Eugenius Frans van Savoye (Parijs,18 oktober1663 -Wenen,24 april1736) was een van oorsprong Franse generaal, met Italiaanse voorouders, in dienst van deHabsburgse monarchie. PrinsEugenio von Savoy zoals hij zichzelf noemde, was in dienst van drieHabsburgse keizers:Leopold I,Jozef I enKarel VI. Hij reisde kriskras door Europa, van het ene naar het volgende oorlogstafereel. In Oostenrijk wordt hij gezien als de grootste generaal aller tijden en een ondoorgrondelijk militair genie.
Eugenius was niet alleen een van de succesvolste militaire bevelhebbers in de moderne Europese geschiedenis, maar ook een belangrijke verzamelaar van boeken, handschriften, prenten en schilderijen en correspondeerde met kunstenaars, architecten en wetenschappers. Hij bezat een grote collectie exotische planten en dieren en gaf opdracht tot de bouw van hetSlot Belvedere inWenen.
Zijn oudste broer Lodewijk Thomas was in 1674 kandidaat voor de Poolse troon, evenalsJan Sobieski, maar toen hij de dochter van een stalmeester trouwde, werd hij onterfd door de familie. Eugenius was voorbestemd voor een carrière in de kerk en in 1678, toen hij 15 jaar was, ontving hij de abtstonsuur. Vijf jaar later gaf Eugenius blijk de voorkeur te geven aan een militaire carrière, net als zijn vader en grootvader. Hij bood zijn diensten aan bij het Franse leger, maar is nooit aangesteld, omdat dezonnekoning hem brutaal vond.[2] Samen metLodewijk Armand van Bourbon, prins van Conti, vluchtte hij naar Frankfurt; Conti, de schoonzoon van de zonnekoning ging terug, maar Eugenius bleef, nadat hij had vernomen dat zijn oudere broer gevallen was bij hetBeleg van Wenen. In augustus 1683 meldde hij zich bij het leger vankeizer Leopold I. Hij streed vervolgens zij aan zij met zijn neef, de eerder genoemde Turkenlouis.
Eugenius maakte een bliksemcarrière, na het beëindigen van hetBeleg van Wenen door honderdduizendTurken. In 1686 vielBuda in handen vanKarel V van Lotharingen. In het jaar daarop volgde deSlag bij Mohács (1687). In 1688 raakte Eugenius zwaargewond aan zijn knie. In 1689 maakten Oostenrijk en de Republiek deel uit van deGrote Alliantie, bedoeld om de Franse agressie aan de Rijn een halt toe te roepen. Bij deVrede van Rijswijk kreeg Oostenrijk de handen vrij om zich hernieuwd op het oosten te richten, waar de Turken Belgrado en Hongarije bezetten.
In 1693 was Eugenius benoemd totveldmaarschalk en drie jaar later verkreeg hij het opperbevel over de strijdkrachten aan de oostgrens van het Habsburgse Rijk. In 1697 versloeg hij het leger vanMustafa II bijSenta. Dat was zijn eerste belangrijke overwinning, waarbij aan Turkse kant 25.000 doden vielen, daarentegen slechts 430 aan Oostenrijkse kant. Vervolgens verwoestte hijSarajevo. DeGrote Turkse Oorlog werd twee jaar later (1699) besloten met deVrede van Karlowitz.
Slot BelvedereDrietalige handtekening vanEugenio Von Savoy
Na de dood vanKarel II van Spanje werd zijn opvolging door dehertog van Anjou een heel heet hangijzer in de Europese politiek. De keizer organiseerde een leger van 32.000 man om de omgeving van Milaan van een Franse bezetting te ontdoen. In 1701 en 1702, tijdens deSpaanse Successieoorlog, versloeg Eugenius inNoord-ItaliëNicolas de Catinat en nam dehertog van Villeroy gevangen. Zijn nieuwe geduchte tegenstander werd dehertog van Vendôme. In 1703 trok Eugenius zich terug in Wenen, waar hij tot voorzitter van deHofkrijgsraad werd benoemd en hield zich bezig met de bouw van een paleis binnen zijn uitgestrekte landgoederen buiten de stadsmuren van Wenen.Johann Lukas von Hildebrandt, aanvankelijk zijn vestingbouwkundige, zou worden betrokken bij het ontwerp en de bouw van zijn zomerverblijf, hetSlot Belvedere.Maximiliaan II Emanuel van Beieren koos de kant van de Franse koning en hoopte in de Zuidelijke Nederlanden de Habsburgers te kunnen vervangen. Toen de Fransen het offensief naar het noorden verlegden, sloot Eugenius een verdrag met deEngelsehertog van Marlborough, gesteund doorAnthonie Heinsius met manschappen.[3] Ze versloegen de Franse (onder bevel van dehertog van Tallard) en Beierse legers in deSlag bij Blenheim (1704). Het was de eerste belangrijke nederlaag voor de Fransen in meer dan 60 jaar en de bedreiging van Wenen werd weggenomen. Het was ook de eerste keer dat Engelse strijdkrachten zich zo diep in het Europese continent waagden.
