Estonia | ||||
---|---|---|---|---|
![]() | ||||
DeEstonia | ||||
Geschiedenis | ||||
Werf | Meyer Werft, Papenburg, Duitsland | |||
Omgedoopt | 1980 alsViking Sally 1990 alsSilja Star 1991 alsWasa King 1993 alsEstonia | |||
Status | 1994 gezonken | |||
Thuishaven | Tallinn | |||
Eigenaren | ||||
Vlag | Estland | |||
Eigenaar | Viking Line EstLine | |||
Algemene kenmerken | ||||
Lengte | 155,43 meter | |||
Breedte | 24,21 meter | |||
Diepgang | 5,55 meter | |||
Tonnenmaat | 15.566 BT | |||
Passagiers | 2000 | |||
Hutten | 1190 | |||
Voortstuwing en vermogen | 4MAN 8L 40 /45dieselmotoren samen 17.652kW | |||
Vaart | 21knopen (38 km/h) | |||
IMO-nummer | 7921033 | |||
Capaciteit | 460 auto's | |||
Locatie van het wrak | ||||
|
DeEstonia was eenOostzeeveerboot, die op28 september1994 op weg vanTallinn naarStockholmschipbreuk leed. De ondergang van deEstonia is vanwege de 852 slachtoffers de grootstescheepsramp in deEuropese naoorlogse geschiedenis.
DeEstonia werd in 1980 alsViking Sally samen met deViking Saga en deViking Song gebouwd op descheepswerf vanJos. L. Meyer inPapenburg (Duitsland) voor deFinserederijViking Line. Het schip voer daarna alsSilja Star voorSilja Line en alsWasa King voorWasa Line. Hierna werd het schip in oktober 1992 verkocht aan eenZweeds-Estsejoint venture van Nordström & Thulin en Estonian Shipping en kreeg het de naamEstonia, deLatijnse/Engelse naam voorEstland. Het schip was op dat moment het grootste en modernste schip onder Estse vlag en het werd ingezet op de route Stockholm-Tallinn.
DeEstonia vertrok op 27 september 1994 met vertraging rond 19.15 uur vanuit de haven van Tallinn en zette koers naar Stockholm. De aankomst in Stockholm was voor de volgende ochtend rond 9.30 uur gepland. Wat er die nacht gebeurde kan door verklaringen van overlevenden enigszins gereconstrueerd worden.
Bij zware zeegang drong ergens na middernacht water binnen op het autodek van deEstonia. Hoe dit precies kwam is niet voor honderd procent duidelijk, maar waarschijnlijk is de boegklep afgebroken door de kracht van metershoge golven. Het schip maakte hierdoorslagzij door binnenstromend water en zonk binnen een half uur. Korte tijd na de eerste noodoproep om 1.22 uur, die door enkele in de buurt varende Finse veerboten werd opgevangen en beantwoord, werd het radiocontact verbroken en om 1.55 uur verdween deEstonia van de radarschermen op de andere schepen.
Aangezien de ramp gebeurde op een relatief druk bevaren deel van de Oostzee, was na ongeveer een uur deMariella, een veerboot van Viking Line, ter plekke. Helikopters werden betrekkelijk laat ingezet bij de reddingswerkzaamheden. Hoge golven en sterke wind maakten de reddingswerkzaamheden moeilijk, mede waardoor slechts 137 mensen het ongeluk overleefden.[1] De slachtoffers vielen door onderkoeling op open zee, of in de reddingsvlotten, of door verdrinking in het schip. Vanwege de snelle ondergang konden velen het schip niet tijdig verlaten. Naderhand werd besloten deEstonia niet te lichten. De meeste slachtoffers bevinden zich dus nog altijd aan boord van het schip op de zeebodem. Er werd wel onderzoek uitgevoerd op het wrak doorRockwater metROV's enduikers vanaf de vanSmit Internationale gecharterdeSemi 1.
Tijdens het ongeluk met deEstonia waren er twee Nederlandse vrachtwagenchauffeurs aan boord. Stephan Duijndam uitAlblasserdam was een van de 137 overlevenden. Tom de Klerk uitKapelle verloor evenwel zijn leven tijdens het ongeluk.
Hetroll-on-roll-offscheepstype stond al sinds de ramp met deHerald of Free Enterprise, ruim zeven jaar eerder, ter discussie, vanwege de grote autodekken die over de volle lengte en breedte doorliepen. Zodra een dergelijk schip water maakt, zorgt hetvrije vloeistofoppervlak voor een razendsnelle afname van destabiliteit en aldus een snel kapseizen. De ramp met deEstonia leidde er toe dat deIMO hetInternationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee aanpaste met onder andere meer eisen aan lekstabiliteit van roro-schepen.
In 2020 werd onderzoek gedaan d.m.v. een onderwaterrobot. Er is onder de waterlijn een gat geconstateerd van vier meter. Het hoofd van het onderzoeksteam verklaarde in 2020 dat dit gat mogelijk is veroorzaakt door een aanvaring met een onderzeeër.[2] De Zweedse regering gaat nu de wet aanpassen die het verbiedt om te duiken bij deEstonia, zodat er opnieuw onderzoek kan worden gedaan naar de oorzaak van de ramp.[3]