1sin2α{\displaystyle \cos \alpha ={\sqrt {1-\sin ^{2}\alpha }}}
cosα=11+tan2α{\displaystyle \cos \alpha ={\frac {1}{\sqrt {1+\tan ^{2}\alpha }}}}
tanα=1cos2αcosα{\displaystyle \tan \alpha ={\frac {\sqrt {1-\cos ^{2}\alpha }}{\cos \alpha }}}
tanα=sinα1sin2α{\displaystyle \tan \alpha ={\frac {\sin \alpha }{\sqrt {1-\sin ^{2}\alpha }}}}

Verdere omrekenregels

[bewerken |brontekst bewerken]
Illustratie van de somregel.

De som- en verschilregels:

sin(αβ)=sinα cosβcosα sinβ{\displaystyle \sin(\alpha -\beta )=\sin \alpha \ \cos \beta -\cos \alpha \ \sin \beta }
sin(α+β)=sinα cosβ+cosα sinβ{\displaystyle \sin(\alpha +\beta )=\sin \alpha \ \cos \beta +\cos \alpha \ \sin \beta }
cos(αβ)=cosα cosβ+sinα sinβ{\displaystyle \cos(\alpha -\beta )=\cos \alpha \ \cos \beta +\sin \alpha \ \sin \beta }
cos(α+β)=cosα cosβsinα sinβ{\displaystyle \cos(\alpha +\beta )=\cos \alpha \ \cos \beta -\sin \alpha \ \sin \beta }
tan(αβ)=tanαtanβ1+tanαtanβ{\displaystyle \tan(\alpha -\beta )={\frac {\tan \alpha -\tan \beta }{1+\tan \alpha \tan \beta }}}
tan(α+β)=tanα+tanβ1tanαtanβ{\displaystyle \tan(\alpha +\beta )={\frac {\tan \alpha +\tan \beta }{1-\tan \alpha \tan \beta }}}

Metα =β levert dat de verdubbelingsformules:

sin(2α)=2sinαcosα{\displaystyle \sin(2\alpha )=2\sin \alpha \cos \alpha }
cos(2α)=cos2αsin2α{\displaystyle \cos(2\alpha )=\cos ^{2}\alpha -\sin ^{2}\alpha }
cos(2α)=2cos2α1{\displaystyle \cos(2\alpha )=2\cos ^{2}\alpha -1}
cos(2α)=12sin2α {\displaystyle \cos(2\alpha )=1-2\sin ^{2}\alpha \ }
tan(2α)=2tanα 1tan2α {\displaystyle \tan(2\alpha )={\frac {2\tan \alpha \ }{1-\tan ^{2}\alpha \ }}}

Voor het drievoud van een hoek volgt uit de somregels in combinatie met de regels voor de dubbele hoek het volgende:

sin(3α)=3sinα4sin3α{\displaystyle \sin(3\alpha )=3\sin \alpha -4\sin ^{3}\alpha }
cos(3α)=4cos3α3cosα{\displaystyle \cos(3\alpha )=4\cos ^{3}\alpha -3\cos \alpha }
tan(3α)=3tanαtan3α13tan2α{\displaystyle \tan(3\alpha )={\frac {3\tan \alpha -\tan ^{3}\alpha }{1-3\tan ^{2}\alpha }}}

Deregels van Simpson zetten sommen om in producten (ontbinden in factoren):

cosα+cosβ=2cosα+β2cosαβ2{\displaystyle \cos \alpha +\cos \beta =2\cos {\frac {\alpha +\beta }{2}}\cos {\frac {\alpha -\beta }{2}}}
cosαcosβ=2sinα+β2sinαβ2{\displaystyle \cos \alpha -\cos \beta =-2\sin {\frac {\alpha +\beta }{2}}\sin {\frac {\alpha -\beta }{2}}}
sinα+sinβ=2sinα+β2cosαβ2{\displaystyle \sin \alpha +\sin \beta =2\sin {\frac {\alpha +\beta }{2}}\cos {\frac {\alpha -\beta }{2}}}
sinαsinβ=2cosα+β2sinαβ2{\displaystyle \sin \alpha -\sin \beta =2\cos {\frac {\alpha +\beta }{2}}\sin {\frac {\alpha -\beta }{2}}}

Verder geldt:

sinα+cosα=2cos(α14π)=2sin(α+14π){\displaystyle \sin \alpha +\cos \alpha ={\sqrt {2}}\cos \left(\alpha -{\tfrac {1}{4}}\pi \right)={\sqrt {2}}\sin(\alpha +{\tfrac {1}{4}}\pi )}
sinαcosα=2cos(α+14π)=2sin(α14π){\displaystyle \sin \alpha -\cos \alpha =-{\sqrt {2}}\cos \left(\alpha +{\tfrac {1}{4}}\pi \right)={\sqrt {2}}\sin(\alpha -{\tfrac {1}{4}}\pi )}

