Elsa Triolet, geboren alsElla Joerjevna Kagan (Russisch: Элла Юрьевна Каган) (Moskou,24 september1896 -Saint-Arnoult-en-Yvelines,16 juni1970) was een Franse schrijfster van Russische komaf, echtgenote vanLouis Aragon en zus vanLili Brik.
Elsa werd geboren in een welvarende en ontwikkelde joodse familie. Haar moeder was pianiste en haar vader was advocaat. Ze kreeg een uitstekende opleiding, studeerdearchitectuur, en reisde in haar jeugd veelvuldig naar het buitenland.
Al vroeg kwam Elsa in contact met Moskouse literaire kringen. Ze was de jeugdvriendin vanRoman Jakobson en bevriend metVladimir Majakovski, die ze in 1914 introduceerde bij haar zus Lili, die later zijnmuze werd.
In 1917 leerde Elsa de Franse officier André Triolet kennen en huwde hem een jaar later in Parijs. Ze gingen een tijd inTahiti wonen, maar keerden in 1921 naarEuropa terug. Elsa was ernstig teleurgesteld in haar man, die niet aan haar intellectuele verwachtingen voldeed; ze gingen gescheiden leven. In 1922 en 1923 verbleef ze inBerlijn, waar haar door zowel Roman Jakobson alsViktor Sjklovski vergeefs het hof werd gemaakt[1]. Tussen 1925 en 1928 pendelde ze op en neer tussen de Moskouse intelligentsia en deParijse bohème. Aangemoedigd doorMaksim Gorki begon ze in deze periode met schrijven en behaalde al snel flinke oplagen met haar eerste boeken.
In 1927 trad Elsa toe tot de Franse Communistische Partij en maakte ze kennis met de Franse schrijver ensurrealist Louis Aragon. Ze werden verliefd, vanaf 1928 gingen ze samenwonen en het was uiteindelijk ook Elsa die hem overhaalde toe te treden tot de communistische partij. Aragon wijdde in 1934 zijn romanDe klokken van Basel aan Elsa. In 1939 traden ze met elkaar in het huwelijk. Tijdens deTweede Wereldoorlog waren beiden actief voor het Franse verzet en leefden ze een tijdlang ondergedoken.
In 1944 ontving Elsa Triolet als eerste vrouw dePrix Goncourt. Ze overleed, nog steeds samenwonend met Louis Aragon, in 1970 aan een hartaanval.
Triolet begon haar literaire loopbaan eigenlijk pas goed met haar eerste Franstalige romanBonsoir Thérèse (1938). Hoewel haar werk vaak een beetje in de schaduw van Louis Aragon werd gesteld wist ze een heel eigen richting in te slaan. Kenmerkend voor haar romans is het voortdurend overtreffen van de werkelijkheid door de fantasie. Haar romanfiguren zijn bezield door de vraag naar het menselijk lot, zowel van de mensheid in het algemeen als van het individu: de enkeling zoekt in een chaotische wereld voortdurend naar mogelijkheden tot ontplooiing. Typerend in dat verband is de romanLe Grand jamais (1965), waarin een weduwe in de archieven op zoek gaat naar het wezen van haar overleden man, een beroemd schrijver. Ze raakt daarbij echter verdwaald tussen allerlei spiegels die haar worden voorgehouden, echte zowel als valse. In dit boek ziet de schrijver haar eigen dood en het gesprek dat ze vanuit het hiernamaals met haar lezers voert.