Frei Otto werd geboren in Siegmar, net buitenChemnitz, maar groeide op in Berlijn. Zijn vader was beeldhouwer en beide ouders waren lid van deDeutscher Werkbund.[1] In 1943 besloot Otto piloot te worden bij deLuftwaffe en later alsvoetsoldaat, waardoor hij uiteindelijk in 1945 teNeurenberg werd opgepakt en 2 jaar gevangen werd gezet inChartres.[2] Aldaar werkte hij als kamparchitect, door met minimale middelen tenten te bouwen. In 1948 begon hij met de studie Architectuur aan deTechnische Universiteit van Berlijn en in 1950 studeerde Otto voor een half jaar Stedenbouwkunde en Sociologie aan deUniversiteit van Virginia, waar hij contacten kreeg met onder meerFrank Lloyd Wright,Richard Neutra,Ludwig Mies van der Rohe,Eero Saarinen enCharles en Ray Eames.[3][4]
Tussen 1964 en 1991 was Frei Otto als universitair professor verbonden aan deUniversiteit van Stuttgart.
In1952 begon hij als freelance architect in Berlijn, waar hij werkte aan het ontwikkelen van daken van textiel, met een onderliggende kabelnetconstructie. Het eerste voorbeeld hiervan was op een tuindersexpositie in 1955 inKassel, waarvoor hij drie kleine overkappingen ontwierp. Zijn grote doorbraak kwam met het ontwerp voor het West-Duitse paviljoen voor deWereldtentoonstelling van 1967 inMontreal, samen metRolf Gutbrod enFritz Leonhardt.
In 1968 werd Frei Otto metGunther Behnisch gekozen om de stadions en sportcomplexen voor deOlympische Zomerspelen van1972 inMünchen te ontwerpen.[5] Dit ontwerp bouwt verder op de tenten die Otto al sinds de jaren 50 ontwierp, maar gebruikt ditmaal een dak vanpvc, waardoor de stalen netten duidelijk zichtbaar zijn.
Frei Otto overleed op 9 maart 2015 in zijn woonplaats Warmbronn, net buitenStuttgart. Hij kreeg twee maanden later postuum dePritzker Prize toegekend, de hoogste prijs binnen de architectuur.