In 1705 kwam de Oostenrijkse keizer te overlijden en Frankrijk putte nieuwe moed. De hertog van Villeroy kreeg opdracht de geallieerden aan te vallen waar hij maar kon. In 1706 ontzette Eugenius Turijn. Deze overwinning was het begin van een periode die 150 jaar zou duren: de Oostenrijkse overheersing vanLombardije. Van 1707 tot 1715 was Eugeniusgouverneur van Milaan en nam de schilderJan van Huchtenburg in dienst om zijn overwinningen te vereeuwigen op doek. Hoewel de Fransen in Italië aan de winnende hand waren (?), werd toch besloten om zich te richten op de Spaanse Nederlanden om enkele verloren vestingsteden te heroveren. Marlborough had lieverSavoye gesteund om daarmee Frankrijk vanuit het zuidoosten te bedreigen, maar de Nederlandse Republiek vreesde dat dit ten koste zou gaan van de troepen aan hun eigen zuidgrens. Onder grote druk van de Nederlanden moest Marlborough zijn plannen aanpassen.[4] In 1712 leed Eugenius een gevoelige nederlaag tegende hertog van Villars. De Fransen heroverdenVlaamse steden zoalsValencijn. Eugenius werd tot eerste minister benoemd, maar de schatkist was leeg. In 1713 trokken de Fransen op naarFreiburg im Breisgau en in1714 sloot Oostenrijk deVrede van Rastatt met Frankrijk.
Door de permanente oorlogstoestand met het Ottomaanse Rijk kon Eugenius zijn gouverneurschap van de Nederlanden niet ter plaatse waarnemen. Hij moest het regelen van de lopende zaken aan een plaatsvervanger overlaten. Hij wistkeizer Karel VI ervan te overtuigen deze opdracht aan zijn landgenoot,Hercule Louis Turinetti, markies vanPrié, toe te vertrouwen. Dit bleek een fout van de gouverneur te zijn. De Markies van Prié bleek niet geschikt voor zijn functie: hij werd zelfs van corruptie beschuldigd. Eugenius' gouverneurschap was bedoeld als een vorm van beloning en waardering voor de verdiensten die hij reeds tevoren - vooral op militair vlak - had verzameld. Het gouverneurschap heeft hem echter, vooral door de onhandigheid van Prié, meer zorgen dan glorie gebaard. Op 16 november1724 achtte prins Eugenius zich genoodzaakt zijn ontslag aan te bieden. Prié koos kort daarop voor dezelfde uitweg.
Eugenius stond bekend als steunpilaar van hetjansenisme. Over zijn persoonlijkheid kan weinig met zekerheid gezegd worden, want Eugenius heeft geen persoonlijke papieren nagelaten. Alleen brieven met betrekking tot de oorlog, de diplomatie, de politiek. In de archieven van de vele personen die met hem correspondeerden is evenmin een privécorrespondentie die die naam verdient te traceren. Zijn persoonlijke kant lijkt nooit te hebben bestaan; alleen zijn granieten gelaat van soldaat, diplomaat en staatsman valt op. Eugenius, een van de rijkste en beroemdste personen van zijn tijd was een goede partij, maar hij is nooit getrouwd geweest. Er zijn wel een paar vrouwen met hem in verband gebracht en er bestaat een tekening van een bezoek aan een Amsterdams bordeel.[5] Vooral rond1715 tradEleonora Batthyány zijn officiëlemaîtresse op de voorgrond. Ook uit hun correspondenties is geen teken van een intieme relatie terug te vinden. Waarschijnlijk had Eugenius meer aandacht voor het mannelijke geslacht.[6]
↑Haar familie, waaronderAnne Marie Martinozzi, had banden met diverse Europese vorstenhuizen.
↑Het is mogelijk dat hij nooit is aangenomen vanwege zijn geringe postuur; het meest waarschijnlijk is dat de weigering van Lodewijk XIV te maken had met beschuldigingen ten opzichte van zijn moeder, en die in 1680 naar Brussel was gevlucht.
↑De Britse historicus, Nicholas Henderson, schreef over zijn jeugd: "Hij behoorde tot een kleine kring van verwijfde jongens, waarin schaamteloze losbollen figureerden alsAbbé de Choisy, die altijd als meisje verkleed was, behalve wanneer hij extravagante oorhangers en volwassen vrouwenkapsels droeg." Enkele brieven vanElisabeth Charlotte van de Palts, gravin van Orléans, en de schoonzus van Lodewijk XIV, getuigen van de homoseksuele avonturen. "Eugenius doet geen moeite voor de dames, een paar knappe pages zouden meer bij hem in de smaak vallen." Zijn opvoeders vonden dat hij in weinig deugdzaam gezelschap verkeerde, waarvoor het soldatenleven de beste oplossing werd gevonden.
↑Haven, K. van der (2008) Achter de schermen van het stadstoneel. Theaterbedrijf en toneelpolemiek in Amsterdam en Hamburg 1675-1750, p. 251, 33, 101.