| Franse verovering van Algerije | ||||
|---|---|---|---|---|
Chronologie van de vestiging van het Frans gezag in Algerije | ||||
| Datum | 1830 -1847 | |||
| Locatie | Algerije | |||
| Resultaat | Franse overwinning | |||
| Casus belli | Frans imperialisme ten koste van hetOttomaanse Rijk | |||
| Territoriale veranderingen | Frankrijk annexeertAlgerije | |||
| Strijdende partijen | ||||
| ||||
| Leiders en commandanten | ||||
| Troepensterkte | ||||
| ||||
| Verliezen | ||||
| ||||
DeFranse verovering van Algerije ten koste van hetOttomaanse Rijk vond plaats tussen 1830 en 1847.
In 1827 escaleerde een ruzie tussenHoessein Dei, de heerser van het Ottomaanse regentschap van Algiers, en de Franse consul tot een zeeblokkade. De Franse minister van Oorlog, generaalLouis de Bourmont, verzamelde een leger van 37.000 man, dat op 14 juni 1830 Algerije binnenviel. De Fransen versloegen het Algerijnse leger in deSlag bij Staouéli en begin juli veroverden zeAlgiers. Ook de andere kustgemeenschappen vielen snel in Franse handen. Na deJulirevolutie in Parijs van juli 1830 werd generaal de Bourmont teruggeroepen en kreeg generaalBertrand Clauzel de leiding.[1] De politieke conflicten in Frankrijk hadden weinig invloed op de strijd in Algerije. Na 1830 werden extra strijdkrachten ingeschakeld om het verzet in het binnenland te onderdrukken.
Het Algerijnse verzet bestond uit krachten onder de Ottomaans gezindeAhmed Bey die, met als centrumConstantine, voornamelijk in het oosten actief waren, en nationalistische strijdkrachten inKabylië en het westen. Verdragen met de nationalisten onderAbd al-Kader maakten het de Fransen mogelijk om zich eerst te richten op de eliminatie van de Ottomaanse dreiging. In 1837 namen ze Constantine in. Abd al-Kader bleef echter weerstand bieden in het westen.
In 1840 werd generaalThomas-Robert Bugeaud door de Franse regering benoemd tot gouverneur-generaal van Algerije. Hij veroverde de stadTagdemt in mei 1841 op de troepen van Abd al-Kader. Na de grootschalige en hardhandige Franse militaire acties werd de nationalistenleider op 9 februari 1843 verdreven uitSebdou, zijn laatste bolwerk.[1] Hij vluchtte naarMarokko, van waaruit hij een guerrillaoorlog bleef voeren tegen de Fransen. Na de geleden nederlaag in deEerste Frans-Marokkaanse Oorlog, verdreef de Marokkaanse regering, onder Franse diplomatieke druk, hem uit Marokko. In 1847 gaf hij zich over aan de Franse troepen.
Al vanaf de verovering van Algiers in 1830 ging de militaire verovering hand in hand met kolonisatie. Gronden die verlaten waren door de lokale inwoners of die waren geconfisceerd, werden verkocht aan immigranten. Generaal Clauzel moedigde de immigratie van arbeiders uit Frankrijk en de rest van Europa aan. Waar deze kolonisatie eerst nog ongecontroleerd gebeurde, kreeg deze onder generaal Bugeaud en hoge ambtenaarEugène Guyot een officieel karakter. Een reeks verordeningen liet toe allerlei gronden te confisceren en met name inMitidja vestigden zich veel Europese immigranten.[2]