Gewone esdoorn groeit dikwijls alsboom en bereikt een hoogte van 30 m. Ze heeft stevige twijgen die dikke tegenoverstaandeknoppen met bleekgroene knopschubben dragen. De bladeren zijn vijflobbig en handnervig, bovenaan donkergroen, onderaan blauwgroen tot grijsrood. De toegespitste lobben zijn ongelijk gekarteld. De bladeren verschijnen iets voor de bloemen.
Bloeiwijze
De bloemen zijn geelgroen en ontstaan in hangende, aan de basis samengesteldetrossen, in één tros kunnen mannelijke, vrouwelijke en steriele bloemen voorkomen.
Net als alle esdoorns heeft deze soort gevleugelde vruchten, die twee aan twee bij elkaar zitten. De vleugels van de vruchten vormen een scherpe tot een rechte hoek, smaller aan de basis. Deze vruchten ontkiemen de volgende lente. Ze zijn giftig voor paarden.
Gewone esdoorn heeft graag een diepe frisse grond, maar groeit ook op gronden met een lageretrofiegraad. De soort is wel gevoelig voorbladluizen enmeeldauw.
Onderzoek van deUniversiteit Utrecht toonde in 2016 aan dat gewone esdoorn en, in mindere matevederesdoorn (Acer negundo) veroorzaker kunnen zijn van atypischemyopathie en daarom giftig zijn voor paarden.[1]