Nuttig bij hetintegreren:

cos2α=1+cos2α2{\displaystyle \cos ^{2}\alpha ={\frac {1+\cos 2\alpha }{2}}}
sin2α=1cos2α2{\displaystyle \sin ^{2}\alpha ={\frac {1-\cos 2\alpha }{2}}}
sec2α=1+tan2α{\displaystyle \sec ^{2}\alpha =1+\tan ^{2}\alpha }
sinαcosβ=12sin(αβ)+12sin(α+β){\displaystyle \sin \alpha \cos \beta ={\tfrac {1}{2}}\sin(\alpha -\beta )+{\tfrac {1}{2}}\sin(\alpha +\beta )}
sinαsinβ=12cos(αβ)12cos(α+β){\displaystyle \sin \alpha \sin \beta ={\tfrac {1}{2}}\cos(\alpha -\beta )-{\tfrac {1}{2}}\cos(\alpha +\beta )}
cosαcosβ=12cos(αβ)+12cos(α +β ){\displaystyle \cos \alpha \cos \beta ={\tfrac {1}{2}}\cos(\alpha -\beta )+{\tfrac {1}{2}}\cos(\alpha \ +\beta \ )}
sin2αcos2α=1cos(4α)8{\displaystyle \sin ^{2}\alpha \cos ^{2}\alpha ={\frac {1-\cos(4\alpha )}{8}}}

Ezelsbruggetje

[bewerken |brontekst bewerken]
ZieSolcaltoa voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
  • SOL:sin α =overstaande rechthoekzijde ÷langste zijde
  • CAL:cos α =aanliggende rechthoekzijde ÷langste zijde
  • TOA:tan α =overstaande rechthoekzijde ÷aanliggende rechthoekzijde

SOHCAHTOA in het Engels:

  • SOH: sinus = opposite ÷ hypotenuse
  • CAH: cosinus = adjacent ÷ hypotenuse
  • TOA: tangent = opposite ÷ adjacent

Goniotafel

[bewerken |brontekst bewerken]
Voorbeeld uit goniometrische tafel 1963

Om de waarde te bepalen van een goniometrische functie bij een bepaalde hoek wordt gebruikgemaakt van eencomputer ofrekenmachine. Vóór de introductie van deze hulpmiddelen werd gebruikgemaakt van een zogenaamde goniometrische tafel of kortweg eengoniotafel. In een goniotafel, welke vaak was gecombineerd met een logaritmische tafel oflogaritmetafel, werd voor de hoeken tussen 0 en 90 graden, met een verdere onderverdeling in minuten, de logaritmische waarden (log-waarden) gegeven voor de sin-, cos-, cotan- en tan-functie. Met de logaritmetafel kon deze waarde vervolgens worden omgezet in eenreëel getal. Tussenliggende hoekwaarden kon men berekenen door te interpoleren. Grotere of negatieven hoeken kon men berekenen door gebruik te maken van de standaard goniometrische relaties.

Goniometrische functies

[bewerken |brontekst bewerken]

ZieGoniometrische functie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De goniometrische getallen kunnen bestudeerd worden als reële functies van hun argument. Meestal wordt daarbij het argument als hoek uitgedrukt in radialen, zodat de goniometrische functiesperiodiek zijn met periode2π{\displaystyle 2\pi } (of de helft daarvan in het geval van tangens en cotangens).

De sinus- en cosinusfunctie zijn begrensd omdat hun beeld het gesloten interval[1,1]{\displaystyle [-1,1]} is. De tangens-, cotangens-, secans- en cosecansfunctie zijn onbegrensd en hebben periodiek terugkerende verticaleasymptoten, die overeenkomen met gaten in hun domein (deling door 0 in de definitie).

Alle goniometrische functies zijn onbeperktdifferentieerbaar op hun domein, en zelfsanalytisch in de zin dat ze in de omgeving van elk punt gelijk zijn aan de reekssom van hunTaylorreeks. Als voorbeeld geven we hier de reeksontwikkeling van de sinusfunctie omheen het puntx=0,{\displaystyle x=0,} dieabsoluut convergeert voor willekeurige waarden vanx:{\displaystyle x:}

sin(x)=n=0(1)n(2n+1)!x2n+1=xx33!+x55!x77!+{\displaystyle \sin(x)=\sum _{n=0}^{\infty }{\frac {(-1)^{n}}{(2n+1)!}}x^{2n+1}=x-{\frac {x^{3}}{3!}}+{\frac {x^{5}}{5!}}-{\frac {x^{7}}{7!}}+\ldots }

De afgeleide functie van de sinus is de cosinus; de afgeleide van de cosinus is het tegengestelde van de sinus. Verder geldt:

tan(x)=1cos2(x)=sec2(x){\displaystyle \tan '(x)={\frac {1}{\cos ^{2}(x)}}=\sec ^{2}(x)}
cot(x)=1sin2(x)=csc2(x){\displaystyle \cot '(x)={\frac {-1}{\sin ^{2}(x)}}=-\csc ^{2}(x)}
sec(x)=sin(x)cos2(x)=tan(x)sec(x){\displaystyle \sec '(x)={\frac {\sin(x)}{\cos ^{2}(x)}}=\tan(x)\sec(x)}
csc(x)=cos(x)sin2(x)=cot(x)csc(x){\displaystyle \csc '(x)={\frac {-\cos(x)}{\sin ^{2}(x)}}=-\cot(x)\csc(x)}

Wegens hun analyticiteit kunnen al deze functies worden voortgezet in decomplexe getallen, en de hierboven aangehaalde verbanden en rekenregels blijven daarbij geldig. De periodiciteit geldt alleen in de reële richting, ze zijn dus nietdubbelperiodiek.

