Erbium is in1843 ontdekt door deZweedse chemicusCarl Gustaf Mosander tijdens het onderzoeken van mineralen. Hij noemde het naarYtterby, waar het voor het eerst werd gevonden.[1] In1934 werd zuiver metallische erbium geïsoleerd door erbiumchloride te reduceren metkaliumdamp.
Erbium wordt veelal toegepast als fotografisch filter en de veerkrachtige eigenschap maakt het een bruikbaar additief inlegeringen. Erbium wordt ook veel gebruikt in fotonica, omdat deband gap overeenkomt met de golflengte waarbij glasvezel de hoogste transmissie heeft. Andere toepassingen zijn:
In nucleaire installaties wordt erbium vanwege zijnneutronenabsorberende vermogen als neutronenvanger gebruikt.
In de glasindustrie wordt erbiumoxide, dat een roze kleur heeft, gebruikt voor het kleuren van glas. Dit glas wordt vaak gebruikt voorzonnebrillen en goedkopejuwelen.
Erbium is een vrij zacht en buigzaam metaal met een heldere metallieke glans dat bij standaard temperatuur en druk minder snel wordt aangetast in de lucht dan veel andere lanthanoïden. In zichtbaar licht, ultraviolet en nabij infrarood vertoont erbium een karakteristiek spectrum. De meeste zouten van erbium hebben een roze kleur.
In de natuur komt erbium niet voor als vrij element, maar het komt voor in meerdere mineralen waarin ook andere lanthanoïden worden aangetroffen zoalsgadoliniet,monaziet enbastnäsiet. De belangrijkste commerciële bronnen van erbium zijn de mineralenxenotiem eneuxeniet.
In de natuur komen zes stabiele erbiumisotopen voor waarvan166Er ongeveer een derde uitmaakt. 23 radioactieve isotopen zijn bekend waarvan169Er met eenhalveringstijd van 9,4 dagen het meest stabiel is.
Over de eventueel schadelijke gevolgen van erbium is nog weinig bekend. Het is te verwachten dat het vergelijkbaar is met andere lanthanoïden. Erbium in poedervorm is brandbaar.