Formule van Euler

[bewerken |brontekst bewerken]

ZieFormule van Euler voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De uitbreiding van de goniometrische functies naar de complexe getallen brengt de goniometrie in verband met de natuurlijkeexponentiële functie. Dit verband komt heel precies tot uiting in deformule van Euler:

eix=cos(x)+isin(x) (xC).{\displaystyle e^{ix}=\cos(x)+i\sin(x)\ (x\in \mathbb {C} ).}

Deze formule kan omgedraaid worden tot een 'analytische' definitie van de sinus en de cosinus:

sin(x)=eixeix2i{\displaystyle \sin(x)={\frac {e^{ix}-e^{-ix}}{2i}}}
cos(x)=eix+eix2{\displaystyle \cos(x)={\frac {e^{ix}+e^{-ix}}{2}}}

Naar analogie hiermee worden, door weglating van alle optredens van de imaginaire eenheidi{\displaystyle i} uit het rechterlid, dehyperbolische functies sinh en cosh gedefinieerd.

Inverse functies

[bewerken |brontekst bewerken]
Arcsin(x): deze voert een getal (op de x-as) terug naar de bijbehorende hoek, hier inradialen (op de y-as).

ZieCyclometrische functie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De goniometrische functies zijn niet als dusdanig omkeerbaar omdat ze nietinjectief zijn: verschillende hoeken hebben dezelfde waarde voor, pakweg, de sinus. Om toch een eenwaardige inverse te bekomen, beperkt men het domein van een reële goniometrische functie zodanig dat de beperkte functie één hoek op één waarde afbeeldt.

De sinus wordt beperkt tot[π/2,π/2]{\displaystyle [-\pi /2,\pi /2]} en deinverse heetarcsinus (ook aangeduid alsboogsinus,asin,arcsin,bgsin ofsin−1) en heeft als domein[1,1].{\displaystyle [-1,1].}

De cosinus wordt beperkt tot[0,π]{\displaystyle [0,\pi ]} en heeft als inverse dearccosinus (boogcosinus,acos,arccos,bgcos ofcos−1), eveneens met domein[1,1].{\displaystyle [-1,1].}

De tangens beperkt tot het open inverval(π/2,π/2){\displaystyle (-\pi /2,\pi /2)} heeft als inverse dearctangens (atan,arctan,bgtan oftan−1) met domein heelR.{\displaystyle \mathbb {R} .}

De cotangens beperkt tot(0,π){\displaystyle (0,\pi )} heeft als inverse dearccotangens (arcot,bgcot ofcot−1), eveneens met domeinR.{\displaystyle \mathbb {R} .}

De secans beperkt tot[0,π]{π/2}{\displaystyle [0,\pi ]\setminus \{\pi /2\}} heeft als inverse dearcsecans (arcsec,bgsec ofsec−1) met domein(,1][1,+).{\displaystyle (-\infty ,-1]\cup [1,+\infty ).}

De cosecans beperkt tot[π/2,π/2]{0}{\displaystyle [-\pi /2,\pi /2]\setminus \{0\}} heeft als inverse dearccosecans (arccsc,bgcsc ofcsc−1), eveneens met domein met domein(,1][1,+).{\displaystyle (-\infty ,-1]\cup [1,+\infty ).}

Zoals altijd kan de grafiek van een inverse functie worden bekomen uit die van de oorspronkelijke functie doorX{\displaystyle X}- enY{\displaystyle Y}-assen te verwisselen (spiegeling ten opzichte van debissectrice met vergelijkingx=y{\displaystyle x=y}).

Wegens deinverse functiestelling zijn de cyclometrische functies op het inwendige van hun domein differentieerbaar. Hun afgeleiden zijn niet langer goniometrische of cyclometrische, maar algebraïsche functies.

Zie ook

[bewerken |brontekst bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Hoofdstuk 3 in Hodgkin, Luke, "A History of Mathematics - From Mesopotamia to Modernity," Oxford University Press 2005.
  2. Hoofdstuk 4 in Hodgkin,op. cit.
  3. Lange tijd werd gedacht dat de Stelling van Pythagoras nodig was voor deze identiteit. Dit is echter niet het geval, zie:
    Jason Zimba (2009)"On the possibility of trigonometric proofs of the Pythagorean theorem"Forum Geometricorum jg. 9, pp. 275-278.Gearchiveerd op 15 april 2023.
·Overleg sjabloon (de pagina bestaat niet) ·Sjabloon bewerken
Overgenomen van "https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Goniometrie&oldid=66990948"
Categorie:

[8]ページ先頭

©2009-2025 Movatter